U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Intro

De hele Bijbel door is Gods boodschap aan de mens genade en genade alleen. Inmiddels weet iedereen die mijn website “Overvloeiende Genade” bezoekt wel al dat dit de insteek van mijn uitleg van Gods Woord, de Bijbel, is.

Genade en genade alleen! Niets meer en niets minder. God toont zijn hele wezen van genade en liefde in Zijn geliefde Zoon, Christus Jezus. Daarom is nu de boodschap aan de mensheid dat Christus de enige werkelijkheid is. Alles is voldaan in Christus. Wij mensen hoeven er geen enkel sikkepitje meer aan toe te voegen. Het is niet ons geloof dat ons redt. Het is niet ons berouw dat ons redt. Het is niet ons bidden van het zondaarsgebed dat ons redt. Het is niet ons zondeloze leven dat ons redt. Het is niet onze heiliging dat ons redt. Het is Christus en Christus alleen.

De boodschap van genade alleen en Christus alleen is één boodschap. Genade is niet iets anders dan Christus. Christus is de opgestane Heer, die de dood heeft overwonnen en die nu leeft aan Gods rechterzij in de hemelse. Hij heeft jou en jou en jou en ja, ook mij, in Zichzelf meegenomen. Daar in de hemelse is Zijn positie van heerschappij. Daar in Christus is nu ook jouw positie van heerschappij. Dat is genade. Dat zijn geen twee verschillende onderwerpen. Dat is één en hetzelfde.

Genade is dus het leven van Christus voor jou, aan jou, in jou en door jou. Alles wat daarvoor in de plaats komt of daaraan toegevoegd wordt is eigen werk en daarmee een regelrechte ontkenning van het werk van Christus. Toch wordt deze boodschap van genade in een behoorlijk deel van de christenheid als dwaalleer verworpen. Men zegt te geloven in genade, maar er is volgens hen ook een andere kant van het geloofsleven, die bij onze verkondiging van genade alleen helemaal buiten beschouwing blijft.

Ik weet niet hoe vaak de geschiedenis van de rijke jongeling mij al als een (voor hen) overtuigend Bijbels bewijs tegen de boodschap van genade alleen voor de voeten geworpen is. Hij moest iets doen om het eeuwige leven te verwerven. Jezus legde eerst voor deze jongeman de grondslag van de wet om behouden, oftewel gered, te worden. Toen dat in orde bleek kwam er nog een zwaardere voorwaarde. Alles van zijn bezit delen met de armen. Dat kan je (volgens hen) toch geen verkondiging van genade alleen noemen.

Deze gelovigen komen met een oppervlakkig lezen van de Evangeliën en stellen dat tegenover de rijke boodschap van genade. Men onderscheidt niet Jezus aanpak van de godsdienstige elite. Men proeft niet hoe Hij de wet uitlegt om hen in hun trotse hart te raken.

De godsdienstige elite tijdens Jezus rondwandeling (dus in de Evangeliën) was trots op haar prestaties voor God en had daarvoor zelfs nog extra regels aan Gods wet toegevoegd. Daarmee maakte men het wezen van Gods wet krachteloos. In de Bergrede geeft Jezus ook diezelfde scherpe uitleg van Gods wet voor het volk Israel. Bij goed lezen hiervan komt iedereen tot de slotsom dat zoiets uit eigen inspanning een onmogelijke opgave is en komt men weer uit bij de wezenlijke inhoud van de wet, namelijk de belofte van God aan Zijn volk. Dus: Genade en genade alleen.

Even tussen haakjes. Ik ben niet zo naïef om te denken dat er geen gelovigen rondlopen, die er stellig van overtuigd zijn dat dit wel degelijk een haalbare opgave is. Hun kijk op de aanscherping van de wet in de Evangeliën is dat God nooit zo smerig zou kunnen handelen om de mens iets te geven waar het niet aan kan voldoen. Dat zou voor hen het beeld van hun God geweld aandoen.

Als gelovigen gaan deze christenen er oprecht vanuit dat God hen helpt in hun pogingen om aan Zijn wil te voldoen. De overduidelijke teksten over onze eigen zwakheid, waarin God werkt, zijn hun eigenlijk vreemd. Als gelovigen zijn zij (in hun inzichten) juist bekrachtigd door de Heilige Geest. Ze kunnen het dus.

Een dominee die zo gepreekt had en zelfs bij het falen hiervan in zijn toespraak direct doorverwees naar de hel, vroeg ik na afloop of hij nooit een vrouw had aangezien om haar te begeren.
Mattheus 5:28 Maar Ik zeg jullie: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
Tot mijn stomme verbazing antwoordde hij dat hij dat nog nooit had gedaan. Gezien de angst voor de onmenselijke straf die zijn denkbeeldige god hem oplegde bij zulk een falen, kan ik me deze leugen nog wel een beetje indenken. Hoewel, dat zou die god toch ook wel doorzien? Of kan je die god ook nog eens voor de gek houden?

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende