U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

God Kennen & Hem Toch Als God Verloochenen

Romeinen 1:21 Hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt,
God kennen is meer dan toevallig wel eens van Hem gehoord hebben. Ik ken koning Willem Alexander niet, maar ik heb wel het één en ander over hem gehoord. Misschien zelfs wel een boel. Misschien ben ik als minister president zelfs wel ministerieel verantwoordelijk voor zijn uitspraken, maar wezenlijk ken ik hem dan toch nog niet. Dat is voorbehouden aan koningin Maxima. Zij heeft echt die intieme relatie met hem, die je het kennen van de koning kan noemen.

Het Griekse woord, dat hier met “kennen” vertaald is, is “ginosko”. We hoeven maar naar de allereerste keer dat dit werkwoord gebruikt wordt in de Bijbel te gaan om de concrete betekenis van het woord te verstaan en te begrijpen.
Mattheus 1:25 Jozef had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.
De daad van seksuele gemeenschap en het kennen zijn synoniem in de Bijbel. Het kennen van God is dus geen toevallig over Hem weten. Zoiets “kennen” noemen zou een stomme fout zijn, waarvan we de Bijbel in de verste verte niet verdenken.

Het vreemde aan deze tekst is dat ik (maar ook al de anderen die toch intensief de Schrift bestuderen) de vele tientallen jaren dat ik Bijbelonderzoek doe nooit op de tegenstelling in deze tekst gestuit ben. Romeinen 1 wordt vrijwel altijd gebruikt om de verdorvenheid van de maatschappij of de wereld te tekenen. Niet om een kenmerk van een groep mensen met de meest intieme relatie met God te beschrijven.

We hebben dit kennen van God in deze tekst altijd historisch in de vroege tijd geplaatst. Maar dan had het werkwoord niet in de Aorist gestaan. Dan had het kennen voltooid moeten zijn. Het gaat echter volgens deze bijbelse tijdsvorm nog steeds door, evenals het niet verheerlijken en het niet danken van God in de Aorist staat en dus ook nog altijd door gaat.

Er ia dus doorlopend een groep mensen die deze intieme relatie met God hebben, maar Hem niet als God verheerlijken of danken. Wat wil dat zeggen? Het verheerlijken spreekt over de eer van God. Het woord voor ‘danken’ is zelfs nog rijker dan dat het oppervlakkig lijkt. Het Griekse werkwoord “eucharisteo” bestaat uit twee delen. “eu”, oftewel “goed” & “charis”, wat “genade” betekent.

Het gaat hier dus wezenlijk over de eer van God en de goede genade van God, die Hij als God bezit, maar die Hem niet door de mensen die Hem zo goed kennen wordt toegebracht. Ze kennen Hem, maar als God is er een bepaald soort eer aan God verbonden. Die onthouden ze Hem. Als God is er een hele goede genade aan God verbonden, maar die kennen ze Hem niet toe.

Wat blijkt? Het zijn nou juist de gelovige mensen met een relatie met God, die op hun achterste benen staan als ze horen dat God soeverein en almachtig is, dat Zijn eer erin ligt dat Hij de enige God is, dat naast Hem Hij geen enkele andere autoriteit erkent. De verkondiging van de eer van God en het erkennen van Zijn eer is nou juist onder velen die een intieme relatie met God pretenderen een gruwel.

Het feit dat God naast zichzelf niet nog een even grote macht in bijvoorbeeld satan erkent, maar dat satan slechts een ondergeschikte is, dat is nou juist voor hen die Gods zeggen te kennen een onoverkomelijk probleem. De gedachte dat God alles in Zijn hand heeft en wij dus geen gelijkwaardige partners zijn, die ook mede het plan bepalen, is eveneens een afgrijselijke voorstelling van zaken voor deze God kenners. De voorstelling van de Pottenbakker en het leem wordt dan ook alleen maar als stuitend ervaren.

Dat God handelt vanuit Zijn goede genade is eveneens zeer problematisch. Het botst met de menselijke rechtvaardigheid, die voortkomt vanuit prestatie en beloning. God erkennen als de God, die handelt vanuit overvloeiende genade is voor hen mensonwaardig. Waar eindigt dit denken?
Romeinen 1:21 Hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.

Dit is de basis, die Romeinen 1 tekent als basis van onze verdorven maatschappij. De basis is vrome godsdienst. In veel christelijke inspanningen zie je een verwoed gevecht tegen al de enorme gevolgen. De kraan (het niet verheerlijken en danken van God als God) blijft echter open staan en dus zal de overstroming aanhouden. Het is dan ook bedoeld om uit te komen op Gods constatering.
Roneinen 3:19 Alle mond is gestopt en de hele wereld is strafwaardig voor God,
Romeinen 5:20 Waar de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden,

De mond van de vrome godsdienst is gestopt. Ieders mond is gestopt. Zonde alom. Maar God is de God van overvloeiende genade, ook voor die vrome godsdienst, ja, voor de hele wereld.

Nog drie studies over dit onderwerp met God als Plaatser:
God Plaatst Ons In De Rustplek Van Genade
God Als God (Plaatser) Verheerlijken
Eigen Plaatsing Ondergraaft (vergeefs) Gods Plaats

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende