U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De overspelige Vrouw

Allemaal handen van mannen die haar vastgrepen! Haar blote lijf sputterde en protesteerde, maar de mannen hadden haar in hun vaste greep en ze werd het bed uit gesleurd, het huis uit, de straat over.

Zoveel jaren had haar man al geen aandacht voor haar getoond en deze man was galant en liefdevol. Ze leerden elkaar steeds beter kennen en hij begreep zo goed haar eenzaamheid en haar gevoel van verlatenheid binnen een huwelijk dat meer een gevangenis was. Die avond waren ze bij elkaar gekomen en toen konden ze hun lust voor elkaar niet langer bedwingen. En daar, in dat vreemde huis, in dat bed, dat niet haar bed was, in die kamer, waar alles voor haar onbekend was, daar waren plotseling die mannen op haar afgestormd. Zo hadden duidelijk op dit moment zitten wachten.

Naakt, geslagen, lag dit hoopje mens tussen die hele kluwen aan mannen. Als een hoop vuil hadden ze haar gedumpt in de tempel. Nog wel in de tempel! Ze had er vandoor willen gaan! Ze had de klok terug willen draaien! Ze had iets aan willen trekken! Mensen, wat een vernedering! Alles spookte gelijktijdig door haar hoofd. De vernedering voor haar gezin, haar man, haar kinderen!

De aandacht van die vuile, vieze, smerige, vrome huichelaars verplaatste zich nu naar iemand anders. De hele focus was op een voor haar onbekende Rabbi. Die mannen, die vuile viezerikken, hadden een vraag voor deze leraar:
Johannes 8: 4-5 Nou leraar, deze vrouw is op heterdaad betrapt op overspel. En Mozes heeft ons in de wet geboden om dit tuig te stenigen; en nou jij, wat is jouw mening?

Ze hoorde wat er gevraagd werd en ze schrok zich wild! Ze zag haar dood al naderen. Ze zou eraan gaan! Gestenigd worden! Dat kon toch niet anders? Ze kende de wet toch? Kapot was ze! Ze jankte het uit. Ze verwachte niet anders dan een scherpe, onherroepelijke veroordeling van deze leraar. Al was hij dan niet één van die gretige handen geweest, die haar naakte lijf vastgegrepen hadden, hij was wel één van hen. Hij was toch een Rabbi? Hij hoorde toch bij de tempel? Dit is toch de plek van veroordeling? O mensen!!!! Dat zou nu niet anders zijn!
Johannes 8: 6 Hij bukte neer en schreef met de vinger op de grond.

Het bleef stil……. Het bleef maar stil. De mannen schreeuwde nog eens wat luider de vraag. Het bleef stil. Angst en schaamte begonnen bij de vrouw langzaamaan een plekje te geven aan de dringende nieuwsgierigheid. Ze hoorde het zachte geluid van het schrijven. Ze wilde er meer van weten. Die vreemde Rabbi zat daar gebukt allerlei woorden op te schrijven in het zand.
Galaten 5: 20 …….., twist, …………..jaloezie, ………………toorn, ……………..partijzucht,

Ze las wat er stond. Waar is die rabbijn in vredesnaam mee bezig? Ze keek op naar de mannen, die haar omringden. O, ze had allang verwacht dat de stenen haar om de oren zouden vliegen. Maar ze zag nu de gezichten van die mannen en het leek alsof het bloed eruit weggezakt was. Met angstige ogen lazen ze mee. Toch kwam van tijd tot tijd nog een herhaling van de vraag.
Johannes 8: 7-8 Toen zij hem bleven vragen, richtte hij zich op en zei tot hen: Wie van jullie zonder zonde is, laat die het eerst de steen op haar werpen. En opnieuw bukte hij neer en schreef op de grond.

Daar voelde ze al de eerste steen op haar huid beuken. Nee, de emoties overweldigden haar. Ze kreeg waanvoorstellingen. Ze dacht dat de steniging al begonnen was. “O laat het alsjeblieft over zijn” denderde het door haar kop. Ik heb mijn God, mijn man en mijn gezin bedrogen! Het berouw overspoelde haar en ze zou het willen uitschreeuwen: “Het spijt me!” Maar wat had het nog voor zin? Ze keek weer naar de woorden, die ze lezen kon:
Galaten 5: 20-21 ……………….tweedracht,………….. sekten, …………….nijd,

Ze had niet door wat er bij die mannen gebeurde. Er waren al meerdere geweest, die er stiekem tussenuit gepiept waren. Het restje wat er nu nog stond las de woorden en overlegde over de uitspraak “Wie van jullie zonder zonde is, laat die het eerst de steen op haar werpen.” Er waren zelfs mannen die concludeerden:
Romeinen 2:1 Wij zijn ook niet te verontschuldigen, want waarin we een ander oordelen, daarin veroordelen we onszelf; want wij die oordelen, wij doen dezelfde dingen.

Nee, zij had niet door hoe God zelf hier door Zijn Zoon aan het werk was in de harten van al die mannen. Ze keek naar de grond waar net nog die Rabbi aan het schrijven was. Hij was overeind gekomen en vroeg haar:
Johannes 8: 10 Zeg mevrouw, waar zijn nou je beschuldigers? Heeft niemand jou veroordeeld?
Ze keek in de richting van waar ze de mannen verwachtte. Er stond niemand meer en dus antwoordde ze:
Johannes 8: 11 Niemand, Heer.

Wat een heerlijke zekerheid van absoluut geen enkele veroordeling in Christus!
Romeinen 8:1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn;

Johannes 8:11 Jezus zei: Ik veroordeel jou niet.
Logisch dat men Christus boodschap het evangelie noemt, oftewel de blijde boodschap. De maatschappij smijt jou wellicht net als deze overspelige vrouw weg. Ze spugen op je. Je past niet in dat keurig christelijk milieu, zoals deze vrome mannen deze overspelige uitkotsten. Buitengesloten. Maar Jezus zegt: ‘Ik veroordeel jou niet!’

Godsdienst heeft ook Hem uitgekotst. Hij vond Zijn vrienden in het uitschot van de maatschappij en Hij omhelsde hen! Hij zag ze als de kroonjuwelen van Gods liefde en genade. Christus is daar op die uitgekotste plek bij jou. Christus zit niet samen met die oordelende mannen in hun kerkje. Hij zit in die kroeg bij de alcoholist. Hij zit in het peeskamertje bij die illegaal. Hij zit in de coffeeshop bij de verslaafde en Hij zegt: “Ik veroordeel jou niet!” Christus zit op het plein bij de hangjongeren. Hij drukt je aan Zijn hart en zegt: ‘Jij bent echt mijn kostbaarste schat! Ik vind je helemaal te gek!’

Die vrome mannen. Die vormden toch het crème de la crème van de godsdienstige klasse? Ja, onze hedendaagse godsdienst heeft enorm veel weg van die godsdienst van gretige vrome mannen. Laat het nou ook juist die gretige godsdienst zijn, die zelfs in deze geschiedenis weer een eigenwillige draai weet aan te brengen.
Johannes 8: 10-11 Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand je veroordeeld? En zij zei: Niemand, Heer. En Jezus zei: Ook Ik veroordeel je niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!.
Net als in deze geschiedenis smijten ze je naakt in hun tempel en eisen de regel nooit meer te zondigen, want anders!!!! Ja, het oordeel ligt alweer klaar. Ze hebben niet door dat Christus nou juist zelf kwam om de macht van de zonde te breken!

Maar hoe zat het nou? Was het nou door haar bekering en berouw dat er geen veroordeling was voor haar? Nee! Integendeel! Het is juist de afwezigheid van Gods veroordeling waardoor zij hier met de overvloeiende rijkdommen van Gods genade geconfronteerd werd waarin de zonde overwonnen is. Die genade werkte bekering en berouw uit.

Dan nu nog een belangrijk punt. Wie is zich bewust bij het lezen van deze geschiedenis dat dit voor het volbrachte werk was? Wie rekent met het Bijbelse feit dat bekering en berouw beide kenmerkende onderdelen zijn in de prediking van de boodschap van het Koninkrijk voor het volk Israël. Inderdaad is het ook dan in deze genade volgorde. Maar deze beide kenmerken (bekering en berouw) komen we totaal niet tegen bij de Gemeente, het Lichaam van Christus.

Hoe is het trouwens nu met de zonde?
Johannes 1:29 Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt (oftewel “opheft” of “doet ophouden”!
1 Johannes 2:2 Christus Jezus is de verzoening voor onze zonden; en niet voor onze zonden alleen, maar voor de hele wereld.
Dit is de verzekering voor deze overspelige vrouw (en gelukkig dus ook voor mij) dat Christus Jezus met de zonde heeft afgerekend. Verder in Christus dus geen probleem meer met de zonde.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende