U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Chain Gang

Bij enkelen is het gehoor zo verstoord dat ze het idee hebben kerkklokken te horen luiden. Voortdurend ketengekletter tijdens hun zware opdrachten had hen in vrome, duistere trance gebracht.

Hun dag begint nog voor het eerste hanengekraai. Van hun brits gelicht melden ze zich present bij het horen van hun identificatienummer. Ieder hijst zich in zijn of haar troosteloos uniform. Het individu is uit den boze.
Samengebonden tot monotone slaafse dienstbaarheid verrichten ze hun gezamenlijke taak. Geforceerde dienst onder het waakzaam oog van de opzichter.

De gevangenen treden opnieuw het gewelf binnen voor hun droog sneetje oud brood, hun smoezelig water, hun klaagzang en hun dienst.
Ze peppen zich op door het memoriseren van vrome uitdrukkingen, het zingen van bemoedigende teksten en het bijeenschrapen van al hun nog overgebleven geestelijke kracht.

Elke dag opnieuw worden ze middenin hun slopende inspanningen opgeschrikt door het geluid van een lastpak, die buiten het gewelf zo hard staat te schreeuwen dat ze het er binnen horen. Flarden horen ze:

Romeinen 8:15 Jullie hebben geen geest van slavernij ontvangen.
Galaten 4:7 Jullie zijn geen dienstknecht meer, maar een zoon;
Hebreeën 2:15 Gekomen om allen te bevrijden, die tijdens hun hele leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

In de oren van deze gevangenen klonk dit aan de ene kant als geweldig goed nieuws, maar als ze er even over nadachten werden ze er enorm opstandig van omdat de werkelijkheid wel eventjes anders is. Ze keken naar zichzelf en beschouwden zichzelf als terecht levenslang veroordeelden.

De opzichters, die toezicht hielden op de heilige bediening van deze gevangenen, zorgden er wel voor dat men zo weinig mogelijk van deze beschamende retoriek te horen kreeg. Dit ondermijnde alleen maar de toegewijde dienst aan God, zoals die nu zo volhardend werd uitgeoefend. Natuurlijk kenden deze opzichters deze duidelijke uitspraken ook wel, maar zij vonden dat dit in een ander licht bezien moest worden. Natuurlijk niet zoals het nu zo letterlijk klonk.

Onder de gevangenen waren er echter enkelen bij wie deze woorden het hart troffen. Ze keken naar zichzelf. Ze keken naar de ander. Ketenen, waardoor ze voor altijd gedwongen waren tot deze dienst. Daar klonk weer die stem:
2 Corinthe 3:17 De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.
‘Ja, dat geloof ik!’,
weerklonk het in hun hart. Ze stonden op. Er waren geen ketenen. Ze liepen het gewelf uit. Er was niemand om hen tegen te houden. Ze waren echt vrij!

Ze zijn allemaal vrij. Daar heeft de Heer absoluut zelf voor gezorgd. Dat is wat er Bijbels gezien met Goede Vrijdag en Pasen gevierd wordt. Al die mensen die zich inbeelden gevangenen te zijn, veroordeeld tot levenslang,
Bij al deze mensen geldt:
Galaten 5:13 Jullie zijn geroepen, broeders, om vrij te zijn;

Het zijn nou juist de gelovigen (als je ze zo nog kan noemen), die zelf in hun denken zich weer dat juk van dienstbaarheid opleggen.
Galaten 5:1 Staat dan in de vrijheid, waarmee Christus je vrijgemaakt heeft, en onderwerp je niet opnieuw met dat juk van de dienstbaarheid.

Men doet alsof men slaaf is. Zo wil men God dienen. Het is een kwestie van het zelf religieus zo willen zien.

Tegenwoordig heeft het grootste deel van de christenheid zich vrijwillig in slavernij gezet, hoewel Christus hen bevrijd heeft.

Individualisme is verkwanseld. Eenstemmigheid opgelegd. Opkomst verplicht. Prestatie voorgeschreven. Tot samenkomsten opgetrommeld krijgt men een karig stukje oud brood voorgeschoteld om in de tredmolen van eredienst mee te lopen.

Nog altijd is Christus die lastpak, die van buiten de prachtige kerk Zijn boodschap van vrijheid proclameert:
Johannes 8:36 Aangezien de Zoon jullie vrijgemaakt zal hebben, zullen jullie echt vrij zijn.
Romeinen 6:14 Jullie zijn niet onder de wet, maar onder de genade.

Het werk van Christus betekent vrijheid! Vrijheid in de meest ruime zin van het woord. Het is nu niet plicht of prestatie dat ons dwingt. Het is nu genade die in ons werkt en Gods liefde, die ons dringt. Die vrijheid is niet voor één vergevorderde gelovige. Die vrijheid is ook niet beperkt tot gelovigen die inzicht in Gods genade hebben. Die vrijheid is zelfs niet uitsluitend voor gelovigen. Christus heeft die vrijheid bewerkt voor allen.
2 Corinthe 5: 14-15 De liefde van Christus dringt ons,omdat wij tot het inzicht gekomen zijn, dat Eén voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven.

Die Lastpak blijft vrijheid proclameren en uiteindelijk zal het ook doordringen bij de allerlaatste.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende