U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Verkiezingen - Het door God aangesteld zijn

1 Samuël 2:8 God doet hem zitten bij de vorsten, zodat Hij hen de stoel van de eer doet beërven;
1 Kronieken 28:4 God heeft mij tot koning gemaakt over heel Israël.
Spreuken 8:15-16 Door God regeren de koningen en maken de vorsten rechtvaardige wetten, door God heersen de vorsten en alle overheden op aarde.
Jeremia 27:6 God had al deze landen gegeven in de hand van Zijn knecht Nebukadnezar, de koning van Babel,
Daniël 2:21 God zet koningen af en stelt koningen aan,
Daniël 4:32 De Allerhoogste heeft macht over de koninkrijken van de mensen en Hij geeft ze aan wie Hij wil.
Daniël 5:21 God, de Allerhoogste, heeft macht over de koninkrijken van de mensen en Hij geeft ze aan wie Hij wil.
Johannes 19:11 Jezus antwoordde Pilatus: Je zou geen macht tegen Mij hebben, als het je niet van boven gegeven was;
Romeinen 13: 1 Er is geen overheid dan van God, en die er zijn, zijn door God ingesteld.
Openbaring 19:16 Christus Jezus: Koning der koningen en Heer der heren.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende