U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het Genot Van Pa's Verzoening

De verzoening van de mensheid blijft voor veel mensen een onoverkomelijk probleem. Heel simpel letterlijk staat het er toch overduidelijk:
2 Corinthe 5:18-19 Alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft, die hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord van de verzoening heeft toevertrouwd.

Wat staat er letterlijk?
A/ God heeft door Christus ons met Zich verzoend.
B/ In Christus was God bezig de wereld met Zichzelf te verzoenen.
En dan tot twee keer toe geeft Paulus aan dat die boodschap in onze handen gelegd is.

A betekent dat het uitsluitend enkel en alleen door Christus een feit is dat God ons van vijanden tot Zijn vrienden gemaakt heeft. We zijn verzoend. Maar dan zou je nog kunnen zeggen dat die verzoening te danken is aan ons geloof, of aan onze boetvaardigheid of ons berouw. Dan zou het een klein groepje gelovigen zijn, die Paulus hier ‘ons’ noemt.

B betekent dat die ‘ons’ de hele wereld is, want God was bezig in Christus de wereld (‘kosmos’, oftewel de georganiseerde mensenwereld) met Zichzelf te verzoenen. Het werk van Christus houdt dus zondermeer in dat God de hele mensenwereld van vijanden tot vrienden heeft gemaakt. Ieder is verzoend.

Die bediening van de verzoening is ons nu gegeven, zegt Paulus in vers 18. In vers 19 herhaalt Paulus het nog eens dat God ons dit woord van de verzoening heeft toevertrouwd. We mogen dit heerlijk voldongen feit aan de georganiseerde mensenwereld bekend maken. Dat is nog eens goed nieuws.

Je vraagt je af waarom die boodschap voor velen nu zo’n onoverkomelijk probleem is. Dat komt omdat wij met onze religieuze goede bedoelingen blijven zitten. Geloof als prestatie heeft hier geen plek in. Onze vleselijke boetvaardigheid en berouw blijven hier geheel en al buiten beschouwing. Daar kan de godsdienstige mens niet mee uit de voeten.

Toen die verloren zoon (Lukas 15) in dat verre land zat, toen was het feitelijk in het hart van Vader al helemaal koek en ei. Daar lag geen vijandschap naar die zoon. Voor de beleving, ervaring en het hart van de zoon lag er nog wel degelijk een grote barrière. Maar laten we eerlijk naar die geschiedenis kijken. Die zoon had vanuit zijn beleving, ervaring en hartsgesteldheid een verkeerde kijk op de werkelijkheid van Vader.

Vader had hem al verzoend, maar in zijn eigen denken was die zoon vervreemd van vader. In zijn eigen denken lag nog die vijandschap.
Colosse 1: 21-22 Ook jullie, die eerst vervreemd en vijandig gezind waren, wat bleek uit jullie boze werken, heeft Hij nu al weer verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om jullie heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen,

Dat denken vanuit de eigen beleving leverde bij die zoon vroom, godsdienstig gezwets op.
Lukas 15: 18-19 Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een van Uw dagloners.
Religie zoekt boetedoening, zoekt het berouw bij de zondaar, zoekt betere religieuze prestaties om het toch maar weer goed te maken. In dat denken past geen verzoening die al lang en breed tot stand is gebracht en die je nu onverdiend mag genieten.

Wat hier in het brein van deze zoon rond daasde, dat ben ik binnen de evangelische wereld helaas ook tegen gekomen. Van een ruig leven in de wereld komen gelovigen terug naar hun geestelijke thuisbasis en men wijst hen de achterste bank aan om voorlopig te zitten om eerst maar eens aan te zien of het alles wel echt is. Voorlopig maar geen deelname aan een avondmaal, want stel dat er verontreiniging plaatsvindt.

We geloven blijkbaar als evangelische wereld totaal niet dat God hen, ruig levend in de wereld, al met Zich heeft verzoend. Het kan er bij ons niet in dat zo’n persoon voor God al volkomen rein en onbesmet is gesteld. Boetvaardigheid, berouw en oprechte verootmoediging verwacht men van dergelijke schuinsmarcheerders, waarbij we blijkbaar onszelf al een stuk verder op de rechte weg zien staan.

Is het je nog nooit opgevallen dat Pa totaal ongeïnteresseerd is in wat die jongen wel voor allerlei mooie vrome plannetjes probeert uit te stallen. Hij versmoort het vrome geleuter in een innige omhelzing. Het overduidelijk bewijs van verzoening als voldongen feit. Was die zoon nou verzoend met Pa of niet? Absoluut wel! Wist die zoon dat al? Absoluut niet! Hij probeerde nog steeds zijn stompzinnige ‘Het spijt me, ik zal….’ Aan Pa te slijten.

Pa weigert eenvoudig naar dit soort vroom geleuter te luisteren. Denk je eens in wat er in de evangelische wereld voor verootmoediging, boetvaardigheid, berouw en nog meer vleselijke

godsdienst opgediend wordt, waar God zich dus ook volledig doof voor houdt. Hij roept eroverheen:
Lukas 15: 22-23 Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben,

We kennen allemaal de afloop van dit verhaal. Uiteindelijk laat deze zoon dat idiote vrome geneuzel vallen en hij laat zich die overvloeiende rijkdom van genade van Pa wel gevallen.
2 Corinthe 5: 19 God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.
Geef je vrome bezwaren maar gewonnen en ga onder in het genot van Pa’s verzoening.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende