U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Blaffende Honden

Machtelt en ik gaan nogal eens een dagje gewoon een end wandelen. Ik ben bang dat er iets aan me is waardoor dieren nogal de neiging hebben met me mee te stappen en maar steeds in mijn buurt te blijven. Een paar weken terug zaten we tussen de middag ergens in onze eigen omgeving boterhammetjes te eten toen een kat ons in de smiezen kreeg. Hij liep eerst enkele ruime rondjes om ons heen, waarbij die me zo schuintjes aankeek. Daarna werden de rondjes wat dichter om ons heen om vervolgens met zijn koppie langs mijn broek te gaan. Blijkbaar had hij onderzoek gedaan, kennis gemaakt en was ik met vlag en wimpel geslaagd als katvriendelijk mens.

Wij stapten weer op om onze wandeling te vervolgen, maar nu hadden we een medewandelaar. Waar we ook liepen, de kat volgde ons op de voet. Er kwam een tegenligger aan, een moeder met een baby in de wandelwagen. Dat beest zette een hoge rug op en begon vervaarlijk naar de wagen te blazen. “Kunt u uw enge kat niet wat bij ons weghouden?”, kregen we naar ons hoofd geslingerd. Tja, ik kon wel beweren dat het beest niet van ons was, maar ik was me gelijk bewust dat dit niet erg overtuigend overkwam met zijn vriendelijk koppies geven aan mijn broekspijp.

Eerder hadden we op een heel andere plek al een keer een hele middag dat een heel lief hondje ons het hele bos door maar bleef volgen. Geen eigenaar te bekennen. Uiteindelijk zijn we hem ergens in een dorpje kwijtgeraakt doordat andere mensen zich over hem gingen ontfermen. Hij blies niet, zoals die kat. Hij blafte niet dreigend naar omstanders. Nee, dat beest gaf beslist geen verkeerde indruk van onze (toch al niet aanwezige) hond-opvoedingscapaciteiten.

Iemand anders had het echter niet zo goed getroffen. Ook hij had dat hij ongewenst vergezeld werd door een lieftallig beestje, zo´n Amerikaanse Pitbull. Naar die jongen toe was het Mister Peace Himself, maar er moest niemand de euvele moed hebben om die jongen wat dichter te benaderen. Hij vloog er als een verscheurend monster gelijk op af. Het was rennen voor het leven voor zowel de beroerdste als de alleraardigste lui. Mister Peace had absoluut geen enkel discriminerend botje in zijn lijf.

De Pitbull had de spurt er weer helemaal in achter een groep Heilssoldaten aan toen een niet door Mister Peace opgemerkt vrouwtje het toch voor elkaar kreeg in de buurt van de jongen te komen. “Kunt u uw hond niet strak aan de lijn houden?”, vroeg ze hem. “Ja, wel degelijk, mevrouw.”, antwoordde de jongen. “Mijn hond houdt trouwens van iedereen.” De vrouw keek nog eens naar dat hele korps van het Heilsleger met die hond er achter aan en zei: “Dat zou je nou niet zo op het eerste gezicht zeggen.” “Maar mevrouw”, zei de jongen, “dat is niet mijn hond!”.

In Engelstalige streken noemt men zoiets een “Mistaken Identity”. Wij zouden het wellicht een “Persoonsverwarring” noemen. Je hoort over iemand en je denkt dat je die persoon kent, terwijl je heel iemand anders in gedachte hebt. Dit komt veel vaker voor dan je wellicht zou verwachten. Het christendom kent dit helaas in enorme proporties. Hoe wordt God namelijk voorgesteld? Kent men de echte Persoon? Is men ervan op de hoogte dat God liefde is? Gaat men er concreet vanuit, zoals de Schrift het wel tekent, dat Gods liefde en genade tot ieder mens uitgaat? Beseft men inderdaad dat Gods liefde en genade zelfs het reddingsplan voor iedereen al van voor de grondlegging van de wereld klaar heeft liggen? Is men ervan op de hoogte dat God ons allemaal van vijanden tot vrienden maakt, oftewel dat het verzoeningswerk voor een ieder volkomen volbracht is? Kent men God op die manier?

Er is helaas sprake van een gigantische Persoonsverwarring.
Men kent de eigen boosheid en plakt dat plaatje op God. Een Amerikaanse Pitbull is er niks bij.
Men voelt zich onrechtvaardig bejegend en zoekt wraak. Dat plaatje krijgt God dan ook maar. Een Rottweiler is er niks bij.
Voor zichzelf ziet men loon, voor de ander dus straf. Het plaatje van een masochistisch straffende God. Een Dobermann Pinscher is er niks bij.

Filippi 4: 5 De Here is nabij.
Bij die christelijke persoonsverwarring schrikt men zich wezenloos bij zo´n uitspraak. “O mensen!”, jankt men dan, “niets ontgaat Hem. Waar kunnen we schuilen voor die God?” Ja, men denkt echt dat men moet schuilen voor God. Sommigen maken er zelfs een leer van en dan komt Jezus en dan kan je achter Hem schuilen voor God. Wat een ellendige voorstelling van zaken. Dat zou betekenen dat er dus nooit een echte relatie met God zou zijn.

1 Johannes 4: 8 & 16 God is liefde.
Ken je echt God, dan weet je dat het plan van redding, van verzoening, zodat alle mensen aan het hart van God komen, uit het hart van God zelf voortkomt. Hijzelf is namelijk liefde in wezen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende