U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De verborgenheid van Gods wil

Efeziërs 1:9-10 God heeft ons de “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) van Zijn wil bekend gemaakt, in overeenstemming met het plezier dat Hij erin heeft, (die verborgenheid), die Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf, betreffende de bedeling (OICONOMIAN) van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus te hoofden;

Hier hebben we de allereerste vermelding van de verborgenheid, die ons heel persoonlijk als leden van die nieuwe mens, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, betreft. God heeft namelijk een wil. Over de wil van God wordt binnen het christendom, waar wij als gelovigen ook deel van uitmaken, of we het nou willen of niet, binnen dat christendom wordt heel apart over de wil van God gedacht. Wat blijkt namelijk? Tegenover het radicale getuigenis van Gods Woord, dat Gods wil zelfs tot en met het einde van de tijd en zelfs daaroverheen al helemaal voor de aanvang van de tijd al vaststond, getuigt het christendom in haar leer dat God wel kan willen, maar dat de mens dwars kan liggen en dus die wil kan torpederen. God is in dat denken dus helemaal niet meer God, maar een mensje dat ook maar wat wenst. Ik heb heel uitgebreid over alle Bijbelteksten betreffende de wensende, zowel als de eisende, wil een studie geschreven om hier helderheid over te krijgen. Die eerste studie in die reeks vind je terug op de volgende link:
http://www.overvloeiendegenade.nl/artikelenheindehaan2/watisgodswil1.html#000000a4750a06002
(Door onderaan de studie op “Volgende” te clicken kom je op de tweede studie, enzovoort.)

Je vraagt je wellicht af hoe men op zo´n leer komt. De reden is simpeler dan dat het lijkt. Lees de overduidelijke teksten hieronder maar eens:
1 Timotheus 2: 3 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Redder, die wil, dat alle mensen gered worden en tot erkentenis van de waarheid komen.
2 Petrus 3:9 De Heer is lankmoedig over jullie, omdat Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen.

Beide verzen spreken over Gods wil. Maar binnen de leer van het christendom is men niet zo blij met de uitkomst. Paulus geeft in zijn brief aan Timotheus aan dat God wil dat alle mensen gered worden en Petrus geeft in zijn brief aan dat de Heer wil dat alle mensen tot bekering komen. De gedachtegang van de verzinners van die leer is dan als volgt: “We zien om ons heen dat niet iedereen gered wordt. We zien dat er een heleboel niet tot bekering komen. Dus is het zo dat de mens de wil van God weerstaat. Daar moeten we wat op vinden, want anders gaan de gelovigen nog denken dat omdat God nou eenmaal God is niemand daar iets tegen kan doen!”

Zo voort piekerend zijn ze op het onderscheid van de wensende wil van God gekomen met daar tegenover de wil, die vastligt in het plan van God van voor alle aionen. Dat laatste zou dan een onwrikbare vaste wil van God zijn. Maar als Paulus aangeeft dat God wil dat alle mensen gered worden, tja, dan heb je daar het woordje dat die wensende wil vertegenwoordigd. Zo dachten ze onder het vaste plan van God uit te kunnen komen. Helaas hebben ze hun eigen leer niet goed uitgeplozen. Petrus gebruikt in zijn brief namelijk het Griekse woord dat de eisende wil van God betekent. Het is de wil, die afkomstig is van het vaste plan. Leerstellig komen deze “christelijke” opstellers van deze, God beentje lichtende, leer dus, helemaal tegen hun eigen zin, uit op het feit dat er nog altijd door de mens niks tegen die uitdrukkelijke wil van God in te brengen valt. Ik zou zeggen: Onderzoek nog eens rustig mijn studiereeks over de wil van God en controleer vooral of het ook klopt.

Efeziërs 1:9-10 God heeft ons de “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) van Zijn wil bekend gemaakt, in overeenstemming met het plezier dat Hij erin heeft, (die verborgenheid), die Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf, betreffende de bedeling (OICONOMIAN) van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus te hoofden;

We gaan terug naar de verborgenheid van Gods wil in ons Bijbelgedeelte. God heeft een wil, die alle tijden daarvoor verborgen gebleven was in God zelf. Het wordt hier zelfs nog heel nadrukkelijk erbij vermeld dat God Zich die verborgenheid van Zijn wil in Zichzelf had voorgenomen. Nou, probeer daar maar eens schaduwbeelden of types van in het Oude Testament over terug te vinden. Dat was ten enenmale onmogelijk simpel omdat God dit in Zichzelf gehouden heeft.

Deze verborgenheid van Gods wil is nu aan Paulus en de zijnen bekend gemaakt. Dat was echt een handeling waar God plezier in had. Daarom zegt Paulus dat het in overeenstemming is met het plezier dat God erin heeft. Hier hebben we dus een verborgenheid van de wil van God, die nooit ergens openbaar is gekomen. Die verborgenheid was er al voordat er ook nog maar sprake van aionen (tijdperken) was. Er was dus nog helemaal niet zoiets als tijd. Een dimensie, waar wij als mensen helemaal niet meer buitenom kunnen denken.

Een Facebook-vriend kwam met de vraag: “Definieer tijd”. Nou, dat is een pittige! Maar ik doe een poging. Ik heb het idee dat deze verborgenheid van Gods wil de tijd, zoals wij die kennen, volkomen omsluit. Maar die verborgenheid rijkt tevens zover dat het uitkomt in de bedeling/huishouding van de volheid der tijden. Het plan lag er dus al ver en ver terug. De volvoering van het plan ligt nog ver en ver in het verschiet. En als we hier later uitgebreid op in gaan zien we dat deze verborgenheid zelfs overgaat van het laatste stukje tijd in iets buiten de tijd. In elk geval buiten de aionen. En tot op de openbaring aan Paulus was het verborgen en had God er plezier in om dat met Paulus en ons in deze tijd te delen.

De aanwijzingen over het tijdstip dat deze wil bij God opkwam kunnen we terugvinden in het volgende citaat:
Efeziërs 3:8-9 Mij, de geringste van alle heiligen, is deze genade gegeven om de onnaspeurlijke rijkdommen van Christus onder de volken te verkondigen, en voor allen in het licht te stellen, wat de gemeenschap (KOINONIA) is van de “VERBORGENHEiD” (MUSTERIOU), die vanaf de aionen verborgen was in de God, die alle dingen geschapen heeft; opdat nu aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten door de gemeente bekend gemaakt zou worden de veelkleurige wijsheid van God, in overeenstemming met het plan van de aionen, dat God in Christus Jezus, onze Heer, had opgevat.
Vanaf de aionen was die wil van God verborgen in God.

Het plan was dus door God gesmeed voor alle tijdperken van de aionen. Dat plan was volledig verborgen in God gedurende alle tijdperken van de aionen, waardoor Paulus het dus de verborgenheid van Gods wil noemt, dat toen openbaar gemaakt werd. Die verborgenheid van Gods wil betreft dan weer iets wat in de volheid der tijden zal plaatsvinden. Die volheid der tijden wordt ook wel de laatste aioon, of de aioon der aionen, genoemd. Helemaal aan het eind van de tijd staat er dus iets op stapel, wat de verborgenheid van Gods wil genoemd wordt.

Maar wat was die wil van God, die al die aionen verborgen gebleven was in God?
Efeziërs 1: 10 Gods wil alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus hoofden;
Alles? Ja, ALLES!!! God heeft een plan in de Christus. In de Christus zou alles, zoals het er letterlijk staat, gehoofd worden.

Zie je hier weer hetzelfde probleem van de kerkleer naar voren komen? Met haar eigen leer in handen denkt de kerk te kunnen zeggen: “Ja, God kan dit natuurlijk wel wensen, dat echt alles onder de Christus gehoofd gaat worden, maar dan heeft Hij buiten de waard gerekend!!”
Zie je hoe men denkt een troef in handen te hebben om de boodschap dat maar een heel klein besloten groepje uiteindelijk onder dat ene Hoofd samen gebracht zal worden er als Bijbelse waarheid door te drukken? Dat zijn in hun denken dan vanzelfsprekend degenen, die “het geloven” heel goed gedaan hebben. Dat zijn dan degenen die zich op de borst kunnen slaan dat ze het er goed vanaf gebracht hebben.

“Nee”, denkt men, “God wenst dit alleen maar. Een mooi droombeeld, maar de werkelijkheid is hard”. Misschien zeggen ze zelfs wel: “Sorry God! Gaat niet door!”.
Tja, wat gaat in deze brief dan nog meer niet door?
Efeziërs 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil (slechts wensend) van God,
Efeziërs 1:5 God heeft ons tevoren door Jezus Christus tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd, naar het welbehagen van Zijn wil
(slechts wensend),
Efeziërs 1:11 Het plan van God, die alles werkt naar de raad van Zijn wil
(slechts wensend),
Efeziërs 5:17 Wees niet zo onverstandig, verstaat, wat de wil
(slechts wensend) van de Heer is.
Efeziërs 6:6 Doe als dienstknechten van Christus de wil
(slechts wensend) van God van harte;
Met die manier van denken heeft eigenlijk verder onderzoek van alle heerlijke zegeningen, die Paulus in deze brief oplepelt als Gods werk dus geen enkele zin meer. Dan hou je alleen maar die opmerkingen in de laatste hoofdstukken over, die we zelf dan als opdrachten aan ons mensen oppikken. De mens zit dan op de troon en God moet buigen. Wat een verschrikkelijke omdraaiing van zaken!

God toont ons de verborgenheid van Zijn wil, namelijk dat Hij alles wat in de hemelen en op aarde is in de Christus zal hoofden. Ik zal mijn inzicht heel even kort hier samenvatten om het later verder uit te werken. De Christus is volgens mij Christus Jezus als Hoofd van Zijn lichaam, de nieuwe mens, de gemeente waar wij nu leden van Zijn, samen met ons als Zijn lichaam. Het lichaam en het Hoofd vormen samen de Christus. Ik zei al: Dat ga ik in een volgende studie verder uitwerken.

Let nou op!!! Paulus noemt hier deze wil van God niet voor niets een verborgenheid, die toen pas openbaar kwam. Er was namelijk profetisch best wel al een plan voor deze hele schepping op aarde bekend. Dat lag al helemaal open. Dat hoefde niet als een soort verborgenheid nu nog eens openbaar gemaakt te worden. Dat alles hier op aarde onder Gods heerschappij terecht zou komen was nou niet bepaald verrassend. Ja, voor veel godsdienstige mensen, die geen toekomst voor het merendeel van de mensheid ziet is dit niet alleen verrassend, maar zelfs kwetsend. Zij zien uitsluitend zichzelf onder die heerschappij van Christus. Dan moet je niet, zoals de profetieën doen, daar eigenlijk iedereen in betrekken. Dat is kwetsend voor die gelovigen.

Profetisch reeds bekende voorzeggingen over de toekomst:
Psalm 22: 27 Alle einden van de aarde zullen het gedenken en zich tot Yahweh bekeren; alle geslachten van de volken zullen zich neerbuigen voor uw aangezicht.
Psalm 24: 1. Van Yahweh is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen.
Psalm 86: 9-10 Alle volken, die U gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U neerbuigen, o Adonai, en uw naam eren;
Psalm 145: 8-10 Yahweh is voor allen goed, en zijn barmhartigheid is over al zijn werken. Al uw werken zullen U loven,
Ezechiël 18: 4 Zie, alle zielen zijn van Mij,

Om deze reeds bekende profetische toekomst te verwerkelijken zal Israel een priesterlijk koninkrijk zijn met een priesterlijke dienst naar alle volkeren. Zo zal dit volk de opdracht die hen gegeven is ook concreet waarmaken:
Mattheus 28: 19 Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen en doopt hen tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en leert hen te bewaren alles wat ik jullie geboden heb.
Dit is geen opdracht aan ons als leden van die nieuwe mens. Was dat wel het geval, dan zouden we al 2.000 jaar lang er niks van gebakken hebben. Wie kan ook maar één volk opnoemen die inmiddels uit discipelen van de Heer bestaat? Er bestaat zelfs niet één zo´n volk, laat staan alle volken. Toch staat dat er letterlijk. Dit gaat Israel, aan wie die opdracht ook gegeven is, waarmaken in de toekomst. Vandaar dat resultaat in die profetische Bijbelteksten over alle einden der aarde en alle geslachten, die zich neerbuigen. Dat gaat concreet gebeuren. Daar zorgt God via Zijn volk Israel voor.

Ja, er gaat inderdaad concreet een gigantische opwekking plaatsvinden hier op aarde. Maar jammer voor al die gelovigen, die nu denken dat zij dat Israel vormen uitsluitend omdat ze eigenlijk het gewone, natuurlijke Israel in hun denken al uitgesloten hadden, zij gaan het niet meemaken. Of je het nou wenst of niet, of je het nou gelooft of niet, je hoort in deze tijd als jij je vertrouwen op de Heer gesteld hebt, bij het lichaam van Christus, die nieuwe mens. Die heeft geen deel aan deze aardse vervulling van de profetie.

Efeziërs 1: 10 Gods wil alles wat in de hemelen en wat op de aarde is in de Christus hoofden;
Er is meer dan alleen al die volkeren hier op de aarde. In de wil van God zit ook nog een plan met alles in de hemelen. Dat is onze plek, dat is onze politiek, dus ligt daar ook onze taak. En natuurlijk, God gaat dat in ons waarmaken. Het is alles genade. Het is puur Zijn werk in ons. Maar daarover later.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende