U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Zoiets slechts!

De kerk stond al niet in zo’n geweldige buurt. Nu was het weggetje achter de kerk ook nog zodanig dichtgebouwd, dat het een tamelijk eng steegje geworden was waar de meeste mensen het liefst niet in de buurt kwamen.

De priester leek echter totaal niet op de hoogte en liep onbevangen de kerk uit, het donkere steegje in. Plotseling dook er vanachter een vuilcontainer een donker figuur voor hem op. De priester voelde de loop van een revolver tussen zijn ribben geduwd. Dwingend eiste de dief: ‘Je portemonnee!’

Voor de priester was stelen een verschrikkelijke zonde. Hij kreeg dan ook gelijk met deze arme man te doen. ‘Beste jongen, weet je dan niet dat het achtste gebod zegt: Gij zult niet stelen!’ Heel even was de dief van zijn stuk gebracht om gelijk verder te gaan met: ‘Niet zeuren! Je portemonnee!’

Zonder enig verder tegenvuur stak de priester zijn hand in de binnenzak van zijn jasje. Hierdoor ontdekte de dief dat hij met een priester te maken had. Hij zag namelijk ineens het witte boordje. ‘Je bent een priester?, vroeg hij een stuk onzekerder. ‘Jazeker!’, antwoordde de priester. ‘Nou, stop die portemonnee dan ook maar weer terug’, zei de dief. ‘Ik pik niet van priesters! Ik ben zelf ook katholiek!’

Onze beste katholieke priester slaakte een zucht van verlichting. Hij haalde twee sigaren voor de dag en bood daarvan eentje aan de verblufte dief aan. ‘Maar pa.. pastoortje toch!’ hakkelde nu de berouwvolle dief. ‘Dat kunt u toch niet menen? Hoe kunt u, als heiligheid van de kerk, mij verleiden tot zoiets in en in slechts?! Roken is slecht! Ik kan gewoon niet geloven dat u zo’n groot kwaad zou doen!!’

In deze gefantaseerde gebeurtenis komen twee personen naar voren die allebei hun eigen ethische moraal hebben. Evenals Adam en Eva hebben zij overduidelijk van de boom van de kennis van goed en van kwaad gegeten. Ze wisten beiden maar al te goed onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Beide oordelen moeten echter niet bij elkaar komen want dan bijten ze elkaar.

Voor de priester is stelen kwaad en dus niet stelen goed. De priester hield zich aan het niet stelen en zat binnen zijn eigen oordeel dan ook in het vakje ‘goed persoon’. Nu kwam hij opeens in aanraking met iemand die stelen tot zijn vak gemaakt had. Het oordeel vanuit zijn inzicht in goed en kwaad moest deze dief dan ook veroordelen en deed dat in de meest lieve bewoordingen als: ‘Beste jongen’. Maar het bleef evenzo goed een oordeel.

Voor de dief is roken kwaad en dus niet roken goed. De dief hield zich aan het niet roken en zat binnen zijn eigen oordeel dan ook in het vakje ‘goed persoon’. Nu kwam hij opeens in aanraking met een priester die roken voor zijn genoegen doet. Het oordeel vanuit zijn inzicht in goed en kwaad moest deze priester dan ook veroordelen en deed dat in de meest vrome bewoordingen als: ‘heiligheid van de kerk’. Maar het bleef evenzo goed een oordeel.

De mens is de mist in gegaan bij het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Sindsdien denkt vrijwel iedereen, inclusief de evangelische wereld, dat God ons afrekent vanuit de basis van deze boom van de kennis van goed en van kwaad. En als God het dan niet doet, doen wij het in elk geval wel zelf. Zodoende functioneert vrijwel overal het elkaar be- en veroordelen alsof dat zelfs een hoog goed zou zijn. Binnen de christenheid hebben we er dan zelfs nog Bijbelteksten bij om dit te rechtvaardigen.

God ziet ons aan in Christus. Dat is niet de boom van de kennis van goed en van kwaad. Dat is de boom van het leven. God handelt altijd en immer met ons op grond van genade en genade alleen. Als wij zicht krijgen op het volbrachte werk van Christus, dan krijgen we ook steeds meer zicht op de ander in Christus. Oftewel dan kennen we niemand meer naar het vlees. Dan is oordeel alleen nog iets van het oude leven, iets wat ooit bestond. Dan is er nu alleen nog maar de overvloeiende rijkdommen van genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende