U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Met Lege Handen Bij Jezus Wederkomst

In deze studie pakken we mijn volgende twee punten beet: Punt 11 & 12.
11. Opnieuw is er het uitzicht op de aardse wederkomst van Christus.
Filippi 2: 16 tegen de dag van Christus,

12. Onder het Nieuwe Verbond kom je inderdaad voortdurend de waarschuwing tegen dat je dienst leeg kan zijn, vruchteloos, dat je wel gered bent, maar naakt.
Filippi 2: 16 Dat ik niet vruchteloos mijn wedloop gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb.

Het eerste punt is het telkens repeterende onderwerp in deze brief van de spoedig aanbrekende wederkomst van de Heer naar deze aarde. Iets wat zondermeer de hoop binnen het Nieuwe Verbond is. Maar laten we voordat we naar het tweede punt gaan eerste de hele tekst goed in zijn verband lezen.
Filippi 2: 16 het woord van het leven vasthoudend, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos mijn wedloop gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb.

Paulus spreekt de voorwaarde uit ‘Het woord van het leven vasthouden’ waardoor hij roem kan meenemen tot in de dag van Christus. De negatieve kant van die voorwaarde is zijn uitspraak ‘Niet vruchteloos mijn wedloop gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen’.
Dit kan dus simpelweg niks anders betekenen dan dat Paulus hier vruchteloos had kunnen rennen en zich inspannen! Zijn dienst had dus waardeloos kunnen zijn.

Dit getob van Paulus is totaal onherkenbaar als we de heerlijke onvoorwaardelijke vastigheid van het evangelie voor de aandacht hebben, zoals wij die binnen het geheimenis mogen kennen. Maar toen Paulus in Handelingen 15 optrok naar die grote vergadering in Jeruzalem met alle Bobo’s binnen het Nieuwe Verbond, toen speelde dezelfde vertwijfeling Paulus ook parten.
Galaten 2:2 Ik [Paulus] ging op grond van een openbaring. En ik legde hun het evangelie voor, dat ik onder de heidenen verkondig, afzonderlijk echter aan hen, die in aanzien waren, opdat ik niet vruchteloos liep of gelopen had.

Het rennen van Paulus zou veranderen in genadewandel toen hij de openbaring van het geheimenis van God ontving. In Efeze en Colosse zoek je dan ook vergeefs naar dit afmattende geren. Hier nog even waar het dan nog wel verder voorkomt.
1 Corinthe 9:24 Weten jullie niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat er maar één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zo, dat jullie die behalen!
1 Corinthe 9:26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat.
Galaten 5:7 Jullie liepen goed. Wie is je in de weg gekomen, dat je aan de waarheid niet meer gehoorzaamt?
Hebreeën 12:1 Laten wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.

Al dit geren voor de Heer had inderdaad een plek binnen het Nieuwe Verbond. Er valt nog een heleboel over te zeggen, zoals dat die Ene die de prijs wint uitsluitend Christus zelf kan zijn, die Zijn renwerk (ook onder het Nieuwe Verbond) uit genade in de gelovigen volbrengt. Als alleen Paulus en Petrus hadden moeten rennen met de voorkennis dat slechts één de prijs kan winnen, dan zou dat zelfs tussen die twee betekenen dat er dus eentje zonder prijs aankomt, hoe hard die ook gerend mocht hebben. De dienst onder het Nieuwe Verbond hield echter in dat ze allemaal renden. Maar gelukkig, de ENE heeft de prijs behaald. Vanuit die rust wordt er binnen het Nieuwe Verbond gerend.

Naast die grote vergadering in Jeruzalem waren er nog wel meer momenten dat Paulus twijfelt aan het effect van zijn dienst. Hier de overige Bijbelteksten:
Galaten 4:11 Ik vrees, dat ik mij wellicht vergeefs voor jullie ingespannen heb.
1 Thessalonica 3:5 Ik zond hem om mij te vergewissen van jullie geloof, of de verzoeker je misschien verzocht had en onze inspanning vruchteloos zou geworden zijn.

Als Paulus hier schrijft dat zijn rennen en zijn inspanning vruchteloos kan zijn, dan staat er eigenlijk letterlijk dat dit rennen en zich inspannen uitmondt tot in leegte. Het is echter ook onder het Nieuwe Verbond dat Paulus zich maar al te goed ervan bewust is dat als God Zijn genade in hem uitwerkt, dat dit absoluut niet uitmondt in leegte.
1 Corinthe15:10 Door de genade van God ben ik, wat ik ben, en Zijn genade aan mij is niet vergeefs,

Dit woordje ‘vergeefs’ is hetzelfde Griekse woord. ‘Zijn genade aan mij is geen leegte’. Oftewel, dat is niet vruchteloos. Dus ook onder het Nieuwe Verbond is vruchteloze dienst uitsluitend daar waar genade niet werkt. De volgende tekst waar dit Griekse woord weer voorkomt geeft aan dat zonder Christus opstanding welke dienst dan ook vruchteloos is.
1 Corinthe 15:14 Indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.

En weer een tekst verder met ditzelfde Griekse woord geeft aan dat het werk, wat de Heer in de gelovige verricht nooit vruchteloos is.
1 Corinthe 15:58 Mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk van de Here, wetende, dat je arbeid niet vergeefs is in de Here.
Opletten hier!!! Het is het werk van de Here zelf hier, dat niet leeg is. Het gaat hier dus niet over werk voor de Here!
Binnen het Nieuwe Verbond komt telkens de angst van vruchteloosheid om de hoek kijken, terwijl die angst er totaal niet is binnen de huishouding van genade, waar wij toe behoren. Wat kan daar de reden voor zijn?

Zelf denk ik dat onze volkomen (volmaakt/volwassen) positie in Christus de zekerheid van de werking van Gods genade van begin tot eind onderstreept. Daar is dan ook geen plek voor angst voor vruchteloosheid. Onder het Nieuwe Verbond moet de werking van genade blijken in volharding, doorzetting en trouw. Daar is sprake van een ontwikkeling, een groei. Bij ons is ook wel sprake van een groei, maar dat is een groei in inzicht in wie wij nu reeds zijn in Christus. Wie wij zijn in Christus is al een voldongen feit. We groeien in het ontdekken daarvan. De groei tijdens het Nieuwe Verbond geeft echter aan dat het niet gelijk duidelijk is waar genade wel of niet werkt. Er kan dus sprake zijn van vruchteloosheid.

Nu nog even terug naar dat Griekse grondwoord voor die vruchteloosheid. Komt dat niet voor in de brieven Efeze en Colosse? Jazeker wel!
Efeze 5:6 Laat niemand je misleiden met drogredenen
Colosse 2:8 Ziet toe, dat niemand je meesleept door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog,
Ook wij, levend binnen het geheimenis, worden geconfronteerd met drogredenen, letterlijk: vruchteloze redeneringen, en ook met ijdel bedrog, letterlijk: vruchteloos bedrog. Maar dit komt van buitenaf op ons af om ons af te houden van die volheid van genade die nu werkt.

Pas op. Het staat hier in deze geheimenisbrieven als van buitenaf. Maar als je niet het geheimenis en Gods overvloeiende genade, maar het christendom als jouw veilige haven ziet, dan lijkt het inderdaad van binnenuit. Maar de hele christenheid is feitelijk een buiten Bijbels gegeven.
Paulus vertwijfeling in dit vers over zijn vruchteloze inspanningen passen dus kenmerkend bij zijn dienst binnen het Nieuwe Verbond.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende