U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Israel = Israel. Jood = Jood

Men ziet Handelingen 28: 28 nogal eens als een soort magische overgang. Voor die tijd zou je dan dus het onderscheid tussen Jood en heiden hebben. Daarna zou dat opgeheven zijn. Voor die tijd zouden de uiterlijke synagogen functioneren. Na die tijd nog uitsluitend het verborgen Lichaam van Christus.

Handelingen 28:28 Het zij jullie [De Joden] dan bekend, dat deze redding van God aan de volkeren gezonden is; die zullen dan ook horen!
Hier staat totaal niet dat voortaan de redding van God gelijkelijk zou zijn over jood en heiden, dat elk onderscheid weggevallen zou zijn, dat er zelfs totaal geen sprake meer zou zijn van Jood of heiden omdat er één nieuwe Mens is, namelijk het Lichaam van Christus.

Hier is nog voluit sprake van het kenmerkende onderscheid, zoals dat thuishoort binnen het Koninkrijk.
Romeinen 2:9-10 Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek; maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek.
Paulus hanteerde heel de Handelingen door dit beginsel: ‘Eerst de Jood en ook de Griek’. Zelfs Handelingen 28: 28 is een voltrekking van dit Koninkrijksbeginsel. Zo paste zijn apostelschap voor de volkeren ook binnen dit beginsel.

Zij die geroepen waren binnen zo’n Koninkrijks-synagoge hadden een wandel overeenkomstig hun roeping, hadden een uitzicht overeenkomstig hun roeping, hadden een hoop overeenkomstig hun roeping, hadden zelfs een loon overeenkomstig hun roeping.
Romeinen 11:29 De roeping van God is onberouwelijk.
Onberouwelijk betekent dat God daar niet op terug komt. Dat was ook het geval in die brieven die wel later geschreven zijn, maar met geen woord spreken over de verborgenheid, het Lichaam van Christus.

De prijs, de verwachting en de hoop die passen bij onze roeping is uniek.
Filippi 3:14 Het doel, om de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.

Het zal ons nu wellicht een heel stuk minder verbazen dat in één bepaald Bijbelgedeelte, die zo duidelijk aan de Gemeente, het Lichaam van Christus gericht is, die allereerste uitdrukking ‘Koninkrijk van God’ toch voorkomt.
Colosse 4:10-11 Aristarchus, mijn medegevangene, laat jullie groeten, en Marcus, de neef van Barnabas (over hem hebben jullie opdracht gekregen; ontvang hem, als hij bij jullie mocht komen) Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk van God, en die mij dan ook tot troost zijn geweest.

Die medewerkers voor het letterlijke, aardse Koninkrijk van God zijn niet plotsklaps overleden. Hun speciale roeping tot dat aardse Koninkrijk is hen ook niet zomaar afgenomen, zo van: ‘Oeps! Sorry hoor. Ik had jullie dan wel geroepen voor dit aardse Koninkrijk, maar nu blijkt dat jullie toch eigenlijk geroepen hadden moeten zijn voor die bovenhemelse positie. Sorry, Mijn foutje.’

Paulus kende hen van hun speciale dienst voor de besnijdenis en blijkbaar kenden deze gelovigen in Colosse deze Joden ook. Vanzelfsprekend dus dat hij de groeten overbrengt.

Die zogenaamde grenslijn van Handelingen 28: 28 kom ik in een latere studie nog zeer uitgebreid op terug. Nu eerst nog wat primaire Bijbelstudiebeginselen.

Ik kan me heel goed voorstellen dat alles wat je hier leest behoorlijk verwarrend voor je is. Mijn advies is:
1. Lees de Bijbel in zijn letterlijke betekenis
2. Vertaal uitdrukkingen als ‘Israel’, ‘Juda’, ‘Jeruzalem’, ‘Jood’, ‘heiden’ en ‘Sion’ niet tot iets persoonlijks voor jou, tenzij jij Israel, Juda, Jeruzalem, Jood, heiden of Sion bent en beslist geen plek hebt binnen het Lichaam van Christus.
3. Pas beloften aan Israel e.d. uitsluitend toe op Israel e.d.
4. Gooi vergeestelijking van Bijbelteksten in de prullenbak.
5. Israel is het aardse, uiterlijke verbondsvolk van God.
6. De Bijbel is voor de volle 100 % een Joods boek.
7. Voor vrijwel 99,99 % is de Bijbel uitsluitend gericht tot Israel en via hen tot de volkeren.
8. Enkele brieven Efeze, Filippi en Colosse (wellicht 1/100 %) zijn de enige uitzondering daarop.

Misschien dat jij nu komt met de tegenwerping dat aardse Joden geen echte Joden meer zijn omdat zij geestelijk gezien geen godlovers zijn.
Romeinen 2:28-29 Niet hij is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dat is besnijdenis wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood, die het in het verborgen is, en de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.

Sluit deze uitspraak van Paulus de onveranderde Jood uit en plaatst het ons als christenen daarvoor in de plaats? Dat is wat veel christenen leren. Dan is ineens de hele Bijbel aan ons gericht en kunnen we vergeestelijken zoveel als we willen.

Aan de Jood legt Paulus hier uit wie nu een echte Jood is. Dan heb je niet genoeg aan het uiterlijke. Dan moet het innerlijk ook in orde zijn. Wat is daar nou zo moeilijk aan te begrijpen? Inderdaad is bij het Jood zijn niet alleen het ras bepalend, niet alleen het besneden zijn bepalend. Je mag verwachten bij een Jood, dat hij in overeenstemming met wat die benaming aangeeft ook Zijn God looft. Deze tekst sluit dus niet de Jood uit. Het geeft alleen een nadere bepaling van wie een ware Jood is. (Dat geeft trouwens ook een totaal andere kijk op het nu nog onbekeerde volk Israel in het beloofde land.)

Ik hoop hiermee de hemelshoge berg verwarring wat weggeschoffeld te hebben. Zoals gezegd komen we nog terug op die schijnbare grenslijn. Eerst gaan we in de volgende studies verder met de vermeldingen van het Koninkrijk of de Heerschappij in de brieven aan die Nieuwe Mens, het Lichaam van Christus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende