U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Afwas

Zoals elke avond na de maaltijd breng ik de hele vuile vaat naar de keuken en begin ik mijn schrob- en boenwerk. Nee, we hebben geen vaatwasser. Ik ben dat zelf. Ik moet zeggen, dat afwassen loopt eigenlijk altijd gesmeerd, behalve die ene keer. Op het nou werkelijk gebeurd is of dat het slechts een droom was, daar wil ik vanaf zijn. Maar telkens moet ik hieraan terugdenken.

De afwasbak zat al lekker vol met schuimend sop en ik wilde de eerste dekschaal pakken om dat ding in dat sop te deponeren. Mijn handen gingen naar die schaal, maar die trok zijn handvat weg, maakte een sprongetje en zette het met beide handvaten op een lopen naar de andere kant van het aanrecht. Daar begon die toch te poetsen en te wrijven. Daarbij hardop reciterend uit 1 Thessalonica 4:3 de volgende woorden: “Dit is de wil van God, jouw heiliging.”

Ik moet zeggen dat ik de ijver van die mooie denkschaal wel enorm kon waarderen, maar hij wreef alle overgebleven etensresten alleen nog maar wat grondiger uit over zijn plateau. Ik probeerde wat kopjes in het sop te krijgen, maar die volgden het grote, vrome voorbeeld van hun grote broer met de woorden uit 2 Corinthiërs 7:1 “Laten wij de heiligheid voleindigen in de vreze Gods.”

Ik smeet toch wel een beetje ontdaan de theedoek over mijn schouder met de woorden: “En toch gaan jullie allemaal koppie onder!” Ik greep de borden, schoteltjes en het bestek en begon mijn dagelijkse klus. Alles kwam er brandschoon uit en als laatste kwamen de kopjes aan de beurt en uiteindelijk ook de dekschaal. Ja, ik laat me niet op mijn kop zitten!

Ja, wat willen wij graag de klus voor de Heer doen. Hij zorgt voor de reiniging. Hij zorgt voor de heiliging. Maar wij vinden het onterecht dat Hij voor alles opdraait. Zwaaiend met de Bijbel in de hand roepen we: “Kijk, deze teksten dan eens! 1 Petrus 1:15 Zoals Hij die jou geroepen heeft, heilig is, zo moet jij ook heilig zijn in al jouw wandel; 1 Petrus 1:16 Er staat geschreven: ‘Weest heilig, want Ik ben heilig.’”

Alles vatten we op als opdracht en wij grijpen de klus beet en poetsen onszelf steeds smeriger. We vergeten totaal dat we God Zijn werk niet uit handen hoeven te nemen. We mogen juist heerlijk rusten en genieten van onze heiliging en reiniging in Zijn geliefde Zoon.
Romeinen 6:22 Van de zonde vrijgemaakt hebben jullie als vrucht je heiliging,
1 Corinthiërs 1:30 Christus Jezus, die onze heiligheid is geworden.
1 Thessalonica 3:13 Christus versterkt jullie harten om onberispelijk te zijn in heiligheid voor onze God en Vader.

Toch maar een geluk dat we geen vaatwasser hebben. Dan kom je toch nooit tot zulke heerlijke conclusies. O ja, dan hoef ik het niet meer te doen. Dan kan ik het aan de machine overlaten. Weer een nieuw plaatje van Gods overvloeiende rijkdommen van genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende