U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Dubbel zicht in de trein

Heerlijk, zo in alle kalmte je laten rijden door de spoorwegen. Machtelt en ik hebben geen auto. We zijn dus voor al ons vervoer afhankelijk van het openbaar vervoer. Dat wil nog wel eens lastig zijn als ik een spreekafspraak aan de andere kant van Nederland heb staan. Voor een middag of een avond is zelfs dat geen enkel probleem, maar christenen achten zondagochtend 10 uur om de één of andere mysterieuze reden de meest christelijke tijd om een samenkomst te houden. Dat is zo’n anderhalf á twee uur voordat de eerste trein op zo’n verafgelegen station arriveert.

Je zou het bovenstaande wel zo’n beetje het enige nadeel van openbaar vervoer kunnen noemen (en dat kan je de NS niet kwalijk nemen). In al mijn 64 jaren heb ik eigenlijk nooit echt een groot probleem met de spoorwegen gehad. Ja, ik heb wel eens een boete gehad voor drie minuten die ik eerder dan de daluren opstapte. Machtelt en ik hebben ook wel eens midden op een weiland uit moeten stappen en verder lopen omdat de trein het had begeven. Daar liepen we dan tussen de koeien. Maar het geloei van OV-gefrustreerden heb ik nooit kunnen bevatten.

Twee á drie uur in een intercity is echt verrukkelijk! Ben je net verhuisd? Zit je midden in de stress? Stapelt de huisraad zich op boven je hoofd in je huiskamer? Gewoon een aantal uurtjes treinen en alle stress valt van je af. Zo hebben we al heel wat uurtjes afgeslapen op de rit van Gouda naar Venlo of Venray en terug. Doodmoe begin je eraan en helemaal opgefrist treed je opnieuw je huis binnen.

In een heerlijk stille intercity was ik in slaap gevallen. Ik deed even mijn ogen open. Gelijk zat ik helemaal rechtop. Mijn ogen voluit open. Het was midden op de dag, maar ik keek uit het raam en het was pik- en pikzwart! De hele lucht was bezwangerd van een hevig onweer. Ik sprong op en liep nu zo dicht mogelijk naar dat linkerraam. Ik plantte mijn neus tegen het glas en het was alsof ik de ijzige kou door het raam heen voelde.

Machtelt!’, riep ik, die nog heerlijk in een diepe slaap ondergedompeld was. Ik liep terug naar mijn zitplek. Toen merkte ik pas het plaatje op dat door ons rechterraam langs ons heen schoot. Een prachtig stralende zon, die over de voorvliedende akkers heen straalde. ‘Moet iemand mijn kaartje zien? Wat is er?’
Machtelt keek naar buiten en zei: ‘Oh, wat mooi toch!’

'Ja’, zei ik opgewonden, ‘dat is ’t em nou juist! Kijk hier nou eens! Links!’ Machtelt keek naar het linkerraam. Toen weer naar de rechter-. Toen weer naar de linkerraam. ‘Apart! Maar wel mooi!, zei ze. Typisch Machtelt. Alles kan er nog zo beroerd uitzien, zij ziet de schoonheid. Ik heb eerder het tegenovergestelde. Er kunnen nog zulke mooie dingen tussen de ellende zitten, ik zie de ellende.

Okay, ik zal eerlijk zijn. Ik heb me weer eens helemaal laten gaan. Ik heb inderdaad wel eens zo’n beroerde lucht gezien vanuit de trein, maar mijn verhaal hier heb ik enorm uitvergroot. Maar ik heb een excuus. Zo kon ik toch een mooie les uit het rijden met openbaar vervoer halen.

Jouw leven loopt over rozen. Je hebt geluk in de liefde. Je hebt geluk in je werk. Je hebt geluk in je kerkelijk leven. Je bent zo overvoerd met geluk dat je zo in de val van een welvaartsevangelie loopt. Altijd kijk jij tijdens je reis uit het rechterraampje en je ziet de zon heerlijk stralen in je leven.

Nee, dan jouw leven! Jij zit altijd verstrikt in de dorens. Wat er maar aan ellende in het leven zich kan voordoen, jij hebt dat meegepikt. Je liefde liep telkens vast en als het eens aan bleef, dan bedroog hij je voor een ander. Heb je eindelijk een kind gekregen, krijgt die een ongeneeslijke ziekte en wordt die van je weggenomen. Je staat er alleen voor en nu ben je ontslagen. Met gigantische schulden ben je op straat gezet. Je bent zo overvoerd met ellende dat je beslist niet in de val loopt van het welvaartsevangelie. Altijd kijk je tijdens je reis uit het linkerraampje en je ziet de donderbuien alles platslaan.

Colosse 3: 3 Jouw leven is met Christus verborgen in God.
Machtelt en ik zaten veilig in de trein. Jouw leven is veilig met Christus in God. Als je uit het rechterraampje kijkt en je ziet de zon stralen, dan mag je nog altijd weten dat jouw leven veilig is, niet vanwege het geluk dat je toelacht, niet vanwege een welvaartsevangelie, maar omdat jij veilig met Christus in God bent.

Jouw leven is veilig met Christus in God. Als je uit het linkerraampje kijkt en je ziet de donderbuien alles pletten, dan mag je nog altijd weten dat jouw leven veilig is, ondanks alle ellende die je overkomt, ondanks dat je bestaan op aarde wel helemaal geruïneerd lijkt. Maar jij bent veilig omdat jouw leven met Christus in God is.

De trein dendert door. Hij racet door de afgrijselijke weersongesteldheden. Hij racet door de prachtige zonovergoten landschappen. Het einddoel staat in de planning en dat staat vast! Of we nou links uit het raampje kijken of dat we nou rechts uit het raampje kijken. De trein bereikt gegarandeerd zijn eindbestemming.

Het uiteindelijke plan van God in mijn en jouw leven is niet afhankelijk van onze ervaringen, onze gevoelens. God komt tot Zijn heerlijk einddoel van genade. Er zijn er die niet meer van genade willen horen als dat in dit bestaan gedonder in de glazen betekent. Maar Gods genade is Zijn onweerstaanbare liefde, Zijn onbegrensde vrede, Zijn kracht midden in mijn zwakheid. En tijdens Zijn reis in mijn leven mag ik met volle teugen genieten van Zijn overvloeiende genade. Heerlijk, zo in alle kalmte je laten leiden door Zijn genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende