U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Naijverige God Is Niet Afgunstig

1 Corinthe 13: 4 De liefde is niet afgunstig,
Dit dertiende hoofdstuk van de eerste Corinthebrief is voor mij een tamelijk populair gedeelte in de Bijbel. Zodra ik uitspraken uit dat hoofdstuk op FB plaats, dan merk ik dat ik plotseling veel meer likes uit diverse hoeken ontvang. Betekent dit dat toch veel meer mensen dan ik eigenlijk verwachtte razend enthousiast zijn over het wezen van God, zoals dat in dit hoofdstuk getekend wordt? Ik ben bang van niet.

Op het internet heb je prekensites. Dat zijn websites waar je over elk denkbaar Bijbelgedeelte preken kan opvragen. Toets je dit hoofdstuk in, dan blijken daar ontelbare hoeveelheden preken over te zijn gehouden. Vrijwel geen enkele preek heeft het wezen van God, zoals Christus Jezus, de Zoon van God, ons die heeft leren kennen, tot onderwerp i.v.m. dit hoofdstuk. De vele likes, die ik ontvang bij het plaatsen van teksten uit dit hoofdstuk zijn dan ook meer “Amens” op iets totaal anders wat men erin hoort.

1 Corinthe 13: 4-7 De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blij over ongerechtigheid, maar zij is blij met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.

De likes vormen het “Amen” op de oproep tot lief doen, die men hier overtuigend in denkt te herkennen. Het wordt met plezier in het kader van menselijke vredesbesprekingen geplaatst. Het wordt ervaren als een uitspraak, die goed gebruikt kan worden tegen iemand die wel verbitterd is, die wel het kwade toerekent of die in de beoordeling van de één of ander blij is over ongerechtigheid. (“Laten we die onmensen nog maar eens deze overduidelijke oproep onder de neus douwen!”)

Is lief zijn dan fout? Laat ik eerlijk zeggen dat ik ook veel liever te maken heb met iemand die aardig tegen me is. Niks mis mee dus. Maar wordt in dit hoofdstuk inderdaad het lief zijn tegenover het boos zijn geplaatst? Nee, het tegenovergestelde komt hier nou juist naar voren. Liefde als wezen van God wordt hier nou juist geplaatst tegenover ons menselijk proberen lief te zijn.
1 Corinthe 13: 3 Al was het zo, dat ik alles wat ik heb tot spijs uitdeelde, …, maar ik had de liefde niet, dan baatte het mij niets.

Lief zijn voor de ander komt nou juist openbaar als ik zie dat die ander honger heeft en ik ga ervoor zorgen dat die ander te eten krijgt. Of, zoals ik wel eens als reactie op mijn prediking van genade alleen ten antwoord kreeg: “Nou, wij gaan wel weer iets belangrijks doen! Wij gaan ons inzetten voor de voedselbank!” Laat ik eerlijk zijn. Daar heb ik geen antwoord op. Ik vind de voedselbank zolang er maatschappelijk zulke asociale omstandigheden zijn geweldig goed, maar het heeft niks met God en met deze liefde te maken. Iemand die heerlijk van Gods genade geniet kan aan zo’n geweldige sociale voorziening bijdragen, maar ook de grootste atheïst kan dat. Maar Gods liefde, zoals die hier beschreven wordt, gaat daar bovenuit.

1 Corinthe 13: 3 Al was het zo, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar ik had de liefde niet, dan baatte het mij niets.
Je leven voor een ander geven, zoals bijvoorbeeld soldaten en hulpverleners dat doen, dat kan je zelfs niet eens meer onder de simpele noemer van lief zijn voor elkaar plaatsen. Menselijkerwijs is dat een soort heldenstatus. Maar hier plaatst God dat tegenover Liefde. Dat is het wezen van God hier. Dat wezen van God blijkt te werken in jou en jou en jou! En ja, ook in mij. Dat is die genade die Paulus ons hier als onze levensbron tekent. Daar kan onze menselijke inspanning niet tegenop.

1 Corinthe 13: 4 De liefde is niet afgunstig,
God zou niet jaloers zijn? Is dat nou niet een duidelijk bewijs dat het hier niet om het wezen van God gaat?
Exodus 34:14 Jullie zullen je niet neerbuigen voor een andere god, immers Yahweh, wiens naam Naijverige is, is een naijverig God.
God is toch juist jaloers! Dat is zelfs Zijn naam hier!

Plaatsen we deze twee uitspraken zo tegenover elkaar, dan kunnen we zelfs niet (zoals Johannes dat wel doet) God liefde noemen. Dan is God geen liefde omdat de liefde niet afgunstig is. Maar let wel! Eigenlijk lezen we dan niet meer wat er staat! Er staat namelijk helemaal geen dreigement dat dit niet mag. Er staat een liefdevolle belofte van deze God, die Naijverig heet: "Jullie zullen je niet neerbuigen voor een andere god".

Proef je de liefde niet juist in die woorden van Exodus? De jaloezie in Exodus betreft totaal niet de menselijke jaloezie van afgunst om wat de ander heeft. De jaloezie in Exodus is nou juist de uiting van Gods liefde naar ons mensen. Hij is God en daarnaast past geen enkele god. Hij werkt dus in jou en jou en mij als die autonome God. Dan weerklinkt deze heerlijke belofte vanuit het hart van Vader God dat zij zich niet zullen buigen voor een andere god, juist vanwege het wezen van God.

Vervulling van deze heerlijk belofte van de God, die Liefde is:
Romeinen 14:11 Er staat geschreven: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Here: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven.
Filippi 2:10 In de naam van Jezus zal alle knie zich buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
Deze God, die Liefde is, is dezelfde die ook de Naijverige is. Wat een heerlijke belofte komt er voort uit Zijn wezen! Wat een heerlijke toekomst schittert in die op het eerste gezicht schijnbare tegenstelling.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende