U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Stenen of bakstenen

Stenen:
Mattheüs 16:18 Jij bent Petrus (deel van een rots, een steen), en op deze petra (Rots) zal Ik Mijn gemeente (Israël hersteld) bouwen,
1 Corinthiërs 10:4 De Petra
(Rots) was Christus.
1 Petrus 2:5 Jullie
(Israël hersteld) worden als levende stenen gebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterdom, om geestelijke offers te brengen, die aangenaam zijn voor God door Jezus Christus.

Bakstenen:
Genesis 11:3 Ze zeiden tegen elkaar; Kom op, laten wij bakstenen maken en die dan goed laten doorbakken. Die bakstenen gebruikten ze als bouwstenen (voor de toren van Babel),
Exodus 5:7-8 Jullie
(Egyptische slavendrijvers) zullen voortaan aan dit volk (Israël) geen stro meer geven om die bakstenen te maken, zoals ze dat gisteren en eergisteren nog deden; laten ze zelf maar dat stro bij elkaar verzamelen. Maar dan moeten jullie van hen wel hetzelfde aantal bakstenen, dat zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, eisen; zij mogen er niet minder maken. Want omdat zij zo lui zijn, daarom roepen zij: wij willen weg om onze God offers te brengen.

Kijk eens eventjes om je heen! Je komt eigenlijk geen stenen huizen tegen in onze wereld. Ja, toch wel van steen, maar dan van baksteen. Stenen uithouwen uit de rots om daar echte huizen van te bouwen, dat is in onze westerse maatschappij een unicum.

Eens even kijken wat voor kenmerken we van de bekende bakstenen op kunnen lepelen. Je zou kunnen zeggen dat als je één baksteen gezien hebt, dat je ze dan wel allemaal gezien hebt. Ze komen nou eenmaal allemaal uit dezelfde mal van de fabriek. Om dus van een individuele baksteen te spreken lijkt me dan ook een beetje overdreven. Er is bij al die bakstenen constant sprake van lekkere homogene eenvormigheid. Slaapverwekkend monotoon! Nooit eens een spontane uitschieter. Maar ze zijn wel prima uniform.

Je zou natuurlijk kunnen tegenwerpen dat zulke bakstenen wel heel goed op elkaar aan kunnen sluiten tot een prima eenheid. Dat zou je eens moeten proberen met al die kiezels, al die keitjes en al die rotsblokken. Er is geen eentje hetzelfde. Wat een ellende! Het lijkt wel echt nooit te passen. Met al die bakstenen, keurig netjes in één patroon, allemaal netjes in het gelid, heb je een eenheid a la minute. Die rotsstenen zijn echter echte rotstenen! Nergens passen ze. Heeft de schepper van het bouwwerk een bepaald plan voor ogen, dan zal hij een heidense klus eraan hebben om ze allemaal te vormen naar zijn idee.

Zie je de metafoor al een beetje vorm krijgen? Het plaatje, wat je er zo op zou kunnen plakken? Uit het patroon halen we achter elkaar de exact gelijke stenen, die we zonder enig probleem zo aan elkaar verbinden, waarna er een eenheid staat. Je hebt dus het patroon, de vorm of de mal. Je hebt dus de leer (de mal), die alle leden (de bakstenen) onderschrijven, waardoor zonder enig probleem zo een volkomen eenheid zich vormt. Geen enkele onvolkomenheid is zichtbaar. Ga je het toetsen door elk lid apart naar de geestelijke waarde van de groepering te vragen, dan zal telkens het eensluidende antwoord weerklinken. Nee, er is geen enkele uitzondering. Niemand, die ook maar enig nader onderzoek van de gegevens nodig schijnt te hebben, want men is gevormd naar het voorbeeld van de mal (de leer).

Zou je nu eens willen proberen om een steen uit de rots, een kiezel, een kei of een rotsblok, in dat geheel te laten opgaan, dan krijg je gigantische problemen. De hele, door iedereen zo gewaardeerde, eenheid is plotseling totaal verdwenen. De steen is vervelend genoeg een echt levende steen en begint zomaar vragen te stellen. Vragen die nooit nodig geweest waren omdat er juist altijd al zo’n fijne eenheid onder elkaar was. Daar komt nu opeens zo irritant kiezeltje allerlei Bijbelgedeelten op los laten. Dat is absoluut ongepast!

Hierboven zagen we al enkele voorbeelden hoe scherp de Schrift zelf het onderscheid tekent tussen levende stenen en bakstenen. Het is dus blijkbaar ook concreet Gods bedoeling dat we die metafoor, zoals die in deze gedeeltes al getekend werd, zelf ook zo hanteren. Die mal, waar al die bakstenen hun identieke vorm vandaan hebben, kan dus een plaatje zijn van de kerkleer, van de Belijdenisgeschriften, van de Dordtse Leerregels, van de Catechismus, van zoals onze geliefde, overleden broeder zus en me zo altijd al zei, ja ook van onze populaire leraars en natuurlijk ook van mijn denkbeelden. Kijk hoe Luther nooit een kerk heeft willen stichten en hoe men daarna toch een Lutherse mal heeft gecreëerd, waar weer zo’n heel instituut uit is voortgekomen.

Mezelf kennende weet ik dat ik uit genade een levende steen bent. Dat is bij jou ook vast precies hetzelfde. Zondermeer hebben we dat puur aan het werk van de Heer te danken. Alles dankzij genade. Maar ik weet dat ik me nogal eens in die mal laat drukken en me gedraag als een baksteen. Lekker, ik kan dan het verder doordenken laten zitten. Ik kan me tot het onderwijs, zoals ik het tot nu toe begrepen heb, beperken. Ik hoef toch zeker niet opnieuw in trammelant terecht te komen? En zo vorm ik me in mijn denkbeelden en gedragingen naar wat algemeen geaccepteerd is.

Bakstenen. O wat zijn we keurig passend! Rotsstenen, kiezels, keien. O, wat zit er een scherp randje aan die kiezel! Weet je, God gebruikt jou zoals jij in al je uniekheid bent. Zo’n rotssteen is prima! Je bent een kei! Juist dat unieke van jou, daar laat God het leven van Zijn geliefde Zoon, de Rots, in uitwerken.

Bakstenen zijn nooit uniek en zijn ook niet bedoeld om uniek te zijn. De mal, de leer, is er nou juist om die stenen gevangen te houden in de eenheid van het instituut, waar al het individualisme weggestreken is. Stenen uit de rots zullen nooit identiek zijn. Er is verschil in kleur, in hardheid, in glans, in helderheid, in vorm, in gewicht en ga zo maar door. Daar heb je onze talenten, gaven, bekwaamheden, kwaliteiten en karakters. Jouw uniekheid bepaalt wat voor kei, kiezel of rotsblok jij bent. Zo gebruikt Vader God jou.

We hebben het vaak over Gods oordelen. Dat wordt nogal eens tegenover de liefde van God geplaatst. Degenen die dat helaas ook nog eens met redelijke graagte doen hebben geen flauw idee van wie God is. Ja, God oordeelt. Dat doet Hij gelukkig juist omdat Hij liefde is. Hij wenst jou en mij te vormen naar datgene wat Hij in Zijn plan voor ogen heeft. Om een steen precies zo te krijgen als Hij het hebben wil, gaat Hij het vormen, het bewerken, het schuren, het slijpen, het wrijven en het polijsten.

Ik had het al over edelstenen. De bewerkingen kennen we om het tot zulk kostbare gesteente te laten worden. Elke schuur- en elke slijpbeweging is een onderdeel van de liefde van Vader God om het allerbeste van de steen, van jou of mij dus, naar boven te krijgen. De pijn en ellende, de strijd en moeiten, het is niet leuk! Het is oordeel, want er wordt nog aan ons gesleuteld. Niet om ons in een vorm tot monotoonheid te laten vervallen. Dat hoort bij het baksteen-systeem. Nee, om het allerbeste van jou of mij in ons naar boven te krijgen. Om het Leven, wat we in Christus nu al reeds bezitten, ook in al Zijn heerlijkheid door ons heen te laten stralen. Kijk, dat zal je vergeefs in al die bakstenen eenheidsworsten terugzoeken.

In het Oude Testament gebruikte Nimrod bakstenen bij de bouw van de toren van Babel (een heidense offerplaats), terwijl God nou juist telkens stenen (van de rots) opricht (opstanding) als offerplaats.

Christus, de Zoon van God, is zelf de Rots. Dat is een studie op zich dat voor nu veel te ver voert. Ik tipte het in de beginteksten van dit stuk, namelijk in 1 Corinthe 10, al even aan. Wij worden door Christus niet in een mal geperst en gebakken tot bakstenen. Christus ziet ons als stenen, oftewel delen, die gehouwen zijn uit die Rots zelf. Hij geniet met volle teugen van ons unieke steen zijn. Zoals bij de diamant straalt Zijn licht ook op ons en wij kunnen niet anders dan dit in al Zijn veelkleurige wijsheid verder te laten uitstralen. Jazeker, dat is geen inspanning van ons. Dat is genade, die werkt!

Zijn liefde werkt aan ons om de schoonheid van Zijn liefde, genade en heerlijkheid in onze uniekheid te laten doorstralen. Daartoe zijn wij de stenen uit de Rots gehouwen.

Nu nog eventjes een kijkje in de toekomst:
Daniël 2: 34-35 Er scheurde zich een steen los, zonder dat daar mensenhanden aan te pas kwamen. Die steen sloeg dat beeld aan zijn voeten, die van ijzer en leem waren, en vergruisde die..…..De wind waaide dat gruis weg, zodat men het nergens meer kon vinden. De steen, die het beeld sloeg, werd echter tot een grote berg, zodat Hij de hele aarde vulde.
Daniël 2: 44-45 De God van de hemel gaat een koninkrijk oprichten, dat nooit meer verstoord zal worden. Zijn koninkrijk zal op geen enkel ander volk overgaan. Dit koninkrijk van God zal al deze koninkrijken vergruizen en vernielen, maar zelf zal het aionen-lang blijven. Het zal precies zo gaan als dat jij het gezien hebt: Een steen wordt zonder handen van den berg afgescheurd. Die steen zal het ijzer, koper, leem, zilver en goud vergruizen. Zo heeft de grote God het aan de koning te kennen gegeven, hoe het hierna zal gaan.

Zie je hoe het leem, de grondstof voor bakstenen, helemaal verpulverd wordt door de Steen? Geen uiterlijkheden meer! Alleen nog het Leven in de Rots, in Christus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende