U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Dingen Die Verschillen

We kunnen nu naar het tweede punt.
2. Er wordt nogmaals gewezen op een groei in reinheid en onberispelijkheid.
Filippi 1: 10 om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zullen jullie rein en onberispelijk zijn tot in de dag van Christus,

Ja, ja, iedereen die mij een beetje kent, die weet gelijk dat dit een favoriet Bijbelgedeelte is om in bedelingen te denken. Ik gaf altijd dat eerste gedeelte ‘om te onderscheiden, waarop het aankomt’ weer met de meer letterlijke vertaling: ‘om te beproeven, de dingen die verschillen’. Welke zaken waren het dan die wij moesten testen of beproeven om te ontdekken wat er verschilt? In mijn idee waren dat de diverse huishoudingen van God, die onderling behoorlijk verschillen.

Hier kan je een voorbeeld lezen van zo’n uitleg van mij.
De Vrucht Van Genade
Vanzelfsprekend blijft de les over genade pal overeind staan. De les van de haai in een te klein bassin is ook nog altijd van belang.

Maar laat ik beginnen met te zeggen dat die huishoudingen van God hier in deze brief helemaal niet genoemd werden. Nergens in de Filippibrief wordt de ‘oikonomia’ (de huishouding/bedeling) of de ‘oikonomos’ (de rentmeester/beheerder) letterlijk genoemd. Het speelt totaal niet in deze brief aan Filippi. Ook het vermelden van de openbaring van het geheimenis blijft in deze brief totaal achterwege.

Hoe moeten we dit ‘onderscheiden van de dingen die verschillen’ dan opvatten? Eigenlijk staat het er klip en klaar in één duidelijke, letterlijke zin.
Dan zullen jullie rein en onberispelijk zijn tot in de dag van Christus,
Het onderscheiden van zaken die verschillen is erop gericht om te groeien naar volwassenheid in de Heer, om te groeien naar reinheid, om te groeien naar onberispelijkheid. De groei naar volwassenheid is dus het wezenlijke doel.

Wat is dan de basis voor deze groei naar volwassenheid? Dat is dat ze weten te onderscheiden waarop het aankomt. Waar vind je dat nog meer?
Romeinen 2:17-18 Als jij je dan jood laat noemen, steunt op de wet, je beroemt op God, Zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, omdat jij onderricht in de wet geniet,
Daar heb je de groep, die weet te onderscheiden, waarop het aankomt. Die groep is niet de Gemeente, het Lichaam van Christus, de nieuwe mens, het geheimenis. Die groep is de groep joden. De oorzaak waardoor ze weten te onderscheiden, waarop het aankomt is omdat zij onderwezen zijn in de wet.

Het was de wet, die het volk Israel onderwees in de beloften van God.
Lukas 24:27 Jezus begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.
Lukas 24:44 Alles wat over Mij
[Christus Jezus] geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.
Johannes 1:45 Wij hebben Hem gevonden, van wie Mozes in
de wet geschreven heeft.
Johannes 5:39 jullie onderzoeken de Schriften, want jullie menen daarin het leven van de aioon te hebben, en deze zijn het, die van Mij getuigen,
Handelingen 26:22 Als een getuige, die hulp van God heeft ontvangen tot op deze dag, sta ik
[de apostel Paulus] dus hier voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zou,
Handelingen 28:23 Verscheidene, aan wie Paulus met nadruk het Koninkrijk van God voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus, uit
de wet van Mozes en de profeten, van de vroege morgen tot de avond toe.
Romeinen 2:20 Jullie bezitten in
de wet de belichaming van de kennis en van de waarheid,
Romeinen 3:21 Gerechtigheid van God, waarvan
de wet en de profeten getuigen,
Romeinen 3:31 Stellen wij
[gelovigen onder het Nieuwe Verbond] dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.
Romeinen 8:3-4 God heeft, door Zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat aan de zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat
de eis der wet vervuld zou worden in ons [gelovigen onder het Nieuwe Verbond], die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Hier in Filippi is dus vanaf het prilste begin sprake van een joodse gebedsplek, oftewel een synagoge. Daar is hier, in het stadium van deze brief, totaal nog niks aan veranderd. Het is best mogelijk dat er ook heidenen geroepen zijn tot dit nieuwe verbond. Maar de basis is duidelijk joods. De wet is daarmee ook vanzelfsprekend het onderwijs waardoor ze weten te onderscheiden waarop het aankomt.

Filippi 1: 9-10 Dit bid ik, dat jullie liefde nog steeds meer overvloedig zal zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt.
Een groei in liefde. Een groei in bovenkennis, wat hier vertaald is met ‘helder inzicht’. Een groei in onderscheidingsvermogen, wat hier is weergegeven met ‘fijngevoeligheid’. Alles in deze verzen tekent een groei naar geestelijke volwassenheid. Ook in onze oorspronkelijke tekst.
Filippi 1: 10 Dan zullen jullie rein en onberispelijk zijn tot in de dag van Christus,

Het uitzicht is niet, zoals we in onze vorige studie zagen, de dag des Heren. Het is niet het moment dat God de draad van het profetisch woord weer oppikt en de tijd van Jacobs benauwdheid begint, de tijd van de antichrist, de tijd van het beest. De hoop is gericht op de dag van de Messias, de komende aioon, wanneer Christus heerschappij over de aarde vanuit het Nieuw Jeruzalem een feit zal zijn. Tot die tijd werkt de Heer aan deze gelovigen van het Nieuwe Verbond, zodat ze rein en onberispelijk die dag van Christus binnentreden.

Rein:
De enige andere keer dat de Bijbel spreekt over reine gelovigen is bij de joden in de verstrooiing. (Vertaald met ‘zuiver’.)
2 Petrus 3:1 Dit is reeds de tweede brief, geliefden, die ik jullie schrijf; in beide tracht ik jullie zuiver besef door herinnering wakker te houden,
Onberispelijk:
De betekenis van dit woord is dat niemand tot vallen gebracht wordt. Dit woord wordt verder nog twee keer gebruikt in de Bijbel.
Handelingen 24:16 Hierin oefen ik mijzelf, altijd een onergerlijk geweten te hebben voor God en de mensen.
1 Corinthe 10:32
Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente van God aanstoot
Het geen aanstoot geven is letterlijk iemand niet tot val zijn. Ook zijn geweten bracht Paulus niet ten val.

Die laatste tekst is natuurlijk weer helemaal door ons (bedelingenleraars) ingepikt. Je zou drie groepen gelovigen moeten onderscheiden: Joden, Grieken en de Gemeente van God. Zelf denk ik dat er daar nog helemaal geen sprake was van het mondiale Lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is. Paulus legt zelf in de hoofdstukken 11 & 12 de plaatselijke lichamen van Christus uit, waarbij het hoofd bestaat uit medegelovigen. Niks Christus het Hoofd. Het was dus gewoon de synagoge, die daar de bijeenroeping van God was. Of Grieken inderdaad de heidenen zijn of dat het Grieks sprekende Joden waren is ook nog een vraag.
(Hier nog een interessante studie over deze Grieken)

Al met al is dit een typisch Joodse tekst met ook de typisch joodse groei naar volwassenheid, zoals dat in alle Nieuw Verbondsbrieven opgaat. Geen groei in kennis van onze volwassenheid in Christus. Zo wordt de reinheid en onberispelijkheid meegenomen het heerlijk komend Koninkrijk van God in. Tot in de dag van de Messias!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende