U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Ik Droomde: Ik was in de hemel!

“Ik moet sterk zijn. Ik hoor niet in die hemel!’
Een enorme klap op de snelweg. Als vanuit een katapult werd ik afgeschoten, dwars door de voorruit van de bus, tegen een boom. Hoe ik neergekomen ben is me ontgaan. Het volgend moment sta ik in een lange rij tussen allemaal nieuwkomers te wachten. Waar was ik? Waar wachtte ik op? Hoe kwam ik ineens in die rij terecht? Wie waren die mensen?

Een aantal engelen, (voor mij waren het gewoon mannen, maar men noemde ze engelen), kwamen met stapels witte kleren op ons af en begonnen uit te delen. Ik moest er zo eentje aantrekken, dan zou ik binnen worden gelaten. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was begon ik me om te kleden. Vreemd, ik heb nu allerlei vragen. Speelden die niet? Blijkbaar helemaal niet!

Samen met een andere gozer, die alle vreemde gebeurtenissen al net zo vanzelfsprekend leek te vinden als ik, liep ik naar binnen. We werden tegengehouden door een man, (o ja, dat moest dus weer zo’n engel zijn, natuurlijk), die met allerlei verontschuldigingen kwam over onze nieuwe introductieles harpspelen. ‘Sorry jongens, lerares Angelina is plotseling weggeroepen. Helaas zullen jullie de eerste uren hier in de hemel zelf moeten zien te vullen.’

We keken elkaar aan. Twee zielen, één gedachte. Ik weet niet of die gozer tijdens zijn leven net zo autistisch geweest is als ik, maar we hadden er duidelijk in deze totaal onbekende, nieuwe situatie geen centje last van. Twee bruisend ondernemende gasten die er alle zin van de wereld in hadden om deze hemel eens goed te gaan verkennen. Ongepland en totaal onvoorbereid storten we ons in dit hemels avontuur.

Ik had mijn vriend gevonden voor de komende eeuwigheid en wij zouden de boel wel eens eventjes stevig opschudden. We huurden een lekker pittige hemelse leaseauto en ik sprong achter het stuur. Het feit dat ik geen rijbewijs heb en nooit heb leren rijden had blijkbaar geen enkele invloed op ons doen en laten. Wij gingen de hemel verkennen.

De winkelpromenade in Nieuw Jeruzalem bruiste van het leven. We zagen drankwinkeltjes als ‘Onze Lieve Vrouwe Fatima’, een kunstzaakje ‘Nieuwe Schepping’, een levensmiddelenwinkel ‘Brood des Levens’ en een boekenzaak ‘De Heilige Staten Vertaling’. Ik ben altijd gek op boekwinkels en gezien het geestelijk randje aan elke winkel op deze hoge grond hoopte ik ook een verwijzing naar mijn eigen website ‘Overvloeiende Genade’ tegen te komen.

Ik parkeerde de auto op het plein en mijn vriend en ik liepen de boekwinkel binnen. Voor de eerste keer in deze hele idiote geschiedenis begon ik iets vreemd op te merken. Mannen, strak in het wit en vrouwen, lange witte, hoog dichtgeknoopte jurken met dito hoeden, nooit in hun leven, en dus blijkbaar ook na hun sterven nooit, gelachen, staarden ons met open mond aan.

Deze hemelverdieners hadden hun witte kleren blijkbaar ook nog eens in het stijfsel gegooid om het daarna strak om hun lijf te vouwen. De wenkbrauwen fronsten zich vol afkeer terwijl ze ons van top tot teen opnamen. Zij hadden hun hele geestelijk leven met de Heer de bevrijdende boodschap over ‘Geen Oordeel Meer’ weten te ontlopen.

‘Ik denk’, fluisterde mijn nieuwe vriend me toe, ‘dat je ergens een verkeerde afslag genomen hebt. Dit lijkt meer de hel!’ Ik keek van mijn vriend naar de uitgestreken snoeten van de zelfverdieners. Onverbiddelijkheid, zelfingenomenheid en koppigheid vloeiden als lavastromen ons tegemoet.

We grepen onze spullen bij elkaar, spurtten de winkel uit, sprongen in de auto en overtraden alle hemelse snelheidsregels bij elkaar. We raceten op topsnelheid richting hemelpoorten in een terugrit richting aarde. Een enorme klap. Ik vloog dwars door de voorruit, tegen een boom. Hoe ik neergekomen ben is me ontgaan. Het volgend moment werd ik wakker in mijn bed.

“Ik hoor niet in die hemel!’
Dromen zijn bedrog.
Prediker 5:3-7 De droom komt door veel bezigheid,… Er zijn dromen in menigte, zo zijn er ook talrijke lege woorden;

Nee, dit verhaal is geen zoekplaatje. Het is geen oproep om de missers te zoeken. Er deugt feitelijk niks aan. Na het sterven leven? Ja, maar dan uitsluitend via opstanding. Dat is wat de Bijbel leert. Dood is dood, oftewel er is geen bewustzijn in de dood. Men is namelijk dood.

Zo’n droom tekent echter wel kenmerkend het verwachtingspatroon dat vaak als evangelie verkondigd wordt. Redding door eigen keuze, niet door het werk van de Heer. Je kan die redding ook weer verspelen door een onheilige wandel. Alles hangt in die evangelieverkondiging af van jouw of mijn eigen inzet. We moeten elkaar dan ook bij de les houden, oftewel elkaar oordelen.

Alles wordt juridisch bekeken. Zelfs de redding door Jezus wordt getekend als een redding van de woedende God. Een eeuwige foltering die wacht als we onze toevlucht niet bij Christus zoeken. Achter Jezus schuilen voor de boze God.

Zo’n parodie evangelieverkondiging levert dan ook vanzelfsprekend een overeenkomstige hemel op. Een hemel die alle kenmerken van een helse plaats heeft. In de opstanding mogen we echter het feest van verzoening door Christus bewerkt vieren. Met al die vrienden, die we daar zullen aantreffen, zullen we het uitjuichen voor Hem die deze verzoening voor ons bewerkt heeft:
Openbaring 4:11 U, onze Here en God, U bent waardig om te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want U hebt alles geschapen, en om Uw wil was het en werd het geschapen.

Openbaring 5:12-14 Het Lam, dat geslacht is, is waardig om te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof. En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle aionen. En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neer en aanbaden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende