U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Troost/Berouw in Prediker t/m Jeremia

In deze zevende studie gaan we weer een stapje verder op onze ontdekkingstocht van Prediker naar Jeremia. In de volgende tekst komt gelijk de primaire weergave (troosten) van het Hebreeuwse werkwoord ‘nacham’ al twee maal terug.
Prediker 4:1 Zij hadden geen trooster; maar aan de zijde van hun onderdrukkers was macht; en zij hadden geen trooster.

Het grappige bij de volgende tekst is dat weer ditzelfde Hebreeuwse woord in de NBG overkomt als dat God wraak uitoefent op zijn vijanden, terwijl de SV zonder meer aangeeft dat God zich nou juist troost aan zijn tegenstanders. Hier staat dus de SV weer dichterbij. Maar wij volgen de NBG.
Jesaja 1:24 Ik zal wraak oefenen aan mijn tegenstanders en Ik wil Mij wreken op mijn vijanden;

Eindelijk komen er dan nu gelijk negen Bijbelteksten achter elkaar, waar de vertalers het hebben volgehouden om steeds simpelweg de primaire vertaling te geven.
Jesaja 12:1 Uw toorn heeft zich afgewend en U vertroost mij.
Jesaja 22:4 Dringt niet aan om mij te
troosten over de verwoesting van de dochter van mijn volk.
Jesaja 40:1
Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.
Jesaja 49:13 Yahweh heeft Zijn volk
getroost en Zich over Zijn ellendigen ontfermd.
Jesaja 51:3 Yahweh
troost Sion, Hij troost al haar puinhopen;
Jesaja 51:12 Ik, Ik ben het, die jullie
troost.
Jesaja 51:19 Hoe zal Ik jullie
troosten?
Jesaja 52:9 Yahweh heeft Zijn volk
getroost,
Jesaja 54:11 Jij, ellendige, door storm voortgedrevene,
ongetrooste, zie, Ik leg jouw stenen in blinkend erts,

En dan ineens is er plotseling weer een volkomen nieuwe variatie op dit ene Hebreeuwse woord in de NBG. Men komt aan met ‘vrede hebben’.
Jesaja57:6 Zou Ik daarmee
vrede hebben?
Even weer een kijkje bij de weergave van SV.
Zou Ik Mij over deze dingen troosten laten?
De NBG variatie sloeg dus weer letterlijk nergens op.

Dan is er even weer rust om vier keer een gewone weergave in de volgende twee teksten te geven.
Jesaja 61:2 Om alle treurenden te troosten,
Jesaja 66:13 Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik jullie troosten, ja, in Jeruzalem zullen jullie getroost worden.

Dan komen we weer bij een overduidelijke uitspraak over Gods soevereiniteit terecht. God komt nooit, maar dan ook nooit op Zijn plannen terug.
Jeremia 4:28 De aarde zal treuren, en de hemel boven rouw dragen, omdat Ik het gesproken en besloten heb, en er geen berouw van heb en er niet van zal terugkomen.

In de volgende Bijbeltekst komt het kenmerkend menselijke naar voren dat de mens spijt hoort te hebben van verkeerde beslissingen, van boze gedragingen. Het berouw van de mens is daar altijd van doortrokken. God verwacht die spijt ook.
Jeremia 8:6 Ik heb toegeluisterd en gehoord: zij spreken wat niet recht is, niemand heeft berouw over zijn boosheid, dat hij zou zeggen: Wat heb ik gedaan?

Het feit dat de vertalers voortdurend de troost bij God als het ware vergeten, geeft soms toch wel heel vreemde vertalingen. Dat vinden we terug in de volgende tekst.
Jeremia 15:6 Ik ben het berouwen moe.
Je zou het zo regelrecht kunnen weergeven dat God het troosten moe is. Zo vinden we het bijvoorbeeld in de Lutherse vertaling terug:
Ik ben des ontfermens moede geworden.
God is hier dus van het voortdurend troost bieden aan Zijn volk moe geworden. Midden in de situatie van dat moment was dat de bewoording. Het zijn de bewoordingen van ouders, die de straf maar steeds hebben uitgesteld, maar nu toch moeten ingrijpen. Iets wat natuurlijk allang binnen de planning van de soevereine God aanwezig was.

Na een tamelijk moeilijke tekst komt er nu weer een simpele, basale weergave.
Jeremia 16:7 men zal geen brood breken ten rouw om iemand te troosten over een dode,

En dan nu zes Bijbelteksten achter elkaar met het overduidelijke berouw van God.
Jeremia 18:8 Bekeert zich dit volk waarover Ik een uitspraak deed, van zijn boosheid, dan zal Ik berouw hebben over het kwaad dat Ik hun dacht aan te doen.
Jeremia 18:10 Doet het wat kwaad is in Mijn ogen door niet naar Mijn stem te horen, dan zal Ik
berouw hebben over het goede waarmee Ik had gezegd hun te zullen weldoen.
Jeremia 20:16 Die man is als de steden die Yahweh onderstboven heeft gekeerd, zonder dat het Hem
berouwde;
Jeremia 26:3 Misschien zullen zij gehoor geven en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg; dan zal Ik
berouw hebben over het kwaad dat Ik hun denk aan te doen om de boosheid hunner handelingen.
Jeremia 26:13 Luistert naar de stem van Yahweh, jullie God; dan zal Yahweh
berouw hebben over het kwaad dat Hij tegen jullie gesproken heeft.
Jeremia 26:19 Yahweh
had berouw over het kwaad dat Hij tegen hen gesproken had.

Vervolgens gaat de vertaler weer gewoon verder met de oorspronkelijke weergave van ‘troosten’.
Jeremia 31:13 Ik
troost en verblijd hen na hun smart.
Jeremia 31:15 Rachel weent om haar kinderen, zij weigert zich te laten
troosten over haar kinderen, omdat er geen meer is.

De volgende tekst geeft de profetie over Efraïm die door God bekeerd wordt (vers 18), waardoor ze zich bekeren, die door God tot inkeer wordt gebracht, waardoor ze berouw (troost) gekregen hebben.
Jeremia 31:19 Nadat ik tot inkeer ben gekomen, heb ik berouw gekregen;

En opnieuw is er plaats voor het berouw van God.
Jeremia 42:10 Ik heb berouw over het kwaad dat Ik jullie heb aangedaan.
Zo zijn we in deze studie nu al bij Jeremia uitgekomen en het Hebreeuwse werkwoord blijkt een constante inhoud te hebben van troost en berouw.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende