U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Puur Joodse Opsommingen

Vandaag pakken we eens twee opeenvolgende punten uit mijn lijstje van 25 beet. Punt 16 & 17 zijn ook feitelijk een eenheid in het betoog van Paulus, wat het ook beter geschikt maakt om het in één keer samen te voegen.

16. De vraag wie nu de echte besnijdenis is, is dezelfde vraag als wie nu de echte jood is. Het is een vraag die geheel en al thuishoort onder het Nieuwe Verbond en niet binnen het geheimenis.
Filippi 3: 3 Wij zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen.

En dan punt 17. Paulus opsomming van al zijn typisch joods zijn is totaal niet van belang binnen het geheimenis, terwijl het er wel degelijk toe doet binnen Het Nieuwe Verbond.
Filippi 3: 5-6 Besneden op de achtste dag, uit het volk Israel, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid van de wet onberispelijk.

Filippi 3: 3 Wij zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen.
We beginnen natuurlijk bij punt 16 en dan met name de uitdrukking ‘Wij zijn de besnijdenis’. Paulus distantieert zich hier van de ongelovige joden, oftewel de versnijdenis in het daaraan voorafgaande vers. Om nu hier naar de gelovige jood te wijzen als de ware besnijdenis.
Filippi 3: 2 Let op de versnijdenis!

Wow! ‘de versnijdenis’. Dat is nogal een pittige omschrijving van deze Joodse leraars. Letterlijk noemt hij hen hier de verminking, mensen, die hun vlees versnijden. Hoe komt Paulus nou bij zo’n extreme beschrijving? Omdat zij hun identiteit in een openbaar uiterlijk teken vonden en niet in een innerlijke verandering.
Romeinen 2: 28-29 Die is niet een Jood, die het in het openbaar is; en die is ook niet de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is; Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis van het hart, in de geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.

De echte jood is dus die jood, die ook zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft. De ware besnijdenis is daar waar de Geest actief werkzaam is. Wij denken wellicht dat het nu alleen in onze huidige huishouding van God ertoe doet dat alles een innerlijke zaak is tussen God en ons. Nee, ook voor het volk Israel, waar wel degelijk uiterlijke zaken als bijvoorbeeld de besnijdenis gevonden worden, ook bij hen is het essentiële van hun zijn puur innerlijk.

Hier zien we dus de tekst in Romeinen 2 helemaal parallel lopen met onze uitgangstekst in Filippi 3. Israel heeft dus evenals in Rome ook in Filippi nog haar volwaardige plek. De manier waarop Paulus hier over Israel spreekt sluit totaal niet aan op het onderwijs over die ene nieuwe mens uit Efeze 2, waarin het onderscheid tussen jood en heiden is weggevallen.
Colosse 3: 10-11 De nieuwe (mens) aangedaan hebbend, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

En dan punt 17. Paulus opsomming van al zijn typisch joods zijn is totaal niet van belang binnen het geheimenis, terwijl het er wel degelijk toe doet binnen Het Nieuwe Verbond.
Filippi 3: 5-6 Besneden op de achtste dag, uit het volk Israel, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid van de wet onberispelijk.
Deze opsomming vanaf vers 5 is indrukwekkend voor gelovige joden, die zichzelf beschouwen als de ware besnijdenis (zoals Paulus zichzelf in vers 3 noemde).

Een precies eendere opsomming van zijn jood zijn vinden we opnieuw terug in de Romeinenbrief.
Romeinen 11: 1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.
Voor de nieuwe mens van Efeze 2, waarin geen jood en geen heiden zit, is deze opsomming totaal oninteressant.

Het feit dat Paulus in deze twee punten zo de nadruk legt op de uiterlijke kant van het Jood zijn tegenover de innerlijke kant en dat hij de kenmerken van zijn eigen Jood zijn zo definitief blijft opsommen zijn opnieuw duidelijke aanwijzingen van het typisch Nieuw Verbonds karakter van deze brief aan Filippi.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende