U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Peter werkt zich uit de naad

Het begon klein. Altijd was hij al zeer hulpvaardig. De laatste tijd begon het echter uit de hand te lopen.
Ik weet nog dat een aantal jaren terug er opeens zo´n omdenken kwam over roken. Het was opeens niet stoer meer om te roken. Ook het beeld zondagochtend vlak voor de kerkdienst, als de oudsten nog even hun laatste paf moesten doen op het trappetje voor de kerkdeur, veranderde in die tijd. Hij liep langs en knipte zo tussen wijs- en middelvinger al die peukjes van de raad uit de monden, terwijl hij allervriendelijkst riep: “Geen dank! Geen dank! Graag gedaan!” Vanzelfsprekend werd het maar door zeer weinigen echt gewaardeerd, maar ja, je kon hier niet met kerktucht op reageren, hè?

Hij had zijn vrouw echt wel weten in te pakken met zijn charmante manier van doen. Tja, in het begin was ze helemaal hotel de botel over zijn grote hulpvaardigheid. Ze was als een blok gevallen voor zijn bereidwillige betovering. Voor de vraag speelde stond hij al klaar met het antwoord. Liefde noemde hij het. “Zij heeft mij zo lief, ik moet haar wel liefhebben”, was zijn lijfspreuk. Haar liefde borrelde over, met zijn liefde voor haar bedoelde hij feitelijk zijn niet aflatende complimentenstroom, zijn hoofse dienstvaardigheid, ja zijn voortdurend gereed staan tot haar dienst.

Peter!!!”, riep zij vrijwel elke dag. Peter was zijn naam. De ene dag riep ze: “Peter, kom je samen met ons aan tafel. Het eten staat al klaar!!!” Peter had het echter te druk in zijn eigen kamer met een verrassing voor haar. De volgende dag was het: “Peter, kan je beneden komen gewoon gezellig een bakkie doen en wat bijkletsen?” Hij riep dan naar beneden dat hij eerst voor haar de leuke crea-kamer moet afmaken. Op een andere dag riep ze: “Peter, vandaag zouden we samen lekker gaan wandelen en doorpraten over hoe nu verder.” Peter wilde echter gewoon doorwerken aan de slaapkamer om het nog mooier voor haar te maken. Dag in, dag uit, hetzelfde verhaal! Zo was Peter voortdurend bezig zijn liefde voor haar vorm te geven. Uiteindelijk kende ze Peter niet eens meer. Ze wist dat er een man in huis was, die allerlei klusjes voor haar deed, maar verder had ze geen idee.

Peter had gewoon kunnen genieten van de relatie met zijn vrouw. Ja, hij had zelfs kunnen genieten van de contacten met al die andere mensen in zijn omgeving. Maar hij deed het niet omdat hij zo druk voor al die mensen en dus ook voor zijn vrouw was. Peter had nou eenmaal een bepaald idee over de invulling van zijn eigen liefde. Dat moest en zou vorm krijgen in een stevige prestatie van zijn kant. Anders stelde het in zijn ogen niks voor.

We mogen genieten van onze relatie met God. Gods Zoon heeft ons van vijanden tot vrienden van God gemaakt, oftewel we zijn verzoend met God. Alles is in kannen en kruiken. We hebben een Leven, waarin we mogen genieten van onze relatie met God. Maar herken je het. We vinden dat we uit liefde voor God nu zus, of nu zo, moeten handelen. We zijn ervan overtuigd dat we nu toch zeker God moeten liefhebben en dus ons uit de naad moeten werken voor onze God. Dus, geen genot van die relatie. Dus geen genot van dat opstandingsleven van Christus in ons. Dus geen genot van Gods overvloeiende rijkdommen van genade. Is die genade er niet? Ja, die is er voor iedereen! Overvloeiend! Geniet maar volop!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende