U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Is Dat Nou Liefde?

Maleachi 1: 2 Ik heb jou lief, zegt Yahweh; en dan zeg jij: Waarin hebt U mij dan lief?
God heeft Zijn aardse volk Israel hier van harte lief. De enige reactie die dit volk hier geeft is de vraag: ‘Waarin hebt U mij dan lief?’. Nou niet te snel zijn met onze reactie. We hebben vaak vrij snel ons oordeel al klaar. Maar was de reactie van het volk nou eigenlijk niet begrijpelijk?

We hoeven slechts enkele verzen verderop te lezen om iets van de emotie van dit volk te begrijpen.
Maleachi 1: 7 Jullie brengen minderwaardige offers op Mijn altaar. En dan zeggen jullie: Waarmee hebben wij U minderwaardig behandeld? Doordat jullie zeggen: De tafel van Yahweh is verachtelijk.

Tjonge, wat gaat God, die zegt Zijn volk lief te hebben, hier tekeer tegen Zijn volk! Bovendien, legt God hen nou niet woorden in de mond? Ze zullen toch zeker nooit zeggen dat de tafel van Yahweh verachtelijk is? Nee, dat zeggen ze ook nooit. Zij waren ook echt verbluft over de uitspraken van God. Vandaar hun oprechte vraag:
Maleachi 1: 6 En dan zeggen jullie: Waarmee verachten wij Uw naam?

God houdt hartstikke veel van Zijn volk. Maar op deze manier hen aanspreken op hun manier van Hem dienen, levert bij hen de bijna vanzelfsprekende vraag op: Waarin hebt U mij dan lief? Zij hadden de heel logische verwachting dat als God zo van hen hield, dat Hij dan hun uiting van liefde voor Hem in hun eredienst ook wel op waarde zou weten te waarderen.

Wat was nou eigenlijk Gods probleem met hun offerdienst? Nou, dat legt Hij ook uit.
Maleachi 1: 8 Wanneer jullie een blind dier als offer brengen, is dat dan niet erg? Wanneer jullie een kreupel of ziek dier brengen, is dat dan niet erg?

Ze brachten offers met een steekje eraan los. Het was een aardig offer, maar het was niet volmaakt, het was niet perfect, het was niet gaaf. Met het brengen van zulke offers hoorde God hen feitelijk zeggen: ‘De tafel van Yahweh is verachtelijk’. Ze zeiden dat niet letterlijk, maar dat hoorde God hierin.

Is dat nou liefde? Is dat nou niet muggenzifterig van God om wanneer wij onze tijd en energie in het dienen van God stoppen, dat hij dan dat ene missertje ziet en daarover begint te zaniken? Wat was hier nou feitelijk een probleem? Met het feit dat we met onze eigen oplossingen voor de dienst van God komen, doen we toch zeker niemand kwaad? Integendeel, onze hele inspanning is toch juist op God gericht?

Exodus 12:5 Een gaaf, mannelijk, eenjarig stuk kleinvee moet je nemen;
Leviticus 1:3 Hij zal een gaaf
dier van het mannelijk geslacht brengen.
Leviticus 1:10 Hij zal een gaaf dier van het mannelijk geslacht brengen.

Leviticus 3:1 Dan zal hij een gaaf dier, hetzij van het mannelijk, hetzij van het vrouwelijk geslacht, voor het aangezicht van Yahweh brengen.
Leviticus 3:6 Dan zal hij een gaaf dier, hetzij van het mannelijk, hetzij van het vrouwelijk geslacht, brengen.
Enzovoorts!
Waar wijst dit nou op?
1 Petrus 1:19 Christus, … onberispelijk en vlekkeloos lam.

Er is maar één Persoon, van Wie God zegt dat Hij daar Zijn plezier in vindt.

Mattheus 3:17 Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in wie Ik Mijn welbehagen [Mijn plezier] heb.
Mattheus 12:18 Zie, Mijn knecht, die Ik verkoren heb, Mijn Geliefde, in wie Mijn ziel een welbehagen
[plezier] heeft;
Mattheus 17:5 Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in wie Ik Mijn welbehagen
[Mijn plezier] heb;

In de dienst voor God is er maar één Persoon, waar God met plezier naar kijkt. Dat is Christus en Christus alleen! Het was daarom ook juist de liefde van God, die het volk Israel erop wees dat hun dienen van God zo gigantisch faalde. God bleef erop wijzen dat de enige persoon die werkelijk plezier bij Hem kon uitwerken Jezus Christus was. Niet hun inspanningen voor God toverde een glimlach op het gezicht van God. Het is het werk van Christus en Christus alleen.

Ook hier in dit Oud Testamentisch plaatje is de boodschap nog altijd niet zelf presteren voor God, maar Christus laten werken. Dat plezier van God komt opnieuw naar voren in onze hoge positie in Christus.
Efeze 1:5 God heeft ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen [het plezier] van Zijn wil,
Efeze 1:9 door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen
[het plezier], dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,

God heeft een enorm plezier in jou en mij omdat Hij Christus ziet. Hij ziet de werkelijkheid, die nu reeds een feit is. Daarom hoeven we ook niet zelf aan de slag te gaan voor God, maar kunnen we onze dienst aan God geheel en al aan Christus alleen overlaten. Hij is jouw gave dienst. Daar heeft God plezier in.
Filippi 2:13 God is het, die om Zijn welbehagen [Zijn plezier] zowel het willen als het werken in jou werkt.

Was het nou liefde van God, dat Hij het volk Israel in Maleachi wees op hun falende dienst? Het volk betwijfelde dat nogal sterk in dit gedeelte wat we gelezen hebben. Maar God bevestigde Zijn liefde aan hen. Hij wees hen niet af. Zijn liefde is en blijft onvoorwaardelijk. God wijst wellicht op je vrome dienst en dan heb je misschien net als Israel de neiging om dat als liefdeloosheid af te tekenen. Maar God oordeelt je niet. Hij wijst alleen een rijkere weg en Hij houdt van je, onvoorwaardelijk. Christus is namelijk ook jouw leven. Laat Zijn genade nu ook Zijn werk in en door je doen. Dan geniet ook jij die rijkdommen van genade en zeg je met datzelfde volk mee:
Hooglied 1:2 Kostelijker dan wijn is Uw liefde.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende