U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Onvolwassen Slaaf Buiten Het Feest

Lukas 15: 26 Hij hoorde muziek en dans.
Muziek en dans. Wat kan de wettische mens daar lekker moeilijk over doen! Ik heb zelf in mijn wettische tijd nog in een groep gezeten waar instrumentale begeleiding uit den boze was. Hier gebruikt de Heer voor muziek het Griekse woord ‘symphonia’. Dit woord wordt in het Grieks ook voor meerstemmige muziekinstrumenten gebruikt. Bij het woord voor dans ‘choros’ komt ook het ritme in de muziek naar voren. Kortom alle ingrediënten voor een echt feestje, en dat dan met het uitschot van de aarde. Logisch dat die oudste zoon door het lint ging. Logisch dat de godsdienstige leiders het niet meer hadden. De spanning staat op knallen onder het toekijkend vrome publiek.

God geeft een groot feest. De godsdienstige elite kijkt toe en knarst de tanden. ‘Wat een aanfluiting! Wat een schande!’ Godsdienst staat buiten het hart van God en weet altijd hele rake ethische oordelen te formuleren. Ze moeten echter afstandelijk informeren naar de ware aard van Gods plezier.
Lukas 15: 26-27 Hij riep één van de knechten bij zich en vroeg, wat er te doen was. Die vertelde hem: Je broer is gekomen en je vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.

Vader heeft plezier! Vader viert feest! En de reden is omdat dat stuk uitschot alles verknald heeft en nu dus niks meer over heeft en dan maar bij Pa aanklopt!!!’ Geschokt laat hij het idiote van zijn vader’s reactie op zich inwerken. ‘Hoe kan die zo stom zijn? Hij loopt er met open ogen in! Dat werkschuw tuig komt nu alles hier ook nog opmaken en pa bouwt daar een feetje voor!’

Geschokt, verrast, totaal in de war. Zo kan je rustig de emotionele gesteldheid van deze oudste zoon wel benoemen. Zo zat het luisterend vrome publiek ook deze gelijkenis aan te horen. Geschokt, maar vooral achterdochtig. Wettische mensen zijn altijd achterdochtig, vooral als ze op een feestje stuiten, vol met blijde mensen en daarbij dan ook nog eens God zelf als grote Initiatiefnemer. ‘Uitgesloten, echt te belachelijk voor woorden!’

Wat er dan ook nog bij komt kijken is dat alles wat hier maar eventjes weggefeest wordt, wat hier maar opgesoupeerd wordt, wat hier zomaar de goot in verdwijnt, dat dit alles feitelijk al het eigendom van de oudste zoon is. Hij heeft het eerstgeboorterecht! Bij die aanstootgevende handeling van de jongste broer om zijn deel van de erfenis op te eisen, had deze oudste zoon zelf ook flink geïncasseerd. Maar dit feest heeft hem niet als middelpunt, o nee! Vader is het feest zelfs al zonder hem erbij begonnen! Het lijkt alsof al zijn slavengedrag weinig tot geen indruk op Vader gemaakt heeft! Wat een belediging!

Had deze oudste zoon ook maar enigszins het hart van Vader gekend, dan was hij het huis binnen gerend en dan had hij gevraagd waarom Vader zo blij was. Vader had hem dan verteld dat zijn broer thuis was gekomen. O, hij was Vader om de nek gevallen en met betraande ogen had hij zich met Vader verblijd over de terugkeer van zijn broer omdat hij besefte hoeveel Vader van zijn broer houdt. Had hij het hart van Vader ook maar enigszins geproefd, dan had hij de pijn van Vader gevoeld over het gemis van Zijn zoon. Dan had hij begrepen waarom Pa altijd maar op de uitkijk stond. Maar hij kent helemaal niks van Pa. Er is geen ruimte voor Pa in zijn hart want godsdienst richt alle aandacht op het ‘Ik’: Zijn vroomheid, zijn godsdienst, zijn toewijding, zijn bezit, zijn reputatie en zijn heiligheid.

Lukas 15: 26 Hij riep één van de knechten bij zich,
Dit is niet het gebruikelijk woord voor slaaf of dienstknecht. Dit heeft meer de betekenis van een klein joch. Alle echte slaven en dienstknechten waren binnen bezig dat feest draaiende te houden. Buiten op het veld waren alleen nog wat onvolwassen kinderen en dan de oudste zoon.

Galaten 4:1 Zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles;
Die oudste zoon was dus op de juiste plek. Hij was eigenaar van alles. Hij was erfgenaam. Maar ‘zelf doen’ had dankzij zijn godsdienst prioriteit in zijn leven. Hij gedroeg zich onmondig, niet volwassen. Hij verschilde dus in niets van een slaaf.

Wat was de info die de oudste zoon hen ontfutselde?
Lukas 15: 27 Je broer is gekomen,
Deze mededeling zou onder normale omstandigheden altijd gigantische blijdschap veroorzaken. Je hebt je broer zo’n tijd niet gezien en nu is hij terug. Je eigen vlees en bloed! Dat moet vreugde teweeg brengen! Maar nee! Hij schrikt zich te pletter! ‘Die gast die alles van Pa erdoor gejaagd heeft, die is nu hier!!!!! En Pa ontvangt hem!!!!!!!’

A ja, dit is een gast naar het hart van de Farizeeën en schriftgeleerden. De godsdienstige leiders van het volk hadden precies eender naar al dat gepeupel gekeken en net zo geoordeeld. ‘Jezus ontvangt zondaren en eet met hen! Dat moet het beeld van God zijn? Kom nou eventjes!!! Dat is typisch satan! Alsof God geen onderscheid tussen goed en kwaad zou kennen! Ha!’

De plek die de oudste zoon inneemt is tussen de kleine jochies. Ook al is hij de eigenaar van alles, hij gedraagt zich onvolwassen. Vandaar dat hij het slavenjuk ook op zichzelf legt. Vanuit die positie bekijkt hij ook het gedrag van Jezus en feitelijk darmee ook het gedrag van God. Zijn oordeel is: ‘Die God snapt niks van goed en kwaad. Dat kan dus niet God zijn. Het moet dus wel satan zijn!’ Zo ver is deze oudste zoon van Gods hart.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende