U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Waarom komen mensen niet tot geloof?

Ik kwam gisteren de vraag op het internet tegen “Waarom willen ze nou geen christen worden?” Je kon een blog openen en daar werden 3 mogelijkheden gegeven om uit te kiezen waarom mensen geen christen willen worden. Zou dit een examenvraag zijn met de multiple choice mogelijkheid om te slagen voor het christen worden, dan was ik met 100 % zekerheid gezakt. Ik kon geen keuze maken.

Het christen wel of niet worden, daar heb ik in mijn 66 jaren dat ik nu leef tot nu toe nog geen zicht op gekregen. Ik weet wel genoeg Bijbelse redenen op te geven waarom mensen niet tot geloof komen.

Ten eerste:
Romeinen 3: 9 Zij zijn allen onder de zonde.
Bijbels gezien hoeven we daarvoor niet naar slechte daden te kijken. Zonde is het doel missen en hier is dat in betrekking tot de relatie tussen mens en God. Dat maakt dat we uit onszelf helemaal niet tot geloof kunnen komen.

Ten tweede:
Romeinen 3: 10 Niemand is rechtvaardig, ook niet één.
Die rechtvaardige daad van geloven zit er dus vanuit onszelf voor niemand in.

Ten derde:
Romeinen 3: 11 Er is niemand die verstandig is.
Er komt dan ook van niemand die verstandige beslissing om te gaan geloven.

Ten vierde en voorlopig maar de laatste:
Romeinen 3: 12 Er is niemand die God ernstig zoekt.
Er is dus ook niemand die uit zichzelf serieus God vindt en dus gaat geloven.

Waarom willen ze nou geen christen worden?” De voorgaande vier punten bekijkend ligt deze vraag absoluut op een totaal ander vlak dan de vraag “Waarom komen mensen niet tot geloof?” Er zijn namelijk gigantisch veel mensen christen, waaronder een heleboel die, naar dat Bijbels beginsel, niet geloven. Dat staat daar helemaal los van.

In mijn jeugdjaren heeft het christendom weinig tot geen invloed op mij gehad. De meeste godsdienstige invloed heeft mijn gereformeerd lagere schooltje nog gehad, maar daar werd godsdienstles gegeven door leraren, die er openlijk voor uitkwamen dat de Bijbel eigenlijk een fabeltje was. Godsdienstles was dan ook het enige lesuur waar we, beginnend met discussie er een heerlijke chaos van konden trappen. (O ja, ons protestant zijn hoorde er natuurlijk wel uit te komen en daar zorgden we wel degelijk voor in onze felle strijd tegen de kinderen van de katholieke lagere school).

In mijn tieneridealisme werd ik een pacifistische demonstrant, die het samen met de Provo´s, Communisten andere linkse denkers opnam tegen al het onrecht in de wereld. Waar ik in die enkele jeugdjaren mee geconfronteerd werd is dat ik de hartgrondige haat, die ik bij anderen zo streng veroordeelde, in mijn eigen hart terugvond. Dat dreef mij ertoe om te zoeken naar geestelijke inhoud. Ik ging in Amsterdam kijken in al die christelijke kerken. Wellicht zou ik christen worden. Die mogelijkheid hield ik zeker open.

Waarom wilde ik nou geen christen worden? Eigenlijk deugt die vraag niet omdat ik het juist wel wilde. Ik deed daar mijn best voor. Ik had zo in een programma gekund van “Hein zoekt God”. Ik liep alle kerken, die ik maar kon vinden, door. Of ik nou in een zwaar orthodoxe kerk terechtkwam of in een vrij en blije pinkstergroep of in een vrijzinnige kerk, waar ik toch al contacten had dankzij de organisatie op die plek van pacifistische demonstraties, het maakte allemaal niks uit. Ik begreep niet waar die mensen mee bezig waren als ze kerkdienst hadden. Ik zat naar een showtje te kijken, die ik niet doorkreeg. “Waarom doen die mensen zo vreemd?” spookte steeds als een vraag door me heen. Bij de één kreeg ik te horen hoe zo´n te gekke dominee dit wel was, bij de ander dat zij de enig ware leer handhaafden. En ik kon met mijn vragen weer naar huis.

Waarom wilde ik nou geen christen worden?” Had ik iets begrepen van het spel dat ik daar zag, dan was ik waarschijnlijk wel mee gaan spelen en dan was ik me misschien zelfs christen gaan noemen. Maar nee, voor mij had dat christendom afgedaan. Ik had geen idee wat daar gaande was, laat staan dat ik me erin kon mengen.

Een jaar later greep God in via een lezing over politiek en de Bijbel. Ik raakte door God overtuigd van het volle gezag van Gods Woord en ik ontving het geloof. Wat is geloof? Dat is wat God werkt. Dat is waar geen mens toe in staat is en waar dus ook geen mens toe opgeroepen kan worden. Het is het geloof van Christus Jezus.

Was ik vanaf dat moment nou christen of geloofde ik alleen maar? Het idiote aan een dergelijk onderwerp is dat Gods Woord het christendom of christelijke mensen helemaal niet kent. In Gods Woord worden gelovigen door anderen als een scheldwoord wel christen genoemd. Het is dus het labeltje dat anderen opplakken. Mij maakt het niks uit hoe men tegen me aankijkt, maar meeste kans word ik door anderen inderdaad onder de christenen geschaard omdat ik geloof in God en Christus Jezus en Gods Woord, de Bijbel, als gezaghebbend boven mijn leven zie staan.

Ik was in eerste instantie afgeschrikt door wat men onder de christenen de kerkdienst noemt. Ik begreep niet wat daar nou eigenlijk plaats vond. Is daar nu wat in veranderd? Ben ik meer christelijk geworden op dat gebied? Nee. Ik vermoed dat als je daar niet in opgevoed bent, het toch altijd maar een vreemde voorstelling blijft. Zo is het voor mij althans wel gebleven. Als het daarop aan was gekomen, dan was ik nooit christen geworden. Maar God heeft ingegrepen. Hij heeft mij het geloof geschonken. Hij heeft mijn ogen geopend voor het werk van Christus Jezus, Zijn geliefde Zoon. Ik mag nu genieten van wie ik nu ben in Christus Jezus.

Die boodschap van overvloeiende genade breng ik nu ook met veel plezier in alle kerken, groepen, kringen en wat al niet meer, waar men mij maar uitnodigt. Maar de entourage van zo´n dienst (hoe men het ook invult) is nog altijd in zekere zin wezensvreemd voor mij gebleven. Kom ik ergens nou niet als spreker, maar als luisteraar, dan bepaalt de uitleg (of daar nou een kwartier of anderhalf uur voor is ingeruimd) nog altijd de hele dienst voor mij. Dat snap ik tenminste.

Bijbels gezien is de titel “christen” dus een scheldwoord, door anderen op de gelovigen geplakt. Als mensen met het “christen zijn” dat kenmerk van Gods overvloeiende rijkdommen van genade bedoelen, dan draag ik dat scheldwoord met vreugde. Ik ben, juist gezien de weerstand binnen al die kerken tegen de boodschap van onvoorwaardelijke genade, echter bang dat wie de titel “christen” zo met trots draagt er een heel andere invulling bij heeft.

Het geweldige van Gods overvloeiende genade is dat God ook dat uiterlijk christendom naar buiten roept om de redding in Christus te ontdekken. Ja, ieder zal die gave van geloof ontvangen. God zal bij een ieder de ogen openen voor het heerlijke werk van Christus. Dat is de onverdiende genade van God! Als God dan dat geloof schenkt, dan is die hele vraag vervallen: “Waarom komen mensen niet tot geloof?”

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende