U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Ik moet uit genade leven!

Ken je dat ook? Je hoort een toespraak over God rijke heerlijkheden van genade en dan leg je jezelf op dat je daar ook meer uit leven moet. Je zet je in! Je kijkt naar jezelf en vraagt je af: “Leef ik nu al wat meer uit genade? Hè nee, het is toch nog niet helemaal zover! Er is nog zoveel waar ik zelf mee aan kom zetten. Ik moet echt meer die genade laten werken!”

Is deze ellende het resultaat van de genadeboodschap?
1/ Je legt jezelf op dat je meer uit genade moet leven. Dat is wetticisme.
2/ Je zet je in om uit genade te leven. Dat is wetticisme.
3/ Je kijkt naar jezelf en je vraagt je af of je al wat meer uit genade leeft. Dat is wetticisme.
4/ Je constateert dat je nog helemaal niet zover bent. Dat is wetticisme.
5/ Ik moet echt meer die genade laten werken. Dat is wetticisme.

Nou voel je je helemaal veroordeeld. Je had al begrepen dat je niet zelf het christusleven voor God kan uitleven. Je spant je nou in om je uit te strekken naar Gods genade en nu krijg je te horen dat ook dat wetticisme is. Je bent als de dood dat je zo geen enkel handvat over houdt om echt voor God te leven. Nee, we hebben ook geen enkel handvat. God doet het in jou. Punt uit. Dat kijken naar onszelf of we al zover zijn betekent dat we het in de praktische werkelijkheid nog helemaal van onszelf verwachten, alleen nu met die verandering van het woordje “genade” erin.

1 Corinthe 4: 3-4 Voor mij stelt het echt niks voor, dat ik door jullie of door wat voor dag van de mensen dan ook beoordeeld word; en mezelf beoordeel ik ook niet. Want ik ben mij van niets bewust, maar daarin ben ik niet gerechtvaardigd; Hij die mij beoordeelt, is de Heer.
Paulus laat zich door niemand beoordelen, ook door zichzelf niet. Dat betekent….
1/ Dat hij zichzelf niet oplegt om meer uit genade te leven
2/ Dat hij zich niet gaat inzetten om uit genade te gaan leven
3/ Dat hij niet naar zichzelf kijkt en zich afvraagt of hij al wat meer uit genade leeft
4/ Dat hij niet tot de conclusie komt dat hij helemaal zover nog niet is
5/ Dat hij ook niet denkt dat hij toch wat meer die genade moet laten werken

Voorbeeld van kind met het treintje “Genade”.

Vorige maand is Pietje jarig geweest. Toen heeft hij van alle bekenden cadeautjes gekregen omdat hij jarig was. Dat vond hij best wel logisch want hij was jarig en hij deed er van alles mee. Een week terug mocht hij Oom Jan helpen. Toen heeft hij ook iets moois gekregen. Dat vond hij best wel logisch want dat had hijzelf verdiend en hij deed er van alles mee.

Vandaag kwam zomaar zonder enige aankondiging en ook zonder enige reden Tante Loes langs. Niemand had er echt op gerekend. De moeder van Pietje had zelfs geen koffie of thee in huis, maar water was ook goed. Tja, wie komt er nou ook zo onverwachts? Toen Pietje van school thuiskwam zat die Tante Loes gezellig met mamma in de huiskamer. En toen kwam de echte verrassing. Al het andere, zijn verjaarscadeautjes en het loon voor het helpen bij Ome Jan, daar had hij eigenlijk in zekere zin al op gerekend. Maar nu kwam Tante zo onverwachts!

Tante Loes had een geweldig cadeau voor hem meegenomen. Hij wilde natuurlijk weten waarvoor dat cadeau was en eigenlijk zijn moeder nog meer, maar Tante Loes zij alleen maar “Omdat je niet jarig bent en nu eens niks verdiend hebt. Ik wilde vanuit de liefde van mijn hart je dit cadeau geven”.

Pietje wilde het pakpapier er gelijk al afscheuren, maar zag toen dat het papier helemaal volgeschreven stond. Hij begon te lezen: “Mijn genade, mijn onverdiende gunst, mijn onterecht geschenk, mijn overstromende genegenheid, mijn goedertierenheid, mijn gratie, mijn diepe compassie”, zo ging het maar door. Pietje had maar eventjes de tijd genomen om er iets van te lezen, maar hij begreep de woorden toch niet, al voelde hij wel iets van warmte erin. Hij was alweer driftig aan het scheuren.

Het bleek een prachtige uitgebreide spoorbaan met locomotief en wagonnetjes en mannetjes en gebouwtjes en echt van alles en nog wat te zijn. Het zou zo in zijn slaapkamertje erbij kunnen passen en daar kwam het dan ook. Een helemaal verzorgde elektrische trein. Alles was zo gefabriceerd dat het gelijk werkte.

Wat was Pietje blij met zijn cadeau. Tante Loes had hem uitgelegd dat alles reedt op de elektriciteit. Met een paar schakelaartjes kon hij alles bedienen. Hij zette de trein op het spoor en inderdaad, daar reed die. Pietje was door het dolle. “Ja, zo moet die rijden! Ja, zo moet die rijden!”, en hij pakte het treintje en duwde hem uit alle macht over het spoor. “Lastig hoor dat die stroom de wieltjes van de trein zo gek laten doen”, mopperde hij terwijl hij nog harder probeerde het treintje over het spoor te slepen. Soms lukte het een paar centimeter, maar dan schoot dat treintje uit zijn handen en schoot het zomaar weg. Toen dacht hij echt dat hij het treintje zo snel mogelijk weer moest grijpen om geen erge brokken te maken. Hij wilde het zo graag weer net zo laten rijden als dat het de eerste keer ging. Het leek er soms een beetje op. Dan was hij best tevreden met zichzelf. “Dit lijkt erop!!! Dit is het!!!”, juichte hij toen eventjes. Maar ja, dat ellendige spoor doet zo idioot met de wieltjes van het treintje.

´s Avonds ligt Pietje te huilen in zijn bedje. Pappa komt hem toestoppen en ontdekt het grote verdriet. Natuurlijk wilt die weten wat er aan de hand is. Pietje vertelt het allemaal, hoe hij een trein had gekregen met die vreemde woorden zoals “genade” erop, Hoe in het begin dat treintje even zo goed leek te rijden, maar dat hoe hij het nu ook probeert het telkens een stevige flop wordt.

Vader wilde weten wat hij dan deed. “Nou”, zei Jantje, “Ik kreeg dat treintje niet goed aan de praat. Ik heb mezelf toen opgelegd dat ik hem meer zo moet laten rijden als de eerste keer. Ik heb me er echt voor ingezet! Ik heb me afgevraagd of ik hem wel zo simpel kon laten rijden als de eerste keer, maar ik ben nog lang niet zover! Ik moet echt het zo laten gebeuren als de eerste keer.”

Vader keek zijn zoontje aan en zei: “Weet je wat de ellende is van jouw vergelijk met die eerste keer?” “Nee”, zei Pietje.
1/ Je legt jezelf op dat jijzelf het zover moet krijgen dat hij weer net zo rijdt als de eerste keer
2/ Je zet je in om dat voor elkaar te krijgen
3/ Je kijkt naar hoe jij het doet en je vraagt je af of dat net zo werkt als de eerste keer
4/ Je constateert dat je nog helemaal niet zover bent
5/ Je vindt dat het nu eens echt net zo moet gaan als de eerste keer

Pa geeft Pietje een smok op de kladde en belooft dat hij morgen samen met Pietje leuk met het treintje gaat spelen. De volgende ochtend springt Pietje uit bed en haalt zijn vader. “Zet hem maar op het spoor”, zegt Pa. “Ja maar dan doet die zo gek!”, protesteert Pietje. “Geeft niks”, zegt pappa, “zet hem er maar op”. Het treintje staat op het spoor en dankzij de stroom rijdt de locomotief er vandoor. Alles genade. Die stroom (die genade) was er altijd al. De gedachte dat hij iets moest doen om die genade te laten werken bewerkte dat hij simpelweg niet genoot van alles wat reeds tot stand gebracht was. Geniet nou maar. Maak je er maar niet druk over of je al uit genade leeft, of je je wel genoeg inzet om die genade te laten werken. Doe niet zo dom als Pietje. Geniet!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende