U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Hoofding van alles in de volheid der tijden

Efeziërs 1:9-10 God heeft ons de “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) van Zijn wil bekend gemaakt, in overeenstemming met het plezier dat Hij erin heeft, (die verborgenheid), die Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf, betreffende de bedeling (OICONOMIAN) van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus te hoofden;

Je hebt het begrip tijd. Dat is een begrip dat we allemaal kennen. Tijd hoort als een dimensie bij de schepping. Er was eens iets zonder tijd. Dat was voor de schepping. Toen schiep God de tijd met kenmerkende tijdperken daarin. Voor alle duidelijkheid nog even: In de Bijbel kom je veelvuldig de aionen tegen. Dat zijn nou tijdperken, zoals God die ingesteld heeft. En wat heeft dat met Gods verborgenheid, die Paulus hier in dit gedeelte openbaart, te maken?

De verborgenheid van Gods wil betreft de bedeling van de volheid der tijden, om alles in de hemelen en op de aarde in de Christus te hoofden. Aan het slot van alle tijdperken, oftewel alle aionen, komt dus de aioon der aionen. De aioon der aionen is a.h.w. de toegespitste eindtijd binnen het geheel van alle geschapen aionen zoals het heilige der heilige de uiterst heilige plek binnen de tempel is, zoals de koning der koningen het hoogste koninklijk gezag is onder de koningen. Zo is de aioon der aionen het uiterste tijdperk en de volheid der tijden dus het laatste stukje tijd.

Hier, in onze uitgangstekst, zien we God zelf in actie. Hij is het die een plan in zichzelf had voorgenomen. God zelf heeft alle tijden van tevoren, buiten de tijd om al, gepland:
Efeziërs 3:11 Het plan van de aionen (tijdperioden), dat God in Christus Jezus, onze Heer heeft opgevat,

Het is dwars door Christus dat God die tijdperken (aionen) geschapen heeft.
Handelingen 17:26 God stelde de bepaalde tijden en de grenzen van hun woonplaats vast,
Hebreeën 1: 2 Het is door Christus dat God ook de
aionen (tijdperioden) gemaakt heeft.

God had Christus Jezus al voor het bestaan van tijd voor ons bestemd
1 Corinthe 2: 7 De bedekte wijsheid, die God vóór alle aionen (tijdperioden) bestemd heeft tot onze heerlijkheid,

2.000 jaar geleden was er al een bepaalde tijd (enkelvoud) tot volheid gekomen. Dat was dus geen volheid van de tijden (zoals in onze uitgangstekst), maar wel een volheid van die tijd.
Markus 1:15 De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen;
Johannes 7:8
Mijn tijd is nog niet vervuld.
Romeinen 5:6 Christus is, toen wij nog krachteloos waren,
op Zijn tijd voor de goddelozen gestorven.

Er komt een voltooiing aan ons huidige tijdperk. Dat is heel wat anders dan het einde van de wereld.
Mattheus 28: 20 Ik ben met jullie alle dagen tot aan de voleinding van de aioon (tijdperiode).

In de eindtijd tekent Gods planning nog zware tijden
2 Timotheüs 3:1 Weet dit, dat in de laatste dagen nog zware tijden zullen zijn.

Er komt een tijd in Gods planning voor Gods oordeel
1 Corinthiërs 4:5 Oordeelt niets vóór de tijd, totdat de Heer zal gekomen zijn,
1 Timotheüs 6:15 God, die de zalige en enige Heerser, de Koning der koningen en Heer der heren op
Zijn tijd vertonen zal,

We gooien in kerkelijke leerstukken nogal eens tijden door elkaar. Dat maakt dat we eigenlijk geen kijk krijgen op de tijd en tijden, die God werkt.
Lukas 18:30 Hij zal veelvuldig terugontvangen in deze tijd, en in de toekomstige eeuw het eeuwige leven.
Ik heb eventjes de misser in de vertaling onveranderd gelaten, waardoor wat er werkelijk gezegd wordt daar niet opvalt. Iedereen in de christenheid wil eeuwig leven en hier lijkt te worden aangegeven hoe je dat ontvangt. Maar wat staat er werkelijk:

Lukas 18:30 Hij zal veelvuldig terugontvangen in deze tijd, en in de toekomstige aioon (tijdperiode) het leven van de aioon (tijdperiode).
Er wordt aan die aardse gelovigen tijdens Jezus rondwandeling op aarde beloofd dat ze in die tijd (dus in hun hier en nu) veelvuldig terugontvangen en dat ze in een toekomstig tijdperk het leven van dat tijdperk (die aioon) ontvangen. Er komt een tijdperk (aioon) dat Gods koninkrijk op deze aarde zal regeren. Dit is dus een belofte dat die gelovigen deel zullen krijgen aan het leven in dat koninkrijk, dat nog toekomstige tijd (aioon) was. Het heeft dus niks met altijddurend leven te maken, het beschrijft ook niet een soort kwaliteit van leven. Het is ook niet het eindstation binnen het plan van de aionen door God opgesteld. Het is het leven in die aioon (dat nog komende tijdperk). Er waren ook mensen, die dat niet geloofden, die hadden dus geen deel aan dat toekomstige leven van die aioon. Dat zegt dus niks over het eindresultaat, zoals dat in de volheid der tijden naar voren zal komen.

In Gods plan zijn er profetisch ook bepaalde tijden aan de heidenvolkeren (niet Joden) toegewezen. Als die tijden vol zijn, dan is het weer de tijd voor het Joodse volk in Gods plan.
Lukas 21:24 Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.

Er komen nog zeker twee tijdperken na de onze voordat de volheid der tijden, waar onze uitgangstekst over spreekt, zal ingaan.
Efeze 2: 7 God zal in de komende aionen (tijdperioden) de uitnemende rijkdommen van Zijn genade in goedertierenheid over ons in Christus Jezus betonen.

Efeziërs 1:9-10 God heeft ons de “VERBORGENHEiD”
(MUSTERION) van Zijn wil bekend gemaakt, in overeenstemming met het plezier dat Hij erin heeft, (die verborgenheid), die Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf, betreffende de bedeling (OICONOMIAN) van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus te hoofden;

God gebruikt die volheid van de tijden om Zijn plan te volvoeren. Het komt door de inspanning van God zelf allemaal samen in het laatste puntje van de tijd. Het moment nog net binnen de geschapen tijd, waarbij we al haast de grens naar God buiten de tijd oversteken. Op dat moment gebruikt God Zijn Zoon, Christus Jezus om dit plan te volvoeren. Er is echter niet alleen sprake van Christus, zonder lidwoord. God heeft voor deze hoofding aan het eind der tijden Christus als Hoofd, samen met Zijn gemeente, de nieuwe mens, het lichaam van Christus, op het oog: De Christus, met lidwoord. In die overgang van tijd naar geen tijd is God in Christus, geheel als eenheid met ons als Zijn lichaam, bezig alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is te hoofden.

Het is Gods werk. God gebruikt daar echter Christus samen met Zijn huidige gemeente voor.
1 Corinthiërs 15:27-28 Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, dan is het duidelijk, dat Hij daarvan uitgezonderd is, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Hem, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

God gebruikt hier in 1 Corinthe 15: 27 dus Christus om alles aan Zijn voeten onderworpen te krijgen. Althans, daar lijkt het in die volheid van de tijden wel op. Maar was dat ook alles? Nee! Alles op Eén na. Christus zelf stond a.h.w. nog naast Hem (in Gods rechterzij). Alles was onderworpen aan God behalve Christus zelf. In vers 28 krijg je dan die overstap van binnen de tijd (de volheid der tijden) naar het moment van buiten de tijd. Dat is wanneer de Zoon zelf Hem ook onderworpen zal zijn en God alles in allen zal zijn.

Gelovigen die over “eeuwig leven” lezen in het Nieuwe Testament, en daarbij natuurlijk ook over “eeuwig vuur”, “eeuwig oordeel” en “eeuwige pijn”, die komen behoorlijk in de knel te zitten met dat “eeuwige”.
Daniël 4:34 Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij,
Daniël 7:14 Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij,

In het komend koninkrijk zal Christus heersen met de heerschappij van die aioon. Die aioon zal een einde vinden in de volheid der tijden en dan zal Christus Zijn heerschappij overgeven in de handen van God, de Vader. Dit past niet in het denken over de eeuwige heerschappij van Christus, evenmin als de gedachte aan eeuwig oordeel en eeuwige pijn. De wens, die de vader van de gedachten is, blijkt dan toch weer sterker dan het getuigenis van Gods Woord zelf. In de volheid der tijden zal Christus zich aan de Vader onderwerpen.

Toen ik over Gods plan voor de volheid der tijden schreef vanuit Efeze 1: 9-10, toen schreef ik over de Christus, Christus Jezus samen met ons als de nieuwe mens, Zijn lichaam. Toen ik echter schreef over de gebeurtenis op datzelfde moment, maar dan vanuit 1 Corinthe 15, toen sprak ik alleen maar over Christus, de Zoon van God. Dat is een verschil die ontstaat omdat de verborgenheid van Gods wil in de tijd dat Paulus de Corinthebrief schreef nog helemaal verborgen was.

We denken na over de bedeling van de volheid van de tijden en zien eigenlijk de allerlaatste gebeurtenis die plaatsvindt binnen de geschapen tijd. Veel mensen zoeken voor Gods plan over de eindtijd in het boek de Openbaring. Voor hen is dat ook de definitieve slotsom van Gods plan. Vandaar ook hun bezwaar als je spreekt over Gods plan met ieder mens. Dan krijg je altijd de tegenwerking: “Nee!, nee, nee, nee, kijk nou toch eens naar de eindtijd in Openbaring!” Maar waar het boek de Openbaring eindigt, daar gaat Paulus in 1 Corinthe 15 en hier in Efeze 1 verder. We krijgen hier een inkijkje in Gods plan betreffende het echte eindresultaat. Al die oordelen, straffen en benauwdheden, die inderdaad van God over deze wereld komen in het boek de Openbaring zijn de opvoedende wegen van God met de mens om uiteindelijk iedereen Zijn onvoorwaardelijke liefde en genade te laten leren kennen. Om hier uit te komen, zodat God zal zijn alles en in allen.

Dat gebeurt dus in de volheid van de tijden! Helemaal aan het eind van wat wij als de tijdsdimensie kennen. We gaan over van het laatste stukje tijd in het moment dat God zal zijn alles en in allen, buiten wat wij nog “tijd” noemen.
Efeziërs 1: 10 de bedeling van de volheid der tijden,
Hier gaat het concreet over alle tijden, die tot hun volheid gekomen zijn. God had een plan van diverse tijden.

Efeziërs 1: 10-11 De bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus te hoofden; in Hem, in Wie het ook zo is dat wij erfgenamen zijn, waartoe wij tevoren bestemd waren, krachtens het plan van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil.

In de bedeling van de volheid der tijden zal dus alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus gehoofd worden. Dit gebeurt allemaal in overeenstemming met het plan van God. Dat God zelf dit alles zo werkt staat hier heel concreet in de woorden “Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil”. Wat werkt God dan?

Dat is in één woord door Paulus gevangen. Dat is het Griekse werkwoord “anakephalaiomai”.
Ik heb dat weergegeven in het werkwoord “hoofden”.
Het is een letterlijk “Ana”=“naar het midden” - “kephalaiomai”=”Hoofden”.

Over de Kephala komen zeker nog meerdere studies zodra we de verborgenheid betreffende Christus en de gemeente uit Efeze 5 doornemen. Als de Kephala van Zijn lichaam, oftewel het Hoofd van Zijn Lichaam, verricht Christus deze dienst aan alles wat in de hemelen en op de aarde is. Wie is in die dienst van de Christus betrokken? Het lichaam, als erfgenaam, waartoe zij tevoren bestemd was. Heeft de gemeente, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, dan iets uitstaande met deze dienst van onderwerping van het alles? Ja, God werkt dat alles naar de raad van Zijn wil. Zie je hoe Paulus de cirkel hier weer rond heeft? We begonnen dit onderwerp vanwege de verborgenheid van Gods wil. Dat was om alles in de hemelen en op de aarde te hoofden. Hier sluit het onderwerp af met de raad van Gods wil, helemaal volgens Gods plan en ook dan wijst het weer op dit werk van God aan alles. En daartussen zitten wij, de erfgenamen van dit alles. Dat is de verborgenheid van Gods wil en dat is naar de raad van Gods wil.

Had de gemeente hier nou niks mee te maken gehad, dan was dit proppen van Paulus van ons tussen deze beide uitspraken over de bedeling van de volheid der tijden erg overbodig en tevens heel erg verwarrend geweest. Het heeft er wel degelijk alles mee te maken. Het Hoofd (de Kephala) is hier de erfgenaam van alles in de hemelen en op de aarde en het lichaam (wij dus) is daarmee vanzelfsprekend eveneens erfgenaam.

Daar staat de Christus in de volheid der tijden alles wat in de hemelen is en alles wat op de aarde is te hoofden. Alles wordt aan God, de Vader onderworpen. Er zitten dus geen opstandige vijanden nog ergens gevangen. Er wordt dus niet nog een groep opstandelingen in één of andere hel gebarbecued. Wij, als lichaam van Christus, die dat erfdeel ontvangen hebben en die daartoe bestemd waren, wij delen in die dienst om alles aan God, de Vader, te onderwerpen. Dan is de tijd voleindigd. Dan is iedereen aan de Vader onderworpen en dan onderwerpt ook de Zoon zich. We stappen de tijd uit en komen in Gods heerschappij binnen, waarin God zal zijn alles en in allen. Wat zal dat een onvoorstelbare gebeurtenis zijn!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende