U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Uitopstanding

Tijd voor punt 19 uit mijn lijstje.
Paulus verwacht hier nog steeds de wederkomst van Christus, met daaraan verbonden de opstanding. Deze uitopstanding is een zekere tijd een stellige overtuiging voor mij geweest als de hoop van onze huishouding van genade.
Filippi 3: 11 Dat ik zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.
Laat ik het eens heel letterlijk proberen weer te geven:
“Aangezien ik arriveer tot in de uitopstanding, de uit van doden.”

Dit is al jaren een Bijbeltekst als struikelblok voor mij. Wellicht omdat ik de tekst teveel uit zijn context gelicht heb. De uitopstanding (exanastasis) is zo’n uniek woord, dat het feitelijk voor van alles en nog wat gebruikt kan worden. Gezien het feit dat het hier over de opstanding gaat, moet het dus wel slaan op de opstanding van het lichaam. Niet om een geestelijke opleving, of een opwekking onder de gelovigen. Maar verder veroorzaakte dit lastige woord een dood spoor in deze tekst.

Een tijdlang heb ik geloofd in een totaal aparte opstanding voor ons als gelovigen van het geheimenis vanwege dit unieke woord. Dan zou iemand uit onze huishouding van genade, die overlijdt, gelijk van tussen de doden uit opstaan. Omdat de Bijbel echter altijd van een lichamelijke opstanding spreekt was het een lastig te geloven leerstuk omdat er geen nieuw lichaam zichtbaar kwam en het oude lichaam er nog altijd bijlag in de kist.

Nu in verband met dit ‘LICHAMELIJK!’ opstaan het volgende. In 1 Corinthe 15 wordt de opstanding van de gelovigen voortdurend gelinkt aan de opstanding van Christus. Hij stond op en er waren honderden getuigen van Zijn nieuwe, geestelijke, lichaam. Het graf was ook leeg. Daar lag geen ziels lichaam meer in. Het één stond in directe relatie tot het ander in Corinthe. Bij een huidige gelovige binnen het geheimenis, die gelooft in de uitopstanding, moet na zijn overlijden, als hij inderdaad gelijk opstaat van tussen de doden uit, de kist of het graf dus ook vanzelfsprekend definitief leeg zijn. Er kan dan geen sprake meer zijn van een ziels lichaam.

Nu duik ik weer opnieuw in deze tekst. Eigenlijk ben ik al over de streep in de gedachte dat deze brief totaal niet over ons, het Lichaam van Christus, handelt. Dat geeft weer een nieuwe invalshoek. De fout, die ik de jaren door gemaakt heb, is dat ik deze tekst volkomen geïsoleerd heb. Deze brief heeft echter veel meer te melden over de hoop van de gelovigen, en wel de gelovigen van het Nieuwe Verbond. We zijn inmiddels al diverse verwijzingen naar Jezus komst naar de aarde tegengekomen. Maar nu blijkt dat we deze tekst kunnen aansluiten aan het hierop volgende Filippi 3: 20/21. Dat geeft een heel stuk meer licht.
Filippi 3: 20 Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als Redder verwachten,

We zijn nu bezig met punt 19 uit mijn lijstje, terwijl deze tekst (Filippi 3: 20) straks bij punt 21 nog uitgebreid aan de orde komt. Ik verwees net naar het toekomstig uitzien naar de redding in deze brief. Datzelfde is ook hier weer aan de orde. Christus is de Redder voor deze gelovigen, maar Hij is de toekomstige Redder. Men ziet ook uit naar Zijn komst uit dat rijk in de hemelen naar deze aarde. De aardse toekomstverwachting van het Nieuwe Verbond.

De uitopstanding uit de doden, die Paulus hier dus in Filippi 3: 11 noemt staat dan ook helemaal in dit perspectief. Opstanding is altijd lichamelijk. Dat zal plaatsvinden in die toekomst wanneer Christus als Redder voor hen verschijnt. Inderdaad blijft er dan, zoals bij elke opstanding, geen ziels lichaam in het graf achter. Hun graf zal dan ook echt leeg zijn. Men zal opgestaan zijn in een geestelijk lichaam. Dat is nou ook precies het kenmerkende reddingswerk van de toekomstige Christus, wanneer Hij als Redder verschijnt.
1 Corinthe 15:44 Er wordt een ziels lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt.

Nou kunnen we makkelijk het hele getuigenis van Gods Woord over opstandingen naast ons neerleggen met de gedachte dat tegenwoordig alles verborgen is. Het niet meer aanwezig zijn van een ziels lichaam, hoewel je hem nog steeds ziet, zou je dus kunnen weg verklaren met de gedachte dat het geloof nu reeds dat zielse lichaam verdwenen ziet, hoewel we dat lichaam letterlijk, door het verborgen zijn ervan, nog steeds zien. Zo’n constructie zit wankel in elkaar.

We zouden ook kunnen beweren dat de uitopstanding zo’n uniek woord is dat het zelfs alle consequenties in Gods Woord over opstandingen aan zijn laars lapt. De uitopstanding zou dan dus gewoon nog te maken kunnen hebben met een ziels lichaam in het graf terwijl er al een geestelijk lichaam opgestaan zou zijn. De Bijbel zegt echter helemaal niks over een dergelijke uitzondering op de regel.

Al met al neem ik nu aan dat het uitzien naar Christus toekomstige verschijning als Redder naar deze aarde, waarbij deze doden zullen opstaan, helemaal past binnen het bekende plaatje van het Nieuwe Verbond en niet binnen Paulus openbaring van het geheimenis.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende