U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Inleiding Over Gods Berouw

Na een samenkomst in Nieuw Buinen zat ik met een broeder in de auto op de terugweg naar Emmen nog wat door te praten. Van het één kwam het ander en mijn vriend vroeg me of ik al eens nagedacht had over Gods berouw. Ik had er wel eens iets over gelezen, maar om nou te zeggen dat ik er zelf diepgaand in gedoken was, nee, dat kon ik niet zeggen. Voordat we er nu in duiken laat ik alvast iets heel wezenlijks los. De basis van het Hebreeuwse woord, dat hiervoor gebruikt wordt, heeft de betekenis van ‘troosten’. Troost in een situatie is er uitsluitend als er uitzicht is op een complete verandering. Die troost ligt er in het berouw van God. Nu eerst de twee overduidelijke standpunten.

1. Het duidelijk standpunt. God kent geen berouw en heeft geen berouw.
Numeri 23:19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?
1 Samuel 15:29 De Onveranderlijke van Israel liegt niet en Hij
kent geen berouw; want Hij is geen mens, dat Hij berouw zou hebben.
Psalm 110:4 Yahweh heeft gezworen en het
berouwt Hem niet:
Jeremia 4:28 De aarde zal treuren, en de hemel boven rouw dragen, omdat Ik het gesproken en besloten heb, en er
geen berouw van heb en er niet van zal terugkomen.
Zacharia 8:14 Het
berouwde Mij niet,
Wij zouden wellicht denken dat zulke Bijbelteksten afdoende zijn, maar er zijn Bijbelteksten met precies hetzelfde Hebreeuwse werkwoord, die totaal het tegenovergestelde lijken te zeggen.

2. Het andere duidelijke standpunt. God heeft berouw.
Genesis 6:6-7 Het berouwde Yahweh, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En Yahweh zei: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte van de hemel, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
Exodus 32:12-14 Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Tot hun onheil heeft Hij hen uitgeleid om hen te doden in de bergen en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat uw brandende toorn varen en
heb berouw over het onheil, waarmee U Uw volk bedreigt….. En Yahweh kreeg berouw over het kwaad, dat Hij gezegd had Zijn volk te zullen aandoen.
Deuteronomium 32:36 Yahweh zal recht doen aan zijn volk en
Zich ontfermen over zijn knechten; wanneer Hij ziet, dat hun kracht vergaan is, van hoog tot laag allen hun einde gevonden hebben,
Richteren 2:18 Yahweh
werd bewogen door hun gekerm over hun verdrukkers en benauwers.
1 Samuel 15:11 Het
berouwt Mij [Yahweh], dat Ik Saul tot koning heb aangesteld, want hij heeft zich van Mij afgekeerd en mijn bevelen niet uitgevoerd. Hierop ontroerde Samuel hevig en hij riep tot Yahweh de hele nacht.
1 Samuel 15:35 Yahweh
had berouw, dat Hij Saul tot koning over Israel had aangesteld.
2 Samuel 24:16 Toen de engel zijn hand naar Jeruzalem uitstrekte om het te verdelgen,
berouwde het onheil Yahweh, en Hij zei tegen de engel die verderf bracht onder het volk: Genoeg!
1 Kronieken 21:15 God zond een engel naar Jeruzalem om dat te verdelgen, maar zodra hij daarmee begon, zag Yahweh het, en het onheil
berouwde Hem; Hij zei tot de verderfengel: Genoeg!
Jeremia 18:8 Bekeert zich dit volk waarover Ik een uitspraak deed, van zijn boosheid, dan zal Ik
berouw hebben over het kwaad dat Ik hun dacht aan te doen.
Jeremia 18:10 Doet het wat kwaad is in Mijn ogen door niet naar Mijn stem te horen, dan zal Ik
berouw hebben over het goede waarmee Ik had gezegd hun te zullen weldoen.
Jeremia 20:16 Die man is als de steden die Yahweh onderstboven heeft gekeerd, zonder dat het Hem
berouwde;
Jeremia 26:3 Misschien zullen zij gehoor geven en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg; dan zal Ik
berouw hebben over het kwaad dat Ik hun denk aan te doen om de boosheid hunner handelingen.
Jeremia 26:13 Luistert naar de stem van Yahweh, jullie God; dan zal Yahweh
berouw hebben over het kwaad dat Hij tegen jullie gesproken heeft.
Jeremia 26:19 Yahweh
had berouw over het kwaad dat Hij tegen hen gesproken had.
Jeremia 42:10 Ik
heb berouw over het kwaad dat Ik jullie heb aangedaan.
Joël 2:13 Genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid,
berouw hebbende over het onheil.
Joël 2:14 Wie weet, of Hij Zich niet wendt en
berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven,
Amos 7:3 Dit
berouwde Yahweh.
Amos 7:6 Dit
berouwde Yahweh.
Jona 3:9 God mocht Zich omkeren en
berouw krijgen en Zijn brandende toorn laten varen,
Jona 3:10 Het
berouwde God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen,
Jona 4:2 Ik wist, dat U een genadig en barmhartig God bent, lankmoedig, groot van goedertierenheid en
berouw hebbend over het kwaad.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende