U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Vreze & Beven

We hebben in onze vorige studie een begin gemaakt aan ons onderzoek van het zesde punt op mijn lijstje van 25. Hier hebben we nog eens de tekst:
Filippi 2: 12 Daarom, mijn geliefden, zoals jullie altijd gehoorzaam zijn geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, je redding bewerken met vreze en beven,

Met vreze en beven. Met deze uitdrukking zijn we al in het zevende punt aangekomen. Zitten we als Evangelischen niet eigenlijk allemaal een beetje met deze uitdrukking in de maag? Het is een uitdrukking die ik altijd maar al te graag van zijn enorm angstig imago heb willen verlossen, maar helaas…. Het Griekse grondwoord ‘phobos’ voor ‘vreze’ zegt eigenlijk al genoeg.

Wij kennen dit woord ‘phobos’ zelf maar al te goed van de diverse fobieën, oftewel angststoornissen, die mensen kunnen hebben. Met het beven is het al niet veel beter gesteld. Het Griekse woord, wat hier gebruikt wordt, is ‘tromos’, wat wijst op het trillen of beven van angst. En ook dit woord herkennen wij in mensen met een (‘tromos’) trauma.

De totale uitdrukking, zoals die hier gehanteerd wordt, komt buiten onze tekst nog slechts vier maal voor in de hele Bijbel. De drie keren in het Nieuwe Testament tekent wel heel duidelijk dat we het gewoon letterlijk zullen moeten nemen, maar het handelt daar niet over vreze en beven voor God.

1 Corinthe 2: 3 Ik [Paulus] kwam in zwakheid, met veel vrezen en beven bij jullie [de Corinthiërs];
Hier is het Paulus zwakke verschijning onder de Corinthiërs, die dit stempel opgedrukt krijgt. Hij was zich er maar al te goed van bewust dat hij hier op nogal wat vijandschap zou stuiten. Daarbij keek hij ook nog eens op zijn eigen onbekwaamheid. Behoorlijk wat ingrediënten voor concrete fobieën en trauma’s.

Net als wij moest Paulus dus op de genade van God gewezen worden. Dat deed God destijds op de Nieuwe Verbonds manier. Zo’n openbaring hoeven wij nu niet op te rekenen binnen het geheimenis.
Handelingen 18:9-10 De Here zei in de nacht door een gezicht tegen Paulus: Wees niet bang, maar spreek en zwijg niet; want Ik ben met je en niemand zal het op jou toeleggen om je kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.

2 Corinthe 7: 14-15 Onze roem over jullie is bij Titus waarheid gebleken. En zijn genegenheid gaat des te meer naar jullie uit, wanneer hij zich al jullie gehoorzaamheid herinnert, hoe jullie hem met
vrezen en beven hebben ontvangen.
Hier hebben we de tweede vermelding van vreze en beven in het Nieuwe Testament.

Paulus had deze gelovigen in Corinthe nogal stevig aangepakt.
1 Corinthe 5:5 We leveren die man in de naam van de Here Jezus over aan satan, tot verderf van zijn vlees, opdat de geest gered zal worden in de dag van de Here Jezus.
Dit is helemaal een aanpak, die thuishoort bij de krachten van de toekomende eeuw, het Nieuwe Verbond. Een dergelijke aanpak past niet binnen de Gemeente, het Lichaam van Christus. (Laat je niks wijsmaken. Niemand kan het tegenwoordig.)

Na deze radicale aanpak in de eerste brief aan Corinthe was Titus gekomen om te zien of dit nu ook concreet tot een verandering bij hen heeft geleid. Vanzelfsprekend dat dit bij die gelovigen echte vreze en beven opleverde. De uitkomt is echter alleszins bevredigend..
2 Corinthe 7: 16 Het verblijdt mij, dat ik in elk opzicht over jullie gerust kan zijn.

Efeze 6: 5 Slaven, weest jullie heren naar het vlees gehoorzaam met
vreze en beven, in eenvoud van jullie harten, als aan Christus,
Hier hebben we de derde en laatste keer dat deze uitdrukking ‘vreze en beven’ in het Nieuwe Testament vermeld wordt. En dit keer zitten we midden in Gods huishouding, waar wij tegenwoordig toe behoren: Het geheimenis, de Gemeente, het Lichaam van Christus. Wat doet vreze en beven hier dan?

In de uitlegboekjes en preken over dit gedeelte valt op dat vrijwel iedereen gelijk de toepassing maakt van de relatie werkgever/werknemer. Dat is niet wat hier letterlijk besproken wordt. Iemand die tegenwoordig een baan van negen tot vijf heeft als boekhouder in een bedrijf, zo iemand heeft totaal geen enkel idee van de relatie slaaf/meester. Daar gaat het hier over.

We weten wat de maatschappij tegenwoordig van slavernij vindt. Daar is geen echt positief oordeel over. Dat horen we te veroordelen. Maar wat zegt de Bijbel erover?
1 Corinthe7:21-23 Ben je als slaaf geroepen, bekommer je er niet over, maar als je ook nog vrij kan worden, maak er dan te meer gebruik van. Want de slaaf, die in de Here geroepen werd, is een vrijgelatene van de Here; zo is ook hij, die als vrije geroepen werd, een slaaf van Christus. Je bent gekocht en betaald. Weest geen slaven van mensen.

Die laatste uitspraak lijkt maatschappelijke bevrijding van de slavernij te verkondigen, maar dit wordt hier ook tot slaven gezegd. In hun slavernij geen slaaf van mensen te zijn. Het begin geeft aan dat ze zich om hun slavernij niet druk hoefden te maken, omdat dat niet het wezenlijke van hun leven is. De vrijheid in de Here mag elke slaaf ook kennen, dat is hier de boodschap.

Galaten 3: 27-28 Jullie zijn allen in Christus gedoopt, jullie hebben je met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: jullie zijn immers allemaal één in Christus Jezus.
Dit zegt Paulus over de plaatselijke synagogen onder het Nieuwe Verbond. In die plaatselijke synagoge kon de meester niet de baas spelen over de slaaf omdat ze daar één waren in Christus Jezus. In de gewone werksituatie was de meester echter nog altijd de baas.

Zo kon er ook geen onderscheid zijn tussen man en vrouw binnen de functies van de synagoge, hoewel vanzelfsprekend in het gewone verkeer er nog altijd het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk bleef. Precies hetzelfde tussen Jood en Griek. Binnen het functioneren in de synagoge geen enkel onderscheid. Je hoeft maar naar de uiterlijke trekken te kijken of je ziet het onderscheid al. Dat is niet plotseling wonderbaarlijk weg gevallen.

Het was al heel revolutionair dat binnen het functioneren van de synagoge al deze verschillen wegvielen omdat men zich daar uitsluitend baseerde op de werkelijkheid die de doop in Christus tot stand had gebracht. Men zag daar de slaaf niet meer aan als slaaf. Men zag de meester niet meer aan als baas. Men zag de vrouw niet meer aan als vrouw. Men zag de man niet meer aan als man. Men zag de Jood niet meer aan als Jood. Men zag de Griek niet meer aan als Griek. Men kende daar simpelweg niemand meer naar het vlees.
2 Corinthe 5:16 Wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.

Colosse 3: 10-11 De nieuwe mens waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.
Wij, de Gemeente, het Lichaam van Christus, vormen nu (Efeze 2: 15) gezamenlijk deze nieuwe mens.

Dit is niet zoals onder het Nieuwe Verbond een uiterlijk, plaatselijk iets. Het is de mondiale, verborgen Gemeente, die dwars door alle kerkmuren heenloopt en ook zeker ver daarbuiten. Dit lijkt veel lastiger om hier mee te rekenen. Ook binnen deze Gemeente is al het onderscheid in Christus weggevallen. We zullen voor onze praktijk echt alleen op Gods genade kunnen terugvallen, willen we hier praktisch ook maar iets van verwezenlijken.

In de Bijbel wordt het maatschappelijk fenomeen ‘slavernij’ met al zijn fobieën en trauma’s dus totaal niet aangepakt. Dat hoort als het ware thuis binnen het pakkie an van deze wereld. Aan de wereld wordt door het evangelie niets vertimmerd. Vandaar dat je dus nou juist net als Gods huishouding waar wij toe behoren wordt besproken ook de slavernij aan bod komt.
Efeze 6: 5 Slaven, weest jullie heren naar het vlees gehoorzaam met vreze en beven, in eenvoud van jullie harten, als aan Christus,

Onder die heren zitten behoorlijk strenge, asociale, ja zelfs onrechtvaardige baasjes. Het gehoorzamen daarvan gaat beslist niet zonder vervelende emoties gepaard, zoals fobieën en trauma’s. Maar in die rotte situatie wijst Paulus op de weg van genade. De eenvoud van het hart. In alles richt jij als slaaf je op Die Ene: Christus. Onze gehoorzaamheid is aan Christus. Daar heb je die vrijgelatene in de Here, die deze slaaf is, zoals Paulus dat in 1 Corinthe 7 beschreef.

Filippi 2: 12 Blijft, …, je redding bewerken met vreze en beven,
We weten inmiddels dat die redding bewerken inhoudt dat de gelovige onder het Nieuwe Verbond uiteindelijk uitkomt in die komende aioon, in dat Koninkrijk van God. Dat bewerken gaat met veel moeite, veel lijden, veel emoties, gepaard. Maar hoe kan dat Koninkrijk nou daaraan verbonden zijn: vreze en beven? De enige tekst met deze uitdrukking in het Oude Testament geeft daar antwoord op.

Daniël 6:26 Door mij wordt bevel gegeven, dat men in het hele machtsgebied van mijn koninkrijk voor de God van Daniel zal vrezen en beven; want Hij is de levende God, die blijft tot in de aioon; zijn koningschap is onverderfelijk en zijn heerschappij duurt tot het einde;
Hier gaat het over God als de Koning in de komende aioon. Het hele onderwerp daar is Zijn heerschappij. Het is dus exact dat behoud in het komend aardse Koninkrijk van God, waartoe de gelovigen hier in Filippi worden opgewekt om dat te bewerken met vreze en beven.

(ik verwijs ook nog naar een vroege uitleg van mij over dit onderwerp. Dat is niet om je in verwarring te brengen, maar om jou zelf op speurtocht te zetten naar de werkelijke Bijbelse lijn. Click op onderstaande link.)
Vrezen & Beven

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende