U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gelukkig Voor De Vrome Is Er Nog De Oudste Zoon

Lukas 15: 22 De vader zei tegen zijn slaven: Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten.
God komt met aanstootgevende genade. Zo bekijken de toeschouwers, de Farizeeën en schriftgeleerden deze reactie van Vader God.

Vader God geeft de zoon het kleed te dragen dat Hijzelf op de belangrijkste momenten gedragen heeft. Vader God bekleedt ons onverdiend met Zijn hoogste eer. De zegelring, waarmee alle documenten een officiële status krijgen, wordt me aan de vinger geschoven, waarmee Vader God me al Zijn autoriteit schenkt. Dan doet Hij me de schoenen aan de voeten. Dagloners, maar ook huisslaven zijn blootsvoets. ‘Kijk’, zegt Vader God hiermee, ‘dit is nou Mijn zoon’.

Nee, God doet niet het eervolle van de godsdienst. God doet het genadige van Zijn wezen, Liefde. Geen straf, maar verzoening in Zijn omarming. Geen werk om langzaamaan een plekje bij God te veroveren, maar het volle zoonschap vergezeld met alle voorrechten, gezag en eer. Dat is nou Vader God!

Het vrome publiek is nog nauwelijks bekomen van de afgrijselijke oneer die God toegebracht werd, of het volgend verbijsterend tafereel duikt al op.
Lukas 15: 23-24 Haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen feest te vieren.

‘God zou een vader zijn die blij is en feest viert met het uitschot van de wereld? Is dit niet overduidelijk het bewijs dat deze Jezus wel bezeten moet zijn van Beëlzebul?’
Vrome godsdienst kan hier alleen maar van griezelen. Maar ze kunnen even op adem komen. In de gelijkenis lijken ze een goede bekende tegen te komen. De oudste zoon.

Lukas 15: 25-27 Zijn oudste zoon was op het land, en toen hij dicht bij huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep één van de knechten bij zich en vroeg, wat er te doen was. Die vertelde hem: Je broer is gekomen en je vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.
De rust daalt neer onder het vrome publiek. Eindelijk een scene waar hun gezond geloofsleven niet zo op de proef wordt gesteld. Eindelijk iemand die weet hoe hij zich hoort te gedragen.

De meeste uitleggingen die ik over dit gedeelte heb gelezen zijn vrij kort door de bocht. Men maalt niet over de vooraanstaande plaats van Israel in de evangeliën en dat het christen zijn daar nog geen enkele plek had. Ook het feit dat deze gelijkenissen voortkwamen uit het gedrag van de godsdienstige elite in Israel wordt met alle gemak overgeslagen. Nee, men past deze oudste zoon gelijk toe op de vrome christen, die bij Vader God thuis is om daar alles precies zo te doen als dat het hoort. Verder ernaast zitten kan al bijna niet!

Wat Jezus hier doet met het opbrengen van deze oudste zoon binnen de gelijkenis is fascinerend. Als een goed kenner van wat er in de mens leeft roept hij deze oudste zoon op om het toeschouwend publiek van godsdienstige elite een spiegel voor te houden. ‘Kijk goed, Farizeeër, kijk goed, Schriftgeleerde, kijk goed, Wetticist. Wat een schandalige vertoning hebben jullie tot nu toe kunnen aanschouwen! Jullie hebben kunnen oordelen, veroordelen, verketteren en afwijzen bij het leven! Kijk nu goed! Hier komt iemand, die jullie gelijk hoog op een voetstuk plaatsen. Hier komt iemand, die jullie als het grote voorbeeld zullen zien. Hier is iemand die binnen jullie denken het eerbare verricht. Dit is jullie gozer!’

Daar komt de oudste zoon en in hem ontmoeten ze zichzelf. Maar wat blijkt? Is hij inderdaad bij Vader thuis?
Lukas 15: 25 Zijn oudste zoon was op het land,
Wat had hij daar te zoeken? Was hij een dagloner die zich uit de naad moest werken voor een hongerloontje? Was hij een slaaf, die onderdanig het hem opgedragen werk hoorde te verrichten? Was het huis niet zijn huis, waar hij al zijn genoegens kon vinden?

In het Midden Oosten was het zeer ongebruikelijk dat de eigenaar zich afbeulde op het veld. Daar had hij zijn vaste slaven voor. Was er dan toch nog meer werk dan gebruikelijk te verrichten, dan kon hij nog dagloners inzetten. Zelf de plek van een slaaf innemen was beneden de waardigheid voor de eigenaar.

Dit was precies het gedrag dat de godsdienstige elite het volk voorhield. Het zoonschap werd verloochend en men onderwees het volk in de slavengezindheid voor een God, die altijd meer eist. Geen genot aan het hart van Vader God. Ver weg op het open veld.

Hoe kan het zover komen dat deze oudste zoon zover van het hart van Vader verwijderd is? Hoe kan het komen dat hij zich zo beneden zijn eigen waardigheid als een slaaf gedraagt? Hoe kan het komen dat hij niks afwist van de terugkomst van zijn broer? Hoe kan het komen dat hij geen kennis had aan het feest dat Vader voor het hele gezin opgezet had? Hoe kan het komen dat hij feitelijk het hele zoon zijn vergeten was?

In het hele slavengedrag doet deze oudste zoon zich dan wel voor als degene die bij uitstek weet hoe hij bij Vader in een goed blaadje kan komen, maar zijn hart is ver van Vader. Zo tekent de godsdienstige elite wel een uitgebreid plaatje van alle regels, ge- en verboden om Vader God te behagen, maar hun hart is ver van Vader God.

De godsdienstige klasse spreekt dan wel haar afgrijzen uit over het afstotelijk zondig gedrag van de zondaren en tollenaren, maar innerlijk staan ze op dezelfde bodem.
Mattheus 23:27 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars, want jullie lijken op gewitte graven, die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende