U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Een daklozenfeestje

Ze hadden wel eens een dakloze gezien. Er was wel eens een item op TV over daklozen. Eigenlijk hadden ze nog nooit echt contact gehad met een dakloze in levende lijve. Kwam het een keertje voor dat ze zo eentje langs de kant van de weg tegenkwamen, dan versnelde de pas behoorlijk. Nee, ze hadden er niks mee.

Een groepje rijkeluiskinderen stond soep te koken, vlees te grillen, aardappels te schillen en met andijvie, spekjes en een rookworst stamppot te bereiden. De rij daklozen was al tot een behoorlijke lengte uitgegroeid. De zwervers en bedelaars kwamen met hun borden en soepkommen en ieder kreeg een vol bord van de jongelui. Er werd uitgedeeld zonder dat er enige betaling of vergoeding tegenover stond. De gepamperde jonkies hoorden van tijd tot tijd een soort gemompel van tussen de verwarde baardharen uit komen.

De maaltijd was genoten en de met grote toegeeflijkheid opgevoede jeugd mocht de potten, pannen, schalen, borden, kommen en al het bestek verwennen met een stevig sopje. De dakloze zwervers, zwerfsters en bedelaressen zaten heerlijk uit te buiken. De afwas zat er op. Alles was weer netjes schoon. Helemaal kapot, gaar en afgepeigerd zat het welgestelde groepje jeugd stil voor zich uit te staren.

Eén keurige jongedame zei uiteindelijk iets: “Ik vind dit ook echt helemaal niks!”, zei ze. “Hier voel ik me zo niet thuis! En dan zou je na al het werk wat wij erin gestopt hebben toch verwachten dat die mensen wel een beetje dankbaar zouden zijn, maar nee hoor! Ik heb het hier wel gehad!”

Tja, ze kregen ook echt letterlijk stank voor dank. Die daklozen gebruikten niet bepaald de lekkerste deodorant en parfums. Zeker vergeleken met die verwende neusjes kon je rustig zeggen dat ze een uur in de wind stonken. Er zaten er tussen die niet helemaal spoorden en enkelen waren ook ronduit stoned. Maar dan hadden ze uiteindelijk een heel bord vol en dan kon er niet eens een vriendelijk lachje af, laat staan dat er een bedankje weerklonk.

De jongelui hadden dan wel zelf niet gegeten, maar ze hadden wel hun buik vol van dit hele gebeuren. Ze hadden dan wel niet op een rijke beloning gerekend, maar een vriendelijk bedankje kon er toch wel af? Had ikzelf tussen die verwende nesten gezeten, dan was ik misschien wel net zo ontgoocheld geweest. Jij toch ook?

God heeft Zijn genade uitgestort over ons. Het meest curieuze daaraan is dat Hij daar helemaal niks voor terug verwacht. Ja, die bedorven kinderen hierboven hadden ook niet op een betaling voor hun dienst gerekend, maar een vriendelijk lachje? Een bedankje? Is dat nou teveel gevraagd? God verwacht niks van ons terug, want Hij gaat met ons om in genade.

God schenkt ons Zijn genade terwijl Hij zich van tevoren er al volledig van bewust was dat wij totaal onbekwaam zouden zijn om ook maar enige positieve reactie te geven op Zijn overvloeiende rijkdommen van genade. Tja, we zijn nou eenmaal een stelletje flink uit ons bek stinkende zwervers en bedelaars.

Gods genade is overrompelende gulheid zonder enig verwachtingspatroon!

Zie je hoe wij ons herkennen in die rijkeluiskinderen? Heel logisch, dat verwachtingspatroon bij dat verwende nest. Na ons zo tot op de naad toe uitgesloofd te hebben hadden we ook wel iets van een sympathieke reactie verwacht. Dat is logisch! Dat is menselijk! Maar het is totaal niet goddelijk!

Hier zien we heel eventjes het gordijntje geopend van de menselijke reactie op Gods onvoorwaardelijke genade. De meeste mensen snappen die onvoorstelbare genade van God totaal niet. Nee, het is dan ook onvoorstelbaar! Voor ons mensen is dit totaal niet logisch. Vandaar dat godsdienst ook altijd iets als dankbaarheid na de eerste de beste uiting van Gods genade voorschrijft en daarmee de verdere genade in het leven van een gelovige zoveel mogelijk in de kiem probeert te smoren.

Er staat geen enkel voorwaarde op het ontvangen van Gods liefde en genade.
Er is geen enkele voorwaarde voor Gods daklozenfeestje.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina //