U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Een Sinterklaasverhaal

Ergens in een achterafstraatje woont menvrouw Bloem. Eigenlijk kent niemand haar echt omdat ze de helft van het jaar nogal teruggetrokken, in zichzelf gekeerd, leeft. De andere helft van het jaar was het echter een hyper, ver over de top opzichtig fleurige verschijning. Niemand die echt goed hoogte van haar kreeg. Vanwege wat men dan in het hyper jaargetijde nog wel van haar te zien kreeg en hoe men haar dan al op grote afstand hoorde aankomen, had ze de bijnaam Vrouwtje Kakelbont gekregen.

Zomers was Vrouwtje Kakelbont niet te stoppen over Sinterklaas. Iedereen die het horen, maar ook zeker die het niet horen wilde, vertelde ze over hoe zo’n geweldige man deze Sinterklaas wel was. Zoveel goedheid, zo vriendelijk, zo welwillend. Ze juichte het verblijdende journaal op alle hoeken van de straten. Ze prees zijn deugd en kwaliteiten. Ze beschreef hoe hij vol goedgunstigheid ieder mens benadert. O, hij wil iedereen wat geven. ‘Maar’, joelde ze elke voorbijganger toe, ‘de grote vraag is: Geloven jullie dit ook?’

Jazeker, Vrouwtje Kakelbont geloofde nog voluit in Sinterklaas. Haar bewogenheid over haar stadsgenoten was ook zeker oprecht te noemen. Haar stellige overtuiging was namelijk dat niemand een cadeautje van Sinterklaas zou krijgen als je niet op de enig juiste manier zou geloven. Maar wat in haar ogen nog veel ernstiger was, dat was het verschrikkelijk toekomstbeeld van al die mensen die niet meer in Sinterklaas geloven. Daarom las ze gelegen of ongelegen de mensen zoveel mogelijk de les.

O ja, Vrouwtje Kakelbont geloofde nog helemaal in Sinterklaas. En ze zou volharden in haar Sinterklaasjournaal zolang er nog enige adem in haar longen zat. Het perspectief was namelijk veel te gruwelijk! Daarom was ze zomers zo’n fascinerende, meeslepende, enerverende persoonlijkheid. Kakelbont sprankelde je zomers tegemoet. Haar veelkleurige, zo afwisselend levendige verschijning maakte zomers de stad tot een bruisend feestterrein.

Jazeker, Vrouwtje Kakelbont geloofde in Sinterklaas. Maar dat hield voor haar in dat als in de herfst de bomen hun bladeren lieten vallen, ook haar kakelbonte veelkleurigheid wegzakte in stemmig grijs. De hoeken van de straten van de stad toonden in de herfst een stuk leger omdat Vrouwtje Kakelbont haar journaal daar minder vaak afdraaide. Wanneer ze dan toch kwam, was de toon gedempter, de boodschap luguberder en haar uitkijk wanhopiger. ‘Wel echt geloven!’, riep ze en in gruwelijke bewoordingen beschreef ze dan het loon van ongeloof.

Vrouwtje Kakelbont geloofde in Sinterklaas. Ook wanneer het winter werd. Maar wat een ellende voor haar om te geloven in Sinterklaas nu het winter is! In het zwart gekleed wacht ze opgesloten in haar huisje de dag af dat de Sint zal komen. ‘Nog een paar dagen’, verzucht ze vertwijfeld, ‘dan is Hij hier!’. Uitzichtloos knijpen haar ogen samen. De wanhoop tekent zich in haar gezicht. Angst, vertwijfeling grijpt haar aan. ‘Ik heb vast niet goed genoeg geloofd!’ Ze zakt weg op de grond.

Van emotie flauw gevallen ligt Vrouwtje Kakelbont op de grond. Bewegingsloos, maar in haar bewustzijn is het verre van stil. In haar onderbewuste werkt haar geloof in Sinterklaas nog steeds iets uit. Als in een droom is ze druk doende wanneer Sinterklaas binnen stapt. Voordat de Sint ook maar iets kan zeggen begint ze al: ‘Ik heb dit jaar iedereen over u verteld. Ik heb gezegd dat ze op de goede manier moeten geloven! En ik..’

Ja’, valt Sinterklaas haar in de reden, ‘en jij geloofde nog wel helemaal in mij’.
‘O ja, o ja, Sinterklaas! Ik geloofde ook dit jaar echt in u!’.
Sint keek haar aan. Ze kende die blik. Ze kon wel door de grond zakken.
‘Geloofde je ook op de goede manier in mij?’, vroeg hij nu.
Ja hoor, haar moment van door de grond zakken. Spaans benauwd. Met rode wangen zei ze: ‘Ik weet het niet, Sinterklaas’.

Piet! De zak!’ Sint draaide zich naar Vrouwtje Kakelbont en zei kortweg: ‘Instappen! Je weet toch wat ongeloof bewerkt?’ Vrouwtje Kakelbont stapte in om voor altijd vermalen te worden tot pepernoten. Telkens opnieuw zou haar bewustzijn in één van die pepernoten het gruwelijke vermalen ondergaan. Dag na dag. Jaar na jaar. Decennium na decennium. Eeuw na eeuw. Eeuwigheid der eeuwigheden.

De zak werd dicht geknoopt en ze verloor haar bewustzijn. Ja, wacht eens even. Dat dacht ze in haar slaap/droom toestand waarin ze de consequenties van haar geloof ondervond. Zoals je weet was ze flauw gevallen. Nu komt ze juist weer bij.

Er wordt op de deur gebonsd. Binnen stappen Sint en Piet. Er worden cadeautjes uitgewisseld, liedjes gezongen en er wordt niet naar geloof geïnformeerd, laat staan naar het echt goede geloof. Iedereen krijgt gewoon en men gelooft. Tja, wat kan je anders wanneer je zoveel goedheid en liefde ziet.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende