U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Blote Gezalfde

Er was eens ergens in een kring, kerk, gemeente of denominatie, een zichzelf benoemde Gezalfde des Heeren. De roep, en daarmee heerschappij, dezer Gezalfde ging uit tot de buitenste uithoeken van alle mogelijke denominaties, kerken, gemeenten en kringen. Alom werd deze ingebeelde Man Gods geprezen om zijn uitnemende inzichten en wijze levenslessen.

Een gezicht was gezien op de hoogste toppen, een droom gedroomd boven de verst gelegen hemelen. Daar klonk zijn stem. Een ieder rechtte de rug, strekte de benen en spitste de oren. De Gezalfde liet zijn sprake horen.

Hoort het heilige woord des Heeren! Bewijs Gode eer om al hetgeen u wedervaren is! Betoon Hem uw heilige wandel en helpt uw naaste en dient de Gemeente! Laten uw werken u vooruit geroepen worden. Laten uw goede daden van de hoogste heuvelen verkondigd worden! Al uw inspanningen voor den Heere zullen niet vergeefs zijn. Het zal mij tot een prachtig pronkgewaad dienen, waarmee ik u allen bezoeken zal.’

Elke kerk, kring, denominatie of gemeente kreeg opzieners om toe te zien op de kwaliteit van alle werken, goede daden, inspanningen en zweetbeurten. Alles moest van de hoogste kwaliteit zijn wilde het zich tot een kroonjuweel van een pronkgewaad vormen voor deze gezalfde Man Gods.

Ieder ging aan de slag en al spoedig konden de opzieners positieve berichten melden in het hoofdkwartier van deze zichzelf benoemde Gezalfde des Heeren. ‘Het is werkelijk een prachtig pronkstuk dat voor u bereid wordt. Alles wat wij gezien hebben is zo inspirerend! Het raakt ons tot in onze diepste ziel! Het komt zo geweldig bij ons binnen! In al deze gigantische driftige afploeterij ervaren wij de machtige Hand Gods!’

Alle opzieners hadden de gelovigen in de diverse kerken, gemeenten, kringen en denominaties het geweldige plan bekend gemaakt dat hun gezamenlijke grandioze inzet zich tot één groots pronkgewaad voor de Gezalfde des Heeren zou vormen. Allen, die geestelijk genoeg waren, zouden kunnen genieten van de schoonheid van dit gewaad. Alleen geestelijke ogen kunnen het gewaad namelijk ontwaren.

Er was natuurlijk niet één gelovige in al die kerken, kringen, denominaties of gemeenten, die door wilde gaan voor een ongeestelijk persoon. Hadden ze zich zo uit den naad gewerkt voor den Heere, en dan zouden ze bij de eerste de beste verschijning van de Gezalfde des Heeren zomaar hun ongeestelijkheid ten toon spreiden. Ja zeg! Geen denken aan!

De één na de andere gemeente, kerk, kring of denominatie werd door de Gezalfde des Heeren bezocht en overal werd hij met de hoogste eerbied benaderd. Iedereen leek de blote Gezalfde des Heeren een heel natuurlijk en vertrouwd gegeven te vinden. Vol ontzag luisterde men naar zijn uitspraken alsof God zelf daar in vol ornaat stond te oreren. Dan wel een blote god.

De meest vrome clichés en dooddoeners vlogen in het rond. Iedereen had wel iets heel positiefs te vermelden over het grandioze effect van al hun inspanningen voor den Heere. Men wees op de verfijnde stof, die gebruikt was en het schitterende kleurenspel. Niemand die ook maar enigszins liet blijken een Gezalfde in al zijn naaktheid te aanschouwen. Stel je voor! Zij waren toch zeker wel geestelijk!

Het ging prima in tientallen gemeente, kerken, kringen en denominaties, totdat……. O, er komt een afgrijselijk totdat!!! Eén rotjochie, dat niet was ingeseind, maar bovendien weinig ophad met gespeelde geestelijkheid, riep vol ontzag toen de Gezalfde de Kerk binnentrad: ‘Die is bloot, zeg!’ De hand van de moeder zat net even te laat op zijn mond. Het onbespreekbare was gezegd en iedereen wist het.

In het sprookje van Hans Christiaan Anderson was dit het eind van ‘de nieuwe kleren van de keizer’. De keizer was ontmaskerd en daarmee schluss. Ja, dat is het sprookje. In de werkelijkheid van het overgeestelijk christendom is dit verre van het slot van het verhaal. Dat jochie en eventueel de moeder, die met hem meeging, werden als ongeestelijk in de kerk getekend en eventueel uitgesloten. De schone geestelijke schijn moet namelijk tot in den treure volgehouden worden.

De stem van dat jochie had kunnen klinken als de echte stem van de Heer.
2 Corinthe 5:3 Als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.
Openbaring 3:17 Jullie weten niet, dat jullie de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en
naakte zijn.
Openbaring 16:15 Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet
naakt wandelt en zijn schaamte niet gezien wordt.

Al die eigen werken, al die eigen inspanningen van de mens. O ja, het vormen geweldige kerken, denominaties, kringen en gemeenten, maar …..Het is niks. Hij staat daar naakt. Hij had kunnen luisteren naar dat jochie of de Heer.
2 Kronieken 6:41 Laten uw priesters, Yahweh God, zich bekleden met heil,
Psalm 132:9 Mogen uw priesters zich bekleden met gerechtigheid,
Psalm 132:16 haar priesters zal Ik met heil bekleden,
Jesaja 61:10 God heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld,
Lukas 15:22 De vader zei tegen zijn slaven: Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan.

Maar al die vrome mensen die hem wel degelijk naakt zagen staan, riepen: ‘Niks aan de hand! Niks aan de hand! Prachtig kleed! Dat hebben wij maar eventjes zelf voor elkaar gekregen met al onze werken.’

Iedereen speelt het spel en zegt niks. Zou er iemand onverhoeds toch de neiging hebben dat jochie nog eens na te spreken, dan slaat het alarm gelijk in werking:
1 Kronieken 16: 22 Raakt mijn gezalfden niet aan,

Volg maar gewoon de onschuld van een kind. Neem maar de nuchterheid van Gods Woord, de Bijbel. Ga maar gewoon genieten van de overweldigende rijkdom van Gods genade.
Romeinen 13:14 Doet de Here Jezus Christus aan.
Galaten 3:27 Jullie allen, die in Christus gedoopt zijn, jullie hebben je met Christus bekleed.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende