U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Medewerkers Voor Het Koninkrijk Uit De Besnijdenis

Ik wil nu de focus richten op de uitgesproken Bijbelboeken die direct aan ons, de Gemeente, het Lichaam van Christus, geschreven zijn. Dan val je waarschijnlijk gelijk in stomme verbazing.
Eén bepaald Bijbelgedeelte, dat gericht is aan die Nieuwe Mens, Het Lichaam van Christus, heeft toch nog een heel nadrukkelijke relatie met het uiterlijke, aardse Koninkrijk van God!
Colosse 4:10-11 Aristarchus, mijn medegevangene, laat jullie groeten, en Marcus, de neef van Barnabas (over hem hebben jullie opdracht gekregen; ontvang hem, als hij bij jullie mocht komen) Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk van God, en die mij dan ook tot troost zijn geweest.

Ik weet dat veel leraars de apostel voor de heidenen, Paulus, niet eens echt in een relatie willen brengen met Joden oftewel besnedenen. Tenslotte was Paulus toch, buiten de openbaring van de verborgenheid om, de apostel van de heidenen?
Handelingen 13:46-48 Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot jullie [Het Joodse volk] het woord van God werd gesproken, maar nu jullie het verstoten en jullie jezelf het leven van de aioon niet waardig keuren, kijk, nu wenden wij ons tot de volkeren. Want zo heeft ons de Here geboden: Ik heb jullie gesteld tot een licht van de volkeren, opdat jullie tot redding zouden zijn tot aan het uiterste van de aarde. Toen de volkeren dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord van de Heer; en allen, die bestemd waren tot het leven van de aioon, kwamen tot geloof;
Handelingen 15:12 Ze hoorden Barnabas en Paulus alle tekenen en wonderen vertellen die God door hen
onder de heidenen gedaan had.
Handelingen 18:6 Toen
dezen [De Joden] zich verzetten en lasterden, schudde hij zijn kleren uit en zei tegen hen [De Joden]: Jullie bloed is nu op jullie hoofd; ik ben er rein van, voortaan zal ik mij tot de volkeren wenden.
Handelingen 28:28 Het zij
jullie [De Joden] dan bekend, dat deze redding van God aan de volkeren gezonden is; die zullen dan ook horen!
Romeinen 1:5 door wie wij genade en
het apostelschap ontvangen hebben om gehoorzaamheid van het geloof te bewerken voor zijn naam onder al de volkeren,
Romeinen 11:13 Ik spreek tot
jullie, volkeren. Juist omdat ik apostel van de volkeren ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening,
Galaten 1:15-16 Toen het God, die mij van de schoot van mijn moeder aan afgezonderd en door Zijn genade geroepen heeft, behaagd had Zijn Zoon in mij te openbaren,
opdat ik Hem onder de volkeren verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed;
Galaten 2:7-9 Toen zij zagen, dat mij
het evangelie van de niet besnijdenis toevertrouwd was, zoals aan Petrus die van de besnijdenis, (immers Hij, die Petrus kracht gaf tot in het apostel zijn van de besnijdenis, gaf die kracht ook aan mij tot in de volkeren), en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden tot in de volkeren, zij tot in de besnijdenis gaan.
1 Timotheus 2:7 Ik ben daartoe als
een verkondiger en een apostel gesteld (ik spreek waarheid en geen leugen) als een leermeester van de volkeren in geloof en waarheid.

Ai!!! Die laatste tekst lijkt er niet thuis te horen. Het feit dat Paulus in zijn brief aan Timotheus toch nog de nadruk legt op zijn apostelschap voor de volkeren is voor velen een doorslaand bewijs dat ook bij de openbaring van de verborgenheid (De Gemeente, het Lichaam van Christus) er in Paulus dienst feitelijk niks veranderd is. Hij blijft gewoon onderscheid aanbrengen tussen de Joden en de volkeren. Daar lijkt dus van het wegvallen van het onderscheid tussen Jood en heiden, zoals in die Nieuwe Mens, het Lichaam van Christus, ineens geen enkele sprake meer te zijn.

We gaan even op zoek naar Paulus uitzonderlijke dienst (of beter gezegd: diensten) van God. We komen namelijk uit op Paulus twee afzonderlijke bedieningen.

1. Nieuwe Verbond – Ten eerste de jood – Ten tweede de heiden
Handelingen 21:19 Hij vertelde in bijzonderheden, wat God onder de heidenen door zijn dienst had verricht.
Romeinen 11:13 Juist omdat ik
apostel van de heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening.
Romeinen 15:16 Om
een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen te zijn in de heilige dienst van het evangelie van God,
2 Corinthe 3:6 God, die ons ook bekwaam gemaakt heeft om
dienaren te zijn van een nieuw verbond niet van de letter, maar van de Geest,

2. De Verborgenheid – Nieuwe Mens – Geen jood – Geen heiden
Efeze 3: 6-7 Deze verborgenheid, dat de heidenen samen–erfgenamen zijn, een samen-lichaam en samen-deelgenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie, waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave van God, die mij geschonken is naar de werking van Zijn kracht.
Jood & heiden vormen nu in die Nieuwe Mens samen erfgenamen (een eenheid), een samen lichaam (een eenheid) en samen deelgenoten van de belofte in Christus Jezus (ook eenheid). Die twee bestaan daar dus niet apart. Er is alleen nog die Nieuwe Mens.
Voor een wat uitgebreidener uitleg van deze nieuwe eenheid click hier
Colosse 1: 23 Je niet laten afbrengen van de hoop van het evangelie, dat jullie gehoord hebben en dat verkondigd is in de hele schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben. Ik verblijd mij nu over hetgeen ik voor jullie lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn lichaam, dat is de gemeente. Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder jullie het woord van God tot zijn volle recht te doen komen, de verborgenheid, die eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard aan zijn heiligen.

Ondanks dat de brieven aan Timotheus en ook die aan Titus duidelijk late brieven zijn, en dus na de openbaring van de verborgenheid zijn geschreven, klopt het volkomen dat Paulus in deze brieven volledig van het onderscheid tussen Jood en heiden, zoals dat gold binnen het Nieuwe Verbond, uitging en dus bovendien zijn apostelschap voor de volkeren liet gelden. Dat past namelijk helemaal in het kenmerkende Koninkrijkskarakter van deze brieven.

In deze brieven (Timotheus/Titus) wijst Paulus op kenmerkende Koninkrijksgaven, die door handoplegging zijn ontvangen. Het hiërarchisch geestelijk onderscheid onder de gelovigen, zoals die wel voorkwam binnen die plaatselijke synagogen van het Koninkrijk, functioneerde daar ook nog volop. Dat zie je ook duidelijk in de aanstelling van de speciale ambten, die thuishoren in een uiterlijk lichaam en niet in het verborgen Lichaam van Christus. Hier geldt weer dat Gods roeping onberouwelijk is. Paulus eerste dienst aan hen bleef ook gewoon doorgaan.

De vraag aan het begin van deze studie was: Hoe is het mogelijk dat Paulus in Colosse, wat duidelijk aan het Lichaam van Christus geschreven is, toch de groeten doet van medewerkers uit de besnijdenis voor het uiterlijke, aardse Koninkrijk van God. Gezien de twee afzonderlijke diensten die Paulus van God gekregen heeft is het eigenlijk vanzelfsprekend dat hij deze medewerkers voor het Koninkrijk van God kende en wellicht zelfs nauw met hen samengewerkt heeft, of zelfs nog deed.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende