U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Zoek God!

Situatietekening: We waren gewoon gezellig met de kinderen de stad in gegaan. Heel even was ik afgeleid. Er stond een hele leuke marktverkoper zijn waren aan te prijzen en ik was daar samen met het hele gezin helemaal op gefocust. Althans dat dacht ik. Nee hoor. Mijn jongste zoontje was verder doorgelopen de drukte in. We waren helemaal buiten zinnen. We hebben gelijk de politie in kennis gesteld. Hoe vaak we het centrum van de stad wel niet doorgezocht hebben op ons zoontje. Niks te bekennen totdat er bericht kwam van de politie.

Ik weet nog dat ik het politiebureau binnen liep en hem heel tevreden achter een dampende beker chocolademelk zag zitten. Hij was gevonden. We hadden ons zoontje weer terug.

Stel nu het volgende scenario voor: We lopen met ons zoontje naar buiten en gaan gelijk weer doorzoeken naar onze zoon. Je kan hem wel gevonden hebben, maar je moet altijd blijven doorzoeken. Te belachelijk voor woorden?

Nieuwe situatietekening: We waren in Amsterdam en we wilden echt eens het Vondelpark zien. We hadden er al zoveel over gehoord. We waren vanaf het Centraal Station de Dam al over geweest en iemand wees ons verder naar de Leidsestraat. Zo´n hele straat door, verder zoeken naar het Vondelpark en op het Leidseplein wordt ons de weg nog verder gewezen. Uiteindelijk komen we bij de brede ingang van het park aan. We hadden het Vondelpark gevonden en liepen naar binnen.

Stel nu het volgende scenario voor: We lopen daar midden in het Vondelpark en we vragen aan voorbijgangers of ze ons kunnen zeggen waar het Vondelpark is. We hadden het park dan wel gevonden, maar je moet altijd blijven doorzoeken. Te belachelijk voor woorden?

Nieuwe situatietekening: Ik ben nog gewoon in huis als ik plotseling merk dat ik mijn portemonnee niet gewoon op zak heb. Ik zoek al mijn broekzakken af, maar er zit van alles in behalve mijn portemonnee. Waar zitten nog meer zakken. Ah, mijn shirt en mijn vest. Nee, niks. Ik loop naar de kast en tast de zakken van mijn andere broeken af. Die zijn allemaal leeg. Ik struin naar de kapstok om alle jassen, vesten en overige kledingstukken af te voelen. Nergens mijn portemonnee te bekennen. De tafels, de kasten, de kamerrichels, de tasjes in de diverse hoeken, de dozen, die aan de kant opgestapeld staan. Ik neem alles door. Niks geen portemonnee!

Ik moet van de nood naar het toilet en daar op de grond voor de pot ligt mijn portemonnee. Logisch, dat valt er wel eens uit en daar ben je op zo´n moment dan niet op gericht. Ik heb mijn portemonnee weer teruggevonden.

Stel nu het volgende scenario voor: Met de portemonnee op zak stap ik die ruimte uit en vraag aan Machtelt waar ik nu verder nog kan zoeken. Ik had de portemonnee dan wel gevonden, maar je moet altijd blijven doorzoeken. Te belachelijk voor woorden?

Nieuwe situatietekening: Vanuit Emmen gaan we naar Den Haag. Dan moet je in Zwolle altijd kiezen uit al die diverse perrons. Waar kunnen we nu de trein naar Den Haag vinden? Ik kijk op de borden en vraag aan loslopende conducteurs waar en wanneer de trein naar Den Haag vertrekt. Men wijst me de weg en ik kom prima op tijd bij de trein naar Den Haag aan op het juiste perron. We hebben de trein gevonden en stappen in.

Stel nu het volgende scenario voor: In die trein loop ik het gangpad door en stuk voor stuk vraag ik elke passagier waar ik de trein naar Den Haag kan vinden. Ik had die trein dan wel al gevonden, maar je moet altijd blijven doorzoeken. Te belachelijk voor woorden?

Nu de definitieve, concrete situatie: God zoekt het verlorene om het te redden en Hij zoekt totdat Hij het gevonden heeft. Maar wij denken dat wij God gezocht hebben. God heeft 2.000 jaar terug ons gevonden en ons van vijanden tot vrienden gemaakt, oftewel Hij heeft in Christus ons met Zich verzoend. Toen zijn wij gevonden. Maar wij denken dat we God gezocht hebben. We zijn gevonden, maar wij denken maar al te vaak dat wij God gevonden hebben. Op zich is ons idee dus al redelijk belachelijk als je het vergelijkt met wat er werkelijk heeft plaats gevonden.

Maar nu komen we in dat volgende scenario: We zijn door God gevonden en denken dus God gevonden te hebben. Daar komen we opeens op het lumineuze idee dat we nog altijd door moeten gaan met God te zoeken. Hoe kunnen we beter ons ongeloof verwoorden? Dat heet nou godsdienst. Echt te belachelijk voor woorden!

Deuteronomium 31:6 Het is Yahweh, je God, Die met jou gaat; Hij zal je niet begeven of verlaten.
Deuteronomium 31:8 Yahweh…; Die zal met je zijn; Hij zal je niet begeven of verlaten;
Jozua 1:5 Ik zal je niet begeven of verlaten.
1 Kronieken 28:20 Yahweh God, mijn God, zal met jou zijn; Hij zal je niet begeven, en Hij zal je niet verlaten,
Psalmen 94:14 Yahweh zal Zijn volk niet begeven, en Hij zal Zijn erve niet verlaten.
Hebreeën 13:5 Hij heeft gezegd: Ik zal je niet begeven, en Ik zal je niet verlaten.

Wat zeggen wij in onze vroomheid: “O, de Heer zal ons gegarandeerd verlaten als we niet zus, of als we niet zo……Dus, blijf Hem zoeken!” Vrome woorden van ongeloof alsof het alles van onze inspanning afhangt.

Deze bovenstaande teksten gaan eigenlijk allemaal, stuk voor stuk, over Gods relatie met Zijn aardse volk Israel. Betekent dit dat wij wel moeten vrezen dat Hij ons verlaat en dus maar het beste kunnen blijven zoeken? Wij zijn toch zeker niet Israel? Nee, wij zijn het Lichaam van Christus! Onze relatie met God is gigantisch intens.
Colossenzen 3:3 Jouw leven is met Christus verborgen in God.
Jij zit met Christus in de rechterzij van Vader God. Belachelijk om dan te denken dat er nog wat gezocht moet worden. Alles is het initiatief van God. Hij heeft gezocht en Hij heeft jou geplaatst. Geniet er maar van!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende