U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het Tweede Intro

Ik vermoed dat veel godsdienstige mensen de lat, die Jezus in de Evangeliën en met name in de Bergrede tot een onmogelijke hoogte had opgewaardeerd, weer naar beneden hebben gehaald tot iets haalbaars. Christus, oftewel het nieuwe leven, is noodzakelijk voor de boodschap van het koninkrijk. Onder dat nieuwe verbond zal deze wet (ook die onmogelijke tekst over het niet aanzien om te begeren) in de harten van de gelovigen geschreven staan. Christus zal dat uitwerken. Dat nu verwachten, terwijl we niet tot die roeping behoren, zal ten allen tijde wanhoop genereren.

De Evangeliën spreken over een erfenis, die beërfd zal worden. Ook een erfenis verkrijgt men niet door verdienste. Maar wel zal onder het nieuwe verbond uit de werken blijken wie de gelovigen onder dat nieuwe verbond zijn. (Het onderwerp van de Jakobusbrief). Hoe kan dat? Dus toch verdienste? Nee, de wet is voor Israel Gods belofte, maar die wet zal in hun hart geschreven zijn.
Romeinen 8: 4 opdat de eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Ook hier weer grote verwarring onder veel hedendaagse gelovigen. Zij geloven op grond van deze tekst dat als zij de Geest in hun leven laten werken, zij als vanzelfsprekend de eis van de wet zullen vervullen. De belofte dat de wet in hun harten geschreven zou staan is niet aan ons gericht. Voor ons geldt dat de wet buiten werking gesteld is. Er wordt dus door God ook niet voldaan aan dit verwachtingspatroon, wat bij deze gelovigen weer verwarring en verontrusting opwekt.

Natuurlijk werkt die verwarring en verontrusting bij een heleboel niet zo. Men heeft allang geaccepteerd dat je nou eenmaal niet alles van de wet zo letterlijk moet nemen. Letterlijk nemen van de wet wordt zelfs door velen van die gelovigen als ongeestelijk gezien. “Het gaat om de geest van de wet en niet om wat er letterlijk staat”, verklaart men dan. Zo weet men eigenlijk wet en tijd te veranderen en vinden het ook eigenlijk een misser van de bovenste plank dat God in Zijn komend koninkrijk de priesterdienst en tempeldienst met offeranden weer instelt, zoals dat in de laatste hoofdstukken van Ezechiël beschreven wordt. Maar dat is nou juist wat de Geest onder die toekomstige gelovigen wel degelijk gaat uitwerken als de eis van de wet. Dat werkt dus ook in de toekomst uitsluitend via genade en genade alleen.

Wanneer we nu, volkomen ten onrechte, de verwachting zouden hebben dat de wet in onze harten geschreven zou zijn en wij dus als vanzelfsprekend de eis van de wet ook inderdaad zouden volvoeren in ons praktische leven, dan zou er dus wel degelijk iets dergelijks als die priesterdienst bij ons openbaar gaan komen. Wij zouden dan absoluut zeker de sabbat, die ingaat bij zonsondergang op vrijdag en eindigt bij zonsondergang op zaterdag, weer heiligen. Een concreet punt van de tien geboden.

De wetsbetrachters onder de christenen nemen echter de wet helemaal niet zo nauw en volbrengen hem dus ook niet, hoe trots ze er ook op mogen zijn dat ze het wel doen. Een duidelijk bewijs dat hier geen greintje genade aan het werk is omdat dan de enige roem, die in de Heer zou zijn en zeker niet in eigen geestelijke prestaties. Juist de wettische mens (oftewel de gelovige die de Evangeliën als uitgangspunt voor hun dagelijks leven neemt) neemt dus een loopje met de wet.

Nogmaals: De Evangeliën spreken over een erfenis, die beërfd zal worden. Er wordt dus niks verdiend, maar uit genade ontvangen. Dat is namelijk het kenmerk van erven. Maar in diezelfde Evangeliën was daar juist vanuit de godsdienstige elite totaal geen enkel zicht op. Men zocht wel naar mogelijkheden om die erfenis te verdienen. In de Evangeliën ondergraaft de Heer dat nogal eens op satirische manier, namelijk door mee te lijken gaan in het denken van die elite.

In de Evangeliën is er vanzelfsprekend geen boodschap van totale eenwording met Christus in Zijn dood, Zijn graf, Zijn opwekking, Zijn leven en Zijn plaats in de hemelse. De boodschap van de hemelse Heer in de hemel was aan Paulus toevertrouwd. Bovendien was de Heer in de Evangeliën de aardse Heer, die hier op aarde rondwandelde, die men dus ook kon navolgen. Wat zeer wezenlijk is, dat is het feit dat in de Evangeliën het werk van genade in realiteit nog niet volbracht was. Er kon wel al naar verwezen worden, maar op dat moment nog niet vanuit geleefd worden. De praktische boodschap is daar dus ook naar gekleurd.

De praktische boodschap die in de Evangeliën gebracht werd is die van het binnengaan van het Koninkrijk van God. Dit is feitelijk weer een herhaling van de boodschap van het beërven van de erfenis. Dat Koninkrijk van God is het toekomstig Koninkrijk dat zich heel concreet op aarde zal gaan vestigen. In de komende eeuw, de komende aioon heet dat letterlijk in de Bijbel, of zoals wij het wellicht zouden noemen: het komende tijdperk, gaat er een Koninkrijk van God op deze aarde komen. Er zijn mensen die deze erfenis zullen beërven, maar er zijn er ook die buiten dat Koninkrijk zullen vallen. Die zullen nog gewoon leven. Zij zullen nog gewoon een plek op aarde innemen, maar buiten het gebied van het Koninkrijk van God. In dit totaalverband vindt die ontmoeting van Jezus met die rijke jongeling ook plaats. We kunnen die geschiedenis lezen in Mattheus 19: 16-26; Markus 10: 17-27 en Lukas 18: 18-27.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende