U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Wet of leer?

We beginnen deze reeks studies over de gezonde leer even met iets te proeven van de gezonde leer van Gods genade in het oude testament om daarna door te stoten naar wat God onszelf direct te zeggen heeft in het nieuwe testament.

Gods Woord kent een leer. Er is dus een juiste leer. Er is dus een gezonde leer. Er is dus een leer van God. Er is dus een leer van Christus. Er is dus een leer van Paulus. Er is dus een leer, die leraren hun toehoorders inprenten. De vraag is echter of dat een onderwijzing betreft, die bedoeld is als een wetboek, dat tot op het laatste letterteken opgevolgd dient te worden omdat het in het oude testament de “Torah” heet en wij hier dus tegen aankijken als een verplichte oproep tot onvoorwaardelijke gehoorzaamheid of dat God zich in die Torah aan ons mensen wilt bekend maken. De vraag is ook of deze leer wijst op al die volledig uitgekauwde kerkelijke leerstellingen, waar men zich als goed kerkmens onder heeft te buigen, waardoor het dus het meest veilige is voor de simpele gelovige om Gods Woord zelf maar niet meer ter onderzoek in te kijken. In vermoed dat beide menselijk/godsdienstige invullingen van de leer nergens aansluiten bij datgene wat Gods Woord onder de gezonde leer verstaat.

Laten we ons onderzoek in deze eerste studie gewoon bij het begin opstarten, namelijk het Oude Testament. De allereerste keer dat in Gods Woord over de leer gesproken wordt mogen we ook verwachten dat dit de duidelijkste aanwijzing geeft van wat er precies onder verstaan wordt. Dat is nogal een gebruikelijk beginsel in Gods Woord: De eerste vermelding van een woord legt gelijk de blauwdruk neer van dat woord. Hier komt de allereerste vermelding van het woord “Torah”, dat meestal met “wet” vertaald wordt, maar eigenlijk heel terecht met “leer” of “onderwijzing” vertaald kan worden.
Genesis 26: 5 Omdat Abraham naar Mij geluisterd en Mijn dienst in acht genomen heeft: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten (Thora, dus “leer”).

Als deze Bijbeltekst je verbaast, dan kan ik je complimenteren. Er staan in onze beleving namelijk heel veel vreemde zaken in deze tekst, die wel degelijk door God geademd is. God spreekt dit uit. Het is dus geen vergissing. Wat wel heel goed een vergissing kan zijn is hoe wij als “christelijke” mensen inmiddels gewend zijn geraakt om bepaalde uitdrukkingen als geboden, inzettingen en wetten in te vullen.

Er is nog iets heel raars aan deze tekst uit Gods Woord. Dat is dat de beloften van God aan Abraham, Izaäk en Jakob telkens onvoorwaardelijk zijn in Gods Woord en hier plotseling voorwaardelijk gemaakt lijken.
Genesis 26: 4 - 5 Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en Mijn dienst in acht genomen heeft: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten (Thora, dus “leer”).

Dit kan in onze “christelijke” oren inmiddels gewoon niet anders klinken als dat Abraham in een soort tijdmachine Mozes heeft opgezocht, die hem de hele wetgeving voor Israël overhandigd heeft, waarna hij met die hele handel terug gegaan is naar zijn eigen tijdvak om zich daarna aan alle facetten van die wet te onderwerpen. Hij heeft namelijk naar Yahweh geluisterd, hij heeft namelijk de dienst voor God in acht genomen, hij heeft al die geboden in de wetgeving van Mozes keurig opgevolgd, hij heeft Zijn inzettingen gehouden en Gods wetten niet overtreden. Dat is wat wij als mensen van zo´n uitspraak van God bakken.

We hebben soms de neiging ietsje te snel te oordelen over het volk Israël.
Romeinen 9: 31 Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van werken.
Het gaat hier over Israël en de wet. Hier zien we dat Paulus aangeeft dat Israël die wet, die het van God ontvangen had, najaagde om daardoor rechtvaardiging te ontvangen. Hoe deed Israël dat dan? Dat legt hij direct daarop volgend ook uit. Ze probeerden die werken te doen, die zij in die wet dachten te lezen. Ze hadden het geloof en Gods genade totaal niet ontdekt in die leer/onderwijzing van God.

Maar wij kijken naar Abraham en vinden dat het vreemd is dat die wet van Mozes nog niet eens gegeven is, maar dat Abraham hier wel die wet in acht moet nemen. We kijken rond in het Oude Testament en lezen er telkens allerlei opdrachten tot werken. Ja, we gaan zelfs nog verder. We lezen het Nieuwe Testament en pikken het evangelie op als een boodschap over allerlei zaken die we wel en die we niet horen te doen. We lezen zelfs dergelijke aanwijzingen in de brieven van Paulus, die direct aan ons geadresseerd zijn. Gods onderwijs verstaan we nu eenmaal blijkbaar als wet.

Jaja, vergeet maar eventjes dat “Thora” hier in Genesis 26 onderwijzing, oftewel leer betekent en zie ook maar eventjes alle onvoorwaardelijke beloften van Gods verbond met Abraham over het hoofd.
Genesis 12:7 Yahweh verscheen aan Abram, en zei: Aan jouw zaad zal Ik dit land geven.
Genesis 13: 15 Al dit land, dat je ziet, zal Ik jou geven, en aan jouw zaad, tot in de aioon.
Genesis 15: 7 Ik ben Yahweh, Die jou uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om je dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.
Genesis 15: 18 Op die dag sloot Yahweh een verbond met Abram met de woorden: Aan jouw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Eufraat.

Genesis 26: 5 Omdat Abraham naar
MIJ geluisterd en MIJN dienst in acht genomen heeft: MIJN geboden, MIJN inzettingen en MIJN wetten (Thora, dus “leer”).
Als je zo wettisch het oude testament leest (en deze uitspraak dus ook) dan heb je dus ook vanzelfsprekend niet door dat God maar steeds over Zichzelf (Mij/Mijn) spreekt in dit Bijbelgedeelte. Het gaat dus allemaal van God uit! Het gaat van God uit en dat wordt “VIJF MAAL” benadrukt, waarmee God zelf Zijn overvloeiende rijkdommen aan genade hier triomfantelijk centraal stelt.

Yahweh stond met Zijn overvloeiende rijkdommen van genade centraal in deze belofte en Abraham geloofde Yahweh door naar Zijn stem te luisteren en van daaruit te handelen. Genade van God gaat dan aan de slag en werkt de dienst van Yahweh in het leven van Abraham uit.

Nou levert Bijbelstudie zonder naar de context te kijken altijd een verwrongen beeld op. Daarom zou het ook hier onterecht zijn om deze tekst geïsoleerd te onderzoeken. Abraham is namelijk hier helemaal niet het onderwerp in dit hoofdstuk. Het draait in Genesis 26 om zijn zoon, Izaäk. Izaäk hoefde niet, zoals zijn vader, uit te gaan om op de plaats van Gods beloofde zegeningen te komen. Hij was er al. Het was juist hier dat hij een hongersnood ondervond. De verleidingen zijn dan te over om zelf aan de slag te gaan, om zelf voor oplossingen te gaan zorgen. Hier is het dat aan Izaäk het voorbeeld van het geloof van zijn vader Abraham werd voorgehouden. Dat is de bedoeling van de Bijbeltekst dat wij hier als uitgangspunt hebben.

Abraham had naar de stem van Yahweh geluisterd, die zei: ‘Ga uit’. Die stem van Yahweh wordt hier samengevat in die vijf omschrijvingen van Gods communicatie. Er wordt gesproken over God zelf, over Gods dienst, over Gods geboden, over Gods inzettingen en over Gods leer/wet. Die leer van Yahweh was samengebald in “Ga uit!” Wat onze zegeningen betreft valt er geen land te genieten om die erfelijk te bezitten. Maar ook voor ons is er een leer, die leraars mogen onderwijzen. De bekende oproep om de dingen te zoeken, die boven zijn en die dingen, die boven zijn ook te bedenken, die oproep maakt onze zegeningen niet een werkelijkheid. Die zegeningen zijn namelijk al realiteit. Het maakt wel dat ik/jij de geestelijke zegeningen in bovenhemelse in Christus Jezus volledig mag genieten. Wat een heerlijke gezonde leer!

De stem van Yahweh klinkt in dit gedeelte bij Izaäk.
Genesis 26: 2 – 3 Trek niet naar Egypte, woon in het land, dat Ik u zeggen zal, vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de eed gestand doen, die Ik uw vader Abraham gezworen heb.

De stem van Yahweh voor Abraham was: ‘Ga uit’.
De stem van Yahweh voor Izaäk in dit Bijbelgedeelte is: ‘Blijf staan’.
Hierbij drukt Yahweh Izaäk Zijn onvoorwaardelijke aardse zegeningen voor zijn nageslacht op het hart met het voorbeeld van geloof van zijn vader Abraham. Geloofde Izaäk Yahweh? Ja!
Genesis 26: 6 Dus bleef Izaäk in Gerar.

Dus, zullen nu gelijk weer veel gelovigen opspringen en roepen: ”Je moet dus maar staande blijven!” Ik kan je zo al zeggen dat ikzelf dat echt niet voor elkaar zal krijgen. Helaas, dan zal ik af moeten haken, als het aan mijn staan blijven ligt.
Psalmen 37:24 Valt hij, dan wordt hij niet weggeworpen, want Yahweh grijpt hem bij de hand.
Psalmen 145:14 Yahweh onderhoudt allen, die vallen, en richt allen op die ternedergeslagen zijn.
1 Samuël 2:8 God verheft de geringe uit het stof, en de arme verhoogt Hij uit de stront, om hem/haar te doen zitten bij de vorsten, zodat Hij hen de stoel van de eer laat beërven;

Die boodschap van blijven staan is dus een heerlijke boodschap van genade.
Psalmen 94:18 Mijn voet heeft gestruikeld, maar Uw genade, o Yahweh, hield mij staande.

Genesis 26: 4 – 5 En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten.
Het was hier tijdens een verschrikkelijke hongersnood op het terrein van zegen dat Yahweh Izaäk komt bemoedigen met het voorbeeld van geloof van zijn vader Abraham.

Ook wij mogen blijven staan in de bovenhemelse. Juist daartoe heeft Gods ons Zijn wapenrusting in Efeze 6 geschonken. Niet om land of geestelijke zegen te veroveren. Alles is reeds ons deel. We mogen blijven staan. “Houdt stand” roept Paulus ons daarom in Efeze 6 voortdurend toe. Dat is Gods Woord voor ons. Dat is Gods leer voor ons. Wat een genot!

Dat was dan alleen maar een enkel voorbeeld van wat het oude testament ons over Gods leer of onderwijzing te zeggen heeft. Helaas denken veel christelijke gelovigen eigenlijk dat dit oude testament gewoon letterlijk in Christus helemaal afgedaan heeft. Ze hebben er dus geen boodschap aan. Ze maken zich er daarom ook niet zo druk over of Thora nou wel of niet wet betekent in hun eigen wettische opvatting van het woord of dat het wijst op Gods onderwijzing van Zijn heerlijke liefde en genade. Het is voor hen vaak simpel oude testament en dus afgedaan in Christus. Punt uit! Op de vuilnisbelt ermee! Ze missen daarmee dus al die heerlijkheden, waar Christus zelf op wees toen Hij aangaf dat die oude Schriften nou juist van Hem spraken. Maar we laten het verder maar even rusten om in de volgende studies verder door te stoten naar het getuigenis van het nieuwe testament over de gezonde leer.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina