U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Vader God Komt Tot Zijn Doel

Lukas 15: 31 Kind, jij bent altijd bij Mij en al het Mijne is het jouwe.
God wijst die Farizeeën en schriftgeleerden, God wijst die oudste zoon, God wijst elk wettisch mens, net als Paulus, net als mij, wel die weg om heerlijk te gaan genieten van Zijn overvloeiende rijkdom van genade.

Lukas 15: 32 Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn,
Dat werkwoord ‘moeten’ is een lastige in onze Nederlandse vertalingen. Op een heleboel plaatsen staat het Nederlandse woordje ‘moeten’ terwijl het in de Griekse en Hebreeuwse handschriften nergens is terug te vinden. Dat heeft weer alles te maken met het wettisch brilletje dat ook veel Bijbelvertalers op hebben tijdens hun vertaalwerk. Spontaan planten ze er het werkwoord ‘moeten’ tussen. Hier hebben we dan eens een gunstige uitzondering. Hier kan het namelijk niet anders. Vader God wijst hier op een absolute noodzaak.

Mensen die graag altijd een soort keuze voorleggen aan anderen, zoals: ‘Je kan kiezen voor het treurige wettische leven of je kan kiezen voor de feestvreugde rondom God’, die mensen hebben hier een probleem. Voor deze oudste zoon (de wettische mens) is er maar één mogelijkheid als Vader God hem op zijn relatie (kind) wijst, hem op de plek wijst, waar hij zich bevindt (je bent altijd bij Mij) en hem op zijn erfenis wijst (al het Mijne is het jouwe). De enige mogelijkheid is feestvieren en vrolijk zijn. Geen keuze, maar Gods werk.

De reden voor Gods vreugde en vrolijkheid, waar wij allemaal in mogen delen, is weer precies datgene wat dit hele hoofdstuk door als een soort refrein herhaald wordt.
Lukas 15: 32 Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want je broer hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden.
Nogmaals, het is Gods feestvreugde en vrolijkheid. Vader God staat centraal. Deze gelijkenis is Jezus antwoord op het verwrongen Godsbeeld van de godsdienstige elite.

Hiermee zijn we letterlijk aan het eind van deze gelijkenis gekomen. Houden we het precies zoals de Heer zelf deze gelijkenis verteld heeft, dan is dat een prachtige illustratie van Gods overvloeiende rijkdommen van genade voor zowel de rebellerende mens als de vroom godsdienstige mens. Geen keuze voor de mens. Gods plan en doel is hen beide mee te nemen. En Hij doet het ook! Dan zien we dus zowel de jongste als de oudste zoon in de feestvreugde van Vader God. Maar…….

Lees je de uitlegboekjes erop na, dan voelen de meeste gelovigen zich onbevredigd over de afloop van deze gelijkenis. Zowel qua gebeurtenis heeft de gelijkenis een open eind (volgens hen) als dat het als literaire opbouw nog niet af zou zijn (volgens hen).

Wat is namelijk het geval?
1. We lezen aan het eind alleen de smekende woorden van Vader God zonder dat we de reactie van de oudste zoon terugvinden.
2. Het eerste deel rond de jongste zoon bestaat uit acht refreinen. Het tweede deel rond de oudste zoon bestaat uit zeven refreinen.

Als we ons dus aan de gelijkenis houden, zoals de Heer die gegeven heeft, worden we overweldigd door Gods overvloeiende rijkdom van genade. Zoeken we echter ons eigen verstand te bevredigen, dan gaan we naar een slot van de gelijkenis op zoek volgens ons eigen inzicht. Men komt er dan ook op uit dat deze godsdienstige elite niet mee naar binnen is gegaan, maar de Heer aan het kruis genageld heeft. En dat moet dan het ontbrekende achtste (Getal van opstanding/nieuw leven) refrein zijn?

Genade als je je houdt aan de gelijkenis zoals de Heer die vertelt. Het vlees als je de gelijkenis aanvult met je eigen denkbeelden. Jezus eigen woorden aan het eind van de gelijkenis spraken al van opstanding en nieuw leven. Zo is Gods plan ook.

Lukas 15: 31-32 Kind, jij bent altijd bij Mij en al het Mijne is het jouwe. Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want je broer hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden.
God heeft het laatste woord in dit zevende refrein. De mens zoekt naar een achtste refrein omdat men altijd de eigen keuze van de mens als antwoord op Gods woord als het hoogste goed beschouwt.

God heeft gesproken en dat is voldoende. ‘Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn’ is geen overweging die God de mens voorlegt, waarbij het afwachten is hoe hij er op zal antwoorden. Het is Vader God, die Zijn arm om de schouder van de oudste zoon heeft geslagen, en hem meevoert het feest binnen. Dat is die opstanding, waar men op wacht. Dat is eigenlijk al het achtste refrein binnen dit zevende.

Zo tekenen de profetieën dit achtste refrein, geheel naar Gods plan.
Zacharia 12:10 Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest van de genade en van de gebeden; zij zullen Hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.
Johannes 19:37 Zij zullen zien op Hem, die zij doorstoken hebben.
Openbaring 1:7 Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen.
Romeinen 11:26 Zo zal heel Israel gered worden,
Laten we deze uitkomst maar in de vaardige handen van Vader God laten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina