U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Overweg Kunnen Met Elkaar

Het was zondagochtend, een paar minuten voor tien, en de Voller Dan Vol Evangeliegemeente had weer eens zo’n dag. Soms dan heb je gewoon zo’n dag dat je leden niet tot kerkgang te branden zijn. Geen idee waar dat aan ligt. Het vuur van de Geest wordt toch altijd wel hoog genoeg opgestookt. Daar kan het niet aan liggen. De sprekers zijn altijd tot druipens toe gezalfd. Ook al een duidelijk pre.
De opkomst wil maar niet lukken.

Eén rij in de Gemeente voldoet echter altijd volkomen aan de naamgeving van de kerk. De achterste rij is altijd afgeladen. Mocht nu nog iemand binnenkomen, dan zal hij moeten volstaan met een zitplaats ergens verder naar voren.
Dan stapt er een potig moedertje met een vader die zo uit de sportschool weggelopen lijkt de zaal binnen, gevolgd door hun acht telgen. Ajajaj!

Dit is onze plek! Hier zitten wij altijd met onze kinderen!’ Familie Ruska laat er geen gras over groeien. Op het uiteinde van de achterste bank laat moederlief haar zitvlees afdalen en stoot als een kanonskogel tegen die van de beminde broeder, die de bank afsloot. Als een gerichte stoot met de keu, zo goed gericht dat de eerste geliefde zusters in den Here aan het andere uiteinde van de bank gelijk al van de bank en in de Geest vallen.

De beminde broeder tast naar zijn heupen. Hij is nu duidelijk al zijn beminnelijkheid verloren. In niet mis te verstane taal maakt hij Pa en Ma worstelaar duidelijk dat we zo niet met elkaar horen om te gaan. Waarschijnlijk is het gehoorgebrek van Familie Ruska de reden dat ze telkens voor deze Voller Dan Vol Evangeliegemeente kozen. In elk geval krijgt deze al niet meer zo beminnelijke broeder een tweede keustoot. Dat maakt de bank redelijk leeg en brengt een ware opwekking tot stand op de Voller Dan Vol vloer.

Tevreden schuift Familie Ruska in de achterste bank. Maar daarbij hebben ze duidelijk buiten de kracht van opstanding in deze Evangeliegemeente gerekend.
Met een stevige rechtse brengt de inmiddels totaal niet meer beminnelijke broeder Vader en Moeder Ruska op de hoogte van het blijde nieuws van zijn eigenste positie in Christus op de achterste bank.

Stevig getrek en gesjor resulteert in een onontwarbare kluwen van verbondenheid en eenheid. Het openingslied ‘Samen in de naam van Jezus’ kon gelijk al overgeslagen worden evenals de Schriftlezing Psalm 133:1 ‘ Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen’.

De geestelijke solidariteit en het heerlijke saamhorigheidsgevoel vormt een groot getuigenis, waar de plaatselijke pers maar wat graag melding van maakt.

Maandagochtend staat het grote nieuws van de Voller Dan Vol Evangeliegemeente op de voorpagina van de plaatselijke gazet: ‘Eenendertig slachtoffers in plaatselijke sekte’, kopt de krant. De hele kerk is zeer gebelgd: ‘Wij zijn geen sekte en er waren niet eens zoveel in de dienst! Ze kunnen ook nooit eens iets positiefs over ons schrijven. Wij worden gewoonweg vervolgd om ons geloof!’

Inderdaad. Opgeklopt allemaal. Ik neem tenminste aan dat jullie nog nooit in zo’n kerkgevecht verzeild zijn geraakt. Maar, hoe staat jouw relatie met medegelovigen ervoor? Ik weet hoe het voelt als er iemand is die je niet waardeert. Daar wringt dan iets. Om de één of andere reden kan je zo’n zuster of broeder maar moeilijk zien als een geliefde zuster of broeder. Uiterlijk gedraag jij je natuurlijk stukken beter dan deze Ruska’s. Maar het vervelende feit doet zich voor dat het bij God nooit echt om het uiterlijk draait.

Nee, ik ben niet bezig je een schuldcomplex aan te praten. Deze gevoelens, waar die Ruska’s gelijk alle ruimte aan geven, maar die bij ons stukken gecultiveerder zijn, die gevoelens kennen we allemaal. Schuld is weggedaan, dus daarover kletsen is onzin. Gevoelens mogen we bij de Heer brengen. Gods vrede is ons beloofd. Maar is er ook een weg om met elkaar overweg te kunnen?

Genade. Overvloeiende rijkdom van genade. Jazeker, genade alleen is de weg. Op het kruis heeft God afgerekend met mijn oude, rottige ik, maar ook met dat oude, rottige ik van die vervelende broeder en zuster. Christus is mijn leven, maar ook het leven van die rottige, vervelende broeder en zuster. Genade opent mijn ogen om mijn identiteit in Christus te zien, maar genade opent ook mijn ogen om de identiteit in Christus van die rottige, vervelende broeder en zuster in Christus te zien.

Genade geeft ons een totaal anders kijken naar elkaar.
2 Corinthe 5: 16 Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees.
Ik ken die rottige, vervelende broeder niet meer naar het vlees. Genade opent echt onze ogen voor wat Christus tot stand heeft gebracht. Vandaar dat dit gedeelte dan ook verder gaat met de volgende woorden:
2 Corinthe 5: 17 Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
Ik zie dus dat die rottige, vervelende broeder en zuster een nieuwe schepping is in Christus.

Wat heeft die leerstellige waarheid nu met de praktijk van ons om kunnen gaan met elkaar te maken?
2 Corinthe 5: 18 Dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft.
Tegenover God waren we allemaal van die rottige, vervelende mensen. Vijanden, die niet in het gareel te houden waren. Maar Hij heeft door Christus ons met Zich verzoend.

2 Corinthe 5: 18 Dit alles is uit God,
Het feit dat ik een nieuwe schepping ben in Christus. Daar zit niks van mij bij, behalve vijandschap. Dit alles is uit God. Voor God was ik ook zo’n verrot, vervelend mannetje.

Lieve broeders en zusters en ook allen die dit verder toch nog lezen, God heeft dat verrot, vervelende persoontje dat ik was toch maar even aan Zijn hart gebracht. Het is nou juist daar aan het hart van God dat ik ook die andere verrotte, vervelende mens tegenkom, waar ik vanuit mijzelf niet mee kan omgaan. Maar alles is uit God.

Zoals God de ogen opent voor wie ikzelf ben in Christus, zo opent God ook mijn ogen voor wie die andere lastige broeder of zuster is in Christus. Het is in vers 16 geen oproep van Paulus dat we elkaar niet meer naar het vlees mogen kennen. Dan zouden we juist met ons vlees ons best doen en we zouden dan niet anders dan vlees zien.

2 Corinthe 5: 18 Dit alles is uit God,
Het is alles uit God. Laat het maar aan Hem over. Hij opent de ogen. Hij geeft Zijn goede zicht. Genade maakt dat we Christus in elkaar mogen zien. Dat wordt nog een heerlijke lange weg van genieten!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende