U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Van een uiterlijk naar een innerlijk getuigenis

In Gods plan heeft zowel de verzoeking als de uitkomst een plek. God gebruikt de vrede zowel als het kwaad, Hij gebruikt het licht zowel als de duisternis. Alles zet God in om Zijn perfect einddoel te bereiken. Er zijn daartoe dienstknechten van God tot vrede en er zijn daartoe dienstknechten van God ten kwade. We hebben die diverse voorbeelden reeds gezien. We zullen later ontdekken dat God als de grote Pottenbakker hen allen zo gepland heeft, ieder tot zijn eigen taak.

Mooi voorbeeld van de samenwerking van verzoeking en de uitkomst uit het leven van Jozef:
Genesis 50: 20 Jullie (broers van Jozef) hebben kwaad tegen mij (Jozef) gedacht (verzoeking); maar God heeft dat ten goede gedacht (de uitkomst); opdat Hij deed, zoals het vandaag de dag is, om een groot volk in het leven te behouden (Gods einddoel).
Dat hele gedrag van die broers van Jozef, het gooien in de put, het verkopen aan de handelaren, de gevangenschap, enzovoort, was Gods handelen om een groot volk te redden. De verzoeking was dus gelijk de uitkomst. Maar het was niet God die verzocht (Jacobus 1: 13), dat waren de broers van Jozef. Zij waren de gebruikers/uitvoerders. Terugkijkend naar wat we inmiddels ontdekt hebben kunnen we nu zeggen dat zij in dat opzicht de dienstknechten van God waren. Zij werden zo als een werktuig, een vat, door God gebruikt. God heeft hierin met de verzoeking ook de uitkomst gegeven. Hij plaatst alles in ons leven en in de hele mensengeschiedenis tot Zijn perfecte doel.

Ik zal heel eerlijk zeggen dat als ik die Jozef was geweest, dan had ik hier niet rustig onder kunnen blijven. Daar zit ik onderin die put, waar mijn broers me ingegooid hebben en dan komt daar zo´n vrome snoeshaan, jazeker, weer zo´n Haan, en die schreeuwt naar beneden: “Komt goed! Komt allemaal goed! God, die denkt dit allemaal ten goede hoor Hein!” Man, ik zou uit mijn vel springen! Ik pik dit niet! Ik kan hier helemaal niet mee overweg!

Goed! Ik wil wel erkennen dat de Schrift leert dat God de Schepper is van het kwaad. Ik kan nog wel accepteren dat God samen met de ellende ook voor de uitkomst zorgt. Ik geef wel toe dat God in dit alles een plan ten goede heeft. Ik slik dit allemaal wel omdat dit heel duidelijk Gods handtekening in de Schrift is. Ik kom er niet onderuit. Gelukkig weet ik daarbij ook dat God liefde is en altijd in genade handelt. Maar ik kan er niet blij mee zijn. Ik erken het omdat de Schrift dit leert, maar het doet pijn.

God gebruikt mensen en situaties als een verzoeking, die gelijk ook de uitkomst is. Daarmee heeft Hij een prachtig einddoel voor ogen. Je kan hier dus rustig Osama Bin Laden of Hitler invullen. En natuurlijk ook je vriend, die het met je uitgemaakt heeft, de baas, die jou ontslagen heeft, de medegelovigen, die jou uitspugen omdat je andere gedachten hebt dan zij. God gebruikt het kwaad om tot Zijn perfect einddoel te komen. En laten we wel zijn: Dat vinden we totaal niet leuk! Integendeel, we kunnen daar razend over worden.

Wij kijken naar het wereldtoneel en gaan bijna van ons stokje. Maar God ziet de uitkomst van Zijn heerlijk plan. Hij staat in de operatiekamer van ons wereldtoneel. Zijn doel in het leven van de mensheid is: opdat God alles in allen zal zijn (1 Corinthe 15: 21). Krijgen we daar enigszins oog voor, dan komt de erkenning: “Wat een grandioze God van genade!

We gaan nu naar een figuur, die helemaal verschrikkelijk duffe ellende over zich heen kreeg: Job.
Job 2: 10 Zouden we het goede van God aannemen en het kwaad niet? Job zondigde met zijn lippen niet. God heeft gegeven. God heeft genomen. De naam Yahweh zei geloofd!
Dat was het getuigenis van Job in het allereerste begin van die geschiedenis. Later getuigt hij dat hij God eerst kende van horen zeggen. Dat is deze periode. Job had gehoord dit en gehoord dat. Door goed te luisteren had hij zich een begrip kunnen vormen van wie God was en Hij geloofde in de God, die liefde is, de God, die altijd in genade werkt. Dat leverde dit getuigenis op.

Job besefte dus dat God het goede schonk, maar ook het kwaad. Nu onderging hijzelf dat kwaad aan den lijve en hij kon niet anders zeggen dan dat hij het goede van God heeft aangenomen en nu dus ook het kwaad. “God heeft gegeven. God heeft genomen. De naam Yahweh zei geloofd!”

Ik heb Job 1, 2 & 3 horen uitleggen met de krachtige uitspraak dat God alleen het goede schenkt. Job zou volgens die gedachte hebben moeten leren dat het kwaad uit een andere bron voortkomt. Maar wat zegt de Schrift zelf? “Zouden we het goede van God aannemen en het kwaad niet? Job zondigde met zijn lippen niet.” Er zat dus geen enkele misser in deze woorden. Het was helemaal correct wat Job hier zei. Hoe ik dat zo zeker weet? Nou, Job zondigde met deze uitspraak totaal niet. Dat is het getuigenis dat God zelf van hem geeft. Dat zal dus wel waar zijn!

Ik heb dit boek horen uitleggen alsof Job in eerste instantie een ongelovige was, die zichzelf wel erg rechtvaardig vond, maar door God recht gezet moest worden. Nee, God zelf is het die van hem getuigt dat hij een rechtvaardige is.
Job 1: 8 Yahweh zei tegen satan: Heb je ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Niemand is op de aarde gelijk hij, een volmaakt en rechtvaardig man, godvrezende en wijkende van het kwaad.

Mensen, dit is Gods getuigenis! Laten we er maar vanuit gaan dat God het goed ziet (zoals altijd). We weten trouwens toch wel waardoor iemand gerechtvaardigd wordt? Dat kan alleen door het geschonken geloof. Job kwam hier met dit getuigenis dat hij het goede van God aanneemt, maar ook het kwade. Overduidelijk wordt er dan gesteld dat hij hierin niet zondigde. Dit getuigenis deugde dus aan alle kanten.

Er zit echter wel een klein “maar-tje” aan. Job zondigde niet “met zijn lippen”. Een uiterlijke belijdenis. Ik kan je zeggen dat wat ik gehoord heb in de Schrift, ik ook niet anders kan zeggen dan dat God de vrede maakt en het kwaad schept. Dus, God is de Schepper van het kwaad, maar dat hoef ik nog niet leuk te vinden! Proef je, dat is een uiterlijke belijdenis. Met die belijdenis zondig ik met mijn lippen (de buitenkant) niet.

Er komt een tijd dat elke tong (daar heb je de binnenkant) elke tong zal belijden dat Jezus Christus Heer is. In het begin van het boek Job is er een rechtvaardige en dat is die Job met die uiterlijke belijdenis van zijn lippen. Maar God werkt toe naar een innerlijke belijdenis, zoals elke tong in de toekomst Christus Jezus als Heer met de tong (innerlijk) zal belijden. Komt job zover?
Job 42: 5 Ik had van U met de oren gehoord,
Ik (en ik denk jij ook) heb ook met de oren van God gehoord.
Romeinen 10:17 Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God,

Job 42: 5 Nu heeft mijn oog U gezien.
Daar komen we uit dankzij Gods opvoedende werk, ook als Hij het kwaad in ons leven schenkt. God is aan het werk in het leven van Job en ook in mijn en jouw leven.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende