U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Wat is de verborgenheid in Efeze en Colosse?

Colossenzen 1:26 De verborgenheid, die verborgen is geweest van alle aionen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;

“MUSTERION”, dat is het Griekse woord voor “verborgenheid”. Wat dat nou precies inhoudt wordt er direct achteraan uitgelegd: Het was iets wat alle aionen (tijdperken) en alle geslachten daarvoor verborgen was.

Sommige mensen denken dan gelijk vanwege de uitdrukking “verborgenheid” of zoals andere vertalingen het weergeven “geheimenis”, dat het hier gaat over iets dat verborgen moet blijven, oftewel een geheimpje, dat bewaard moet blijven. Maar dat is duidelijk niet het geval. Wat schrijft Paulus er namelijk achteraan: “Het is NU geopenbaard aan Zijn heiligen”.

Dit geheimenis of deze verborgenheid is geen geheim meer. Het is niet meer verborgen. Het is namelijk geopenbaard. Paulus zet er ook nog eens uitdrukkelijk bij wanneer dit openbaar is gemaakt. Dat is “NU”, dus op het moment dat Paulus deze brief aan Colosse schrijft, maakt hij gelijk deze verborgenheid openbaar. Zo simpel is het. Tot op het moment dat Paulus deze brief (samen met de tweelingbrief “Efeze”) schreef was de waarheid, die hij openbaar maakte in deze brieven totaal onbekend. Het was verborgen. God had het als een geheim bewaard voor de gelovigen die in deze brieven aangesproken worden.

Wat betekent het nu dat deze verborgenheid verborgen is gebleven totdat het openbaar was gemaakt?
1/ Dat betekent dat je in het Oude Testament kan zoeken naar de inhoud van deze verborgenheid, maar tijdens die periode (de verborgenheid die verborgen is geweest van alle aionen en van alle geslachten), heeft God dit volkomen verborgen gehouden. Er was nog niets (zelfs niet in beelden of types) van deze verborgenheid openbaar gemaakt.
2/ Ook betekent het dat je in de vier Evangeliën van het Nieuwe Testament naar de inhoud van deze verborgenheid kan zoeken, maar ook tijdens die periode heeft God dit volkomen verborgen gehouden. Niets van deze verborgenheid is openbaar gemaakt tijdens de rondwandeling van Jezus Christus op aarde.
3/ Ja, zelfs betekent dit dat je in het boek de Handelingen en in de brieven, die in die tijd geschreven zijn, kan zoeken naar de inhoud van deze verborgenheid, maar zelfs daar (in die tijdsperiode) heeft God dit volkomen verborgen gehouden. Dus zelfs in die delen van het Nieuwe Testament was er niets van deze verborgenheid openbaar gemaakt. Het was verborgen totdat Paulus hier in Colosse aangaf dat het “NU” openbaar gemaakt is.

Toch nog weer eens eventjes ingaan op die vreemde uitdrukking “Verborgenheid”. Wat moet ik me daar nou eigenlijk bij voorstellen? Stel, je bent nog heel jong, nog voordat je ook maar iets gepresteerd of volbracht hebt. Maar je hebt wel iets heel moois, iets buitengewoons, iets wat nog nooit iemand gezien of gehoord heeft. Je stopt het echter weg, oftewel je verbergt het. Het grote, verpakte geheel begraaf je heel diep onder de grond, waar geen mens bij kan. Daarmee wordt het een verborgenheid.
Je leven gaat gewoon verder en het leven van alle mensen om je heen gaat ook gewoon verder. Je hebt plannen om in de toekomst iets te gaan doen, iets echt tot stand te brengen. Je spreekt daar al over, ook al is er van al je plannen nog niks concreet. Je tekent het soms uit, maar echt uitgewerkt is het nog niet. Maar de mensen om je heen hebben wel een indruk van je plannen. Ze zien als het ware al de schaduwen van wat je van plan bent. Er zijn al typen van jouw werkplannen waarneembaar.
Maar dan die verborgenheid. Dat hele mooie, dat buitengewone, datgene wat nog nooit iemand gezien of gehoord heeft, dat heb je echter helemaal weggeborgen en daar spreek je nooit over. Niemand in jouw omgeving vangt dan ook maar een schaduw of een type op van wat jij wel verborgen hebt. Het is en blijft een verborgenheid.
Je bent nu een stuk ouder en je werkt al je plannen en gedachten helemaal concreet uit. Iedereen kan nu in werkelijkheid zien wat je al die tijd al van plan geweest was. Bepaalde vrienden wisten zich nog uitspraken van je te herinneren, die ze nu verwezenlijkt zien in jouw uitwerking. Sommigen wijzen zelfs op de tekeningen, die je al op jonge leeftijd gemaakt had en zeggen verwonderd dat het er toen al in zat. “Ja”, zeggen die enkelingen, “wij hebben altijd al de schaduwen en typen bij je kunnen waarnemen. Kijk maar, daar zie je er een plaatje van en daar een uitspraak”. Voor velen was het een verrassing wat je later tot stand bracht, maar voor de enkelingen, die jou echt kennen, was het aanwijsbaar dat dit ervan moest komen.
Maar toen alles van al je plannen al in kannen en kruiken leek, toen nam je op een dag al je graaf-apparatuur en haalde je jouw verborgenheid boven de grond. Je pakte het geheel uit, haalde al het inpakpapier ervan af en daar kwam plotseling dat mooie, dat buitengewone, datgene wat nog nooit iemand gezien of gehoord had, daar kwam jouw verborgenheid zichtbaar voor iedereen. Je zei: “NU is de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle aionen en van alle geslachten, geopenbaard”.

Dat het voor de meesten iets was wat volslagen onbekend was, dat was te verwachten. Maar ook voor die enkelingen die jou zo goed kenden dat ze alle schaduwen en typen van al je plannen doorzagen, ook voor hen was dit iets compleet nieuws. Het was het nieuwe, wat gekomen is. Het was nieuw, niet alleen dat er iets nieuws gemaakt was waar de plannen al jaren van bekend waren, maar zelfs nieuw in de zin dat het totaal verrassend iets totaal anders was dan wat men ooit gekend, gezien of gehoord had. Toch was het er al vanaf je vroegste jeugd, maar verborgen. Het was nieuw omdat het verborgen was gebleven totdat het openbaar was gemaakt. Toen het openbaar kwam zag iedereen iets verbazingwekkends nieuw.

Dat is het geval met de nieuwe mens uit Efeze 2: 16. In het daaraan voorafgaande vers (Efeze 2: 15) staat nadrukkelijk dat dit het ene lichaam is, dat in Christus tot eenheid verbonden is. Dit is de openbaring van de verborgenheid, waarvan Paulus in Efeze 3: 3 zegt dat hij in het kort daarvoor (dus, dit eerdere hoofdstuk) erover geschreven had. In het vijfde vers (Efeze 3: 5) herhaalt Paulus dan vrijwel dezelfde uitspraak als in Collosse, namelijk dat het in vorige geslachten verborgen was gebleven en NU geopenbaard is.

De verborgenheid in Efeze en Colosse betreft dus ons als het lichaam van Christus. Wij zijn gezamenlijk dat ene lichaam van Christus. Vanaf dat Paulus dit bekend maakte tot en met de huidige tijd vormen wij als gelovigen in deze tijd samen die nieuwe mens. Je kan proberen om ons op te zoeken in het Oude Testament, je kan proberen om ons op te zoeken in de vier Evangeliën, je kan proberen om ons te vinden in het boek de Handelingen, inclusief de brieven uit die tijd en je zult ons nergens als het ene lichaam van Christus met Christus als het Hoofd tegenkomen. Je kan ons zelfs niet terugvinden in schaduwen of typen in die geschriften omdat we het cadeautje waren dat door de opgestane en verheerlijkte Christus Jezus aan Paulus openbaar is gemaakt. Hij heeft ons ermee bekend gemaakt. Zodoende weten we nu onze roeping, onze positie en onze hoop in Christus. Bekend gemaakt in de Efeze- en de Colossebrief.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende