U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Jezus, Apostel Van Het Koninkrijk

In onze vorige studie hebben we de letterlijke betekenis van Jezus oproep aan Zijn volgelingen om eerst Zijn Koninkrijk te zoeken bekeken. Heb je het gevoel dat je nu iets uit handen geslagen is?

Mattheus 6: 33 Zoek eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal je bovendien geschonken worden.
Natuurlijk maakt zo’n letterlijke interpretatie van deze tekst, dat je er voor het hier en nu (in onze huishouding van God: Het Lichaam van Christus) geen enkele praktische les uit kan halen. Dat staat voor veel evangelische christenen tegenwoordig zo ongeveer gelijk aan Bijbelkritiek. Ja mensen, als je me wilt veroordelen vanwege het letterlijk nemen van de Bijbel, dan ligt hier je kans.

Zo’n toepassing van ‘Zoek eerst Zijn Koninkrijk’ uitleggen als ‘In de eerste plaats God gehoorzaam zijn’, maakt trouwens geen gelovigen die uit genade leren leven. Het creëert alleen maar slavendienst. Daar lijkt me niks praktisch aan. Het is juist zeer praktisch onderscheid te zien in Gods handelen met Zijn aardse volk Israel en met het bovenhemelse Lichaam van Christus, waar wij toe behoren.

Jezus had nog maar nauwelijks de verzoeking door satan in de woestijn achter de rug of Hij begon Zijn openbare dienst.
Marcus 1: 14-15 Nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie van God te prediken, en Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen.

Zijn openbare dienst kenmerkte zich in de aankondiging van het naderende Koninkrijk van God.
Jesaja 61:1-4 De Geest van Adonai Yahweh is op mij, omdat Yahweh mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan hen die zwak zijn, om te verbinden hen die gebroken van hart zijn, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor hen die gebonden zijn opening van de gevangenis; om uit te roepen een jaar van het plezier van Yahweh en een dag van wraak van onze God; om alle mensen die treuren te troosten, om over hen die treuren in Sion [Jeruzalem] te beschikken, dat men hun een hoofdsieraad geeft in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Eikenbomen van de gerechtigheid, een planting van Yahweh, tot Zijn verheerlijking.

Zo was het Koninkrijk, direct verbonden aan de openbare dienst van de Messias, al voorzegd door de profeten. Midden in vers 2 komt die onderbreking die wij inmiddels kennen. Vanuit de evangeliën en de Handelingen denkt menigeen dat daar dat jaar van het plezier van Yahweh al gevierd werd. Maar die dag van wraak is nog nooit gekomen.

Feitelijk is dat jaar van het plezier van Yahweh ook uitgesteld tot na die verborgen huishouding van God, waar wij ons momenteel in bevinden. Als God straks zijn plan met Israel verder doorzet dan zal er nog eens een echt jaar van het plezier van Yahweh aanbreken! Daar valt alles in Handelingen bij in het niet. Dan zal ook die dag van wraak aanbreken. Let op de verhouding (365:1). Gods plezier overtreft veruit Zijn wraak.

De profeten zagen dus al de openbare dienst van de Messias direct verbonden aan de aankondiging van het Koninkrijk van God. Jezus zelf herinnerde Zijn aardse volk Israel hieraan:
Lukas 4:17-19 Hem [Jezus] werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest van de Heer is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar van de Heer.

De Heer stopt hier in de profetie, hoewel wij weten dat die (midden in de zin) gewoon verder gaat met die dag van de wraak. Hoewel de huidige onderbreking voor het profetisch woord verborgen was, hield de Heer hier zelf wel al rekening mee. Jezus Christus beperkt zich hier tot de aankondiging van het plezier binnen het naderende Koninkrijk van God.

Het joodse volk, dat hier in de synagoge stond te luisteren, kon direct uit dit gedeelte opmaken dat het Koninkrijk van God voor de deur stond. De grote Apostel van dit Koninkrijk zat hier voor hen deze aankondiging voor te lezen.
Lukas 4: 43 Ik [Jezus Christus] moet het evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden [Grieks: Apostello].

De boodschap van het Koninkrijk van God moest van stad tot stad, van dorp tot dorp, gebracht worden binnen de landsgrenzen van Israel.
Lukas 8: 1 Hij trok van stad tot stad en van dorp tot dorp, terwijl Hij het evangelie van het Koninkrijk van God verkondigde, en de twaalven met Hem,

De taak van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk, met al zijn kenmerken, breidde zich uit. Eerst tot de twaalf discipelen van Jezus Christus.
Lukas 9: 1-4 Toen riep Hij [Jezus] de twaalven samen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen. En Hij zond hen uit om het Koninkrijk van God te verkondigen en genezingen te doen, en Hij zei tot hen: Neem niets mee voor onderweg, geen staf of reiszak, geen brood of zilvergeld, en heb ook niet twee hemden bij je. Kom je ergens in een huis, blijft daar en reist vandaar verder.

Later wordt deze opdracht uitgebreid naar de zeventig man, die er op uitgestuurd werden. Ook dat heeft weer typische Joodse Koninkrijkskenmerken. Daar wil ik graag in de volgende studie uitgebreid op ingaan.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende