U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Niet Zo Kinderachtig?

“Stop daar nou eens eindelijk mee! Je lijkt wel een kleine baby! Met jouw grijze knar kan je nou echt niet meer zo infantiel om de hoek komen zeilen! Moeten de mensen je nou zo puberaal tekeer horen gaan? Begin je soms kinds te worden? Ach, moet je hem nou eens onnozel voor zich uit zien te staren! Groot stuk onbenul! Je kan toch zeker nog wel iets zinnigs voortbrengen? Ja, toe maar, lach het allemaal maar weg als een halfzachte imbeciel! Jij bent echt simpel geworden, zeg!”

Hoofdschuddend lopen ze weg, jou in je getergde volwassenheid achterlatend. Oh, wat was je blij met je mondigheid op je éénentwintigste! Nu je echter zo verschrikkelijk veel jaartjes aan je meerderjarigheid hebt toegevoegd, voelt het alsof ze jouw gerijptheid zo zouden mogen stelen. Het was eventjes lekker handelsbekwaam te heten. Nu voel je nog slechts de druk van je handelsverantwoordelijkheid. ‘Volwassen’ is een vloek geworden. Wat rest is hunkering naar dat onverantwoordelijke kind zijn.

De knoop is doorgehakt. Ik heb mijn ontslagbrief geschreven. Waar zal ik die nu gaan inleveren? Ik heb ontslag genomen van mijn volwassenheid. Laat ik beginnen met wat ik tot nu toe geschreven heb, met jullie te delen:

* Hierbij dien ik mijn ontslag in als ‘Volwassene’. Ik heb hiermee de stap genomen mijn leven gewoon voort te zetten als achtjarige.

* Ik wil weer kunnen leven met de gedachte dat M & M’s belangrijker zijn dan geld, heel gewoon omdat je die kan opsmikkelen.
* Met mooi weer wil ik weer lekker met mijn vriendjes op de hoek van de straat voetballen.
* Ik wil weer geloven in sinterklaas en ingestopt worden met slaapliedjes erbij.
* Ik wil de wereld weer zien als iets prachtigs en geloven dat mensen lief zijn en eerlijk en goed. Ik wil gewoon weer geloven dat alles mogelijk is.
* Hierbij krijg je mijn ontslagbrief voor ‘Volwassenheid’. Ik heb namelijk vaak genoeg geprobeerd als volwassene zo te vertrouwen en te geloven en dan kreeg ik, samen met bovenstaand citaat, die meewarige blik: ‘Ach, hoe ouwer hoe gekker’.

Ja, ik ben wat ouder. Ik ben dus ook niet van gisteren. Ik besef dan ook best dat dit gemijmer bij echt niemand als erg realistisch overkomt, laat staan dat hier nog een praktische les in zou zitten. Uiteindelijk zijn we toch zeker volwassenen onder elkaar? Dan moet je dus gewoon accepteren dat het echte leven bikkelhard is en dat we uiteindelijk allemaal sterven. Okay, het zou leuk zijn als we weer eens kind konden worden, maar we zijn nou eenmaal volwassen.

Kijk, op dat laatste heeft de Bijbel toch een weerwoord.
Mattheus 18: 3 Wanneer je niet wordt als de kinderen, …..
Wow! Echt extreem! Nogal drastisch, hè? Tamelijk rebels tegenover die volwassenen, vind je ook niet? Je zou haast denken dat je hier met een fundamentalist van doen hebt! Gedegen pakt Hij je bij je lurven! Indringend wijst Hij je op de noodzaak van verandering! Door en door wordt op de uitkomst van de verandering gewezen! Kinderen! Worden als de kinderen. Volwassenen die hun ontslagbrief kunnen inleveren.

Is jou ook dat werkwoord opgevallen dat hier gebruikt wordt? ‘Worden’. Dat is het werkwoord dat men op de kleuterschool gebruikt als ze de kinderen vragen wat ze willen worden. Leraar? Voetballer? Bakker? Kok? Technicus? Treinconducteur? Kraanmachinist? President? Dominee? Het wordt telkens gebruikt om een bepaalde groei ergens naartoe te beschrijven.

Paar voorbeelden van hetzelfde woord in de Bijbel:
Mattheus 10:16 Wordt voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Mattheus 10:25 Het is genoeg voor de discipel
te worden als zijn meester,
Mattheus 12:45 Het
wordt met die mens in het einde erger dan in het begin.
Mattheus 13:32 Het kleinste van alle zaden …
wordt een boom,
Mattheus 20:26 Wie onder jullie groot wil
worden
Mattheus 21:42 De steen, …, deze is tot een hoeksteen
geworden,

Slecht een hele kleine greep uit de honderden teksten die aantonen dat dit werkwoord telkens slaat op het groeien van klein naar groot. Een hele duidelijke is zeker de volgende:
1 Corinthe 13:11 Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was.

Ja, wij gedragen ons niet kinderlijk. Maar nu blijkt dat als de Heer ingrijpt, en wij dus volwassen in de Heer worden (groeien), dat God ons dan tot kinderen, ja kinderen van God, maakt.

Dit gewroet in de Griekse grondtekst en het tot het gaatje gaan voor de betekenis van die woorden, dat zou niemand kinderlijk noemen. Hele waslijsten van al die Bijbelse uitspraken opzetten is nou niet bepaald iets wat je van ukkies in luiers verwacht. Okay, ik ben dan ook volwassen. Maar in mijn relatie met God mag ik weer helemaal dat kleine opdondertje zijn. Het is zelfs dankzij mijn relatie met de Heer, dat ik nu heerlijk mag genieten van mijn kind zijn.

Een volwassen studie die mij mijn kindschap leert. Ik, als pappa, als opa zelfs, mag weer simpelweg ‘Abba’, ‘Pappa’, zeggen. Ik ren nu naar Hem toe. Spring op Zijn schoot. Sla mijn armen om Zijn romp. Zijn armen zijn overal om mij. Ik ben geborgen in Pappa God! En ik fluister Hem in het oor:
‘U hebt alles onder controle. Pappa, u leert mij mijn stapjes. U heeft het allemaal al voor mij uitgedacht. Pappa, wat bent U te gek! En o ja, ik ben zo smoor op U!’
Pappa drukt me nog wat dichter tegen Zich aan. ‘Ik ook op jou’, fluistert Hij me in het oor. Ik kan mijn geluk niet op!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende