U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het ongrijpbare Auw

Verscheurdheid.
Emoties lam geslagen.
Ik leef in nieuwheid.
Herinnering blijft knagen.

Het kind in mij gebroken.
Het zingenot ontvlamd.
Een hand lief uitgestoken?
Geborgenheid verlamd.

Verkracht lig ik op bed.
De hand heeft mij genomen.
Ik heb het niet belet.
't Gevoel, dat was wel fijn,
vermengd met al die pijn
van 't geheim.

Nee, niemand mocht het weten.
't Meeste ben 'k vergeten.
Kreeg ik waardering?
Kreeg ik schande?
Ik zocht genot met beide handen.
'k Verleidde ook de and'ren.

Zijn zij de schuld of ben 'k het zelf?
Ik was zo jong. Ik was pas elf.
Ze pakten me gelukkig weer.
Nee! Geen geluk! Het doet zo zeer.

Gevoelens zijn zo stom verward.
Mijn hele body is verstard.
Was sex maar nooit in mij ontwaakt.
Waarom heb ik 't dan ook niet gestaakt?

Ik zocht zo sterk naar de waardering.
Kreeg snel met alleman verkering.
Genot voor even
in een leven
zonder de geborgenheid.
Maar God zei: "Hé daar, wacht eens even,
'k wil Mijn liefde aan je kwijt."

Weer zijn handen uitgestoken
naar mijn leven dat gebroken
in de schande voor Hem ligt.
Kan ik Hem nu wel vertrouwen?
Wil Hij echt mijn leven bouwen?
Of slaat Hij nu mijn leven dicht?

'k Mag het bij Hem uit gaan schreeuwen.
Mijn emoties lijken eeuwen
van verscheurdheid, smaad en pijn.
Maar ik mag het alles noemen.
Hij zal mij toch nooit verdoemen.
'k Mag geborgen bij Hem zijn.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende