U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hardwerkende Slaaf Staat Op Zijn Strepen

Lukas 15: 28 Vader drong bij hem aan.
Vader identificeert Zich met jou en mij om het verlorene te zoeken en te redden. Hij maakt zich zo één met het uitschot, de jongste zoon, om hem te redden. Hij maakt zich zo één met de vrome huichelaar, de godsdienstige uitslover, de oudste zoon, ook om hem te redden.

De farizeeën en schriftgeleerden hoorden dit aan. Zij achten zichzelf al helemaal gearriveerd te zijn. Zij vonden van zichzelf al dat zij op heilige grond vertoefden. Nu zagen ze het plaatje van zichzelf als degene die God te schande maakt. In hun lijn van denken past uitsluitend een radicale veroordeling te volgen op zo’n verachting van God. Maar nu zagen ze dat Vader zich helemaal met hen identificeert en hen zoekt te redden.

Nee, ze kenden Vader niet. Kijk eens hoe ze hem antwoorden.
Lukas 15: 29 Hij antwoordde zijn vader: Zie,
Hij antwoordde zijn vader niet met: ‘Vader’ of ‘Pa’. Dat zou je toch op zijn minst van zoonlief mogen verwachten. De jongste zoon had eigenlijk ook nauwelijks een idee van wie Vader God nou eigenlijk wel is. Maar hij antwoordde:
Lukas 15: 21 En de zoon zei tegen hem: Vader,

Nee, die oudste zoon was vertrouwd geraakt aan het gezicht van Vader, maar zag Hem als slavendrijver. Voor de jongste zoon, die in de buurt van zijn oudste broer kwam, was slavernij onder Vader een optie die niet doorging. Voor de oudste zoon was slavernij onder Vader (dankzij zijn eigen verwrongen beeld van vader) praktijk van alledag. Je Vader aanspreken met ‘Zie’ getuigt dan ook niet echt van respect. Maar ja, kan je van een slaaf meer verwachten?

Slaaf? Die oudste zoon is toch zeker zoon? Hij is in deze gelijkenis zelfs de eerstgeborene. Degene met de meeste rechten. Ja, dat is hij inderdaad, maar hij ziet zichzelf als slaaf.
Lukas 15: 29 Hij antwoordde zijn vader: Zie, zoveel jaren ben ik al in uw dienst,
Dat werkwoord ‘in dienst zijn’, dat deze oudste zoon hier gebruikt is het Griekse woordje ‘douleuo’, wat weer afgeleid is van ‘doulos’, dat ronduit ‘slaaf’ betekent. Wat zegt hij hier dus tegen zijn vader? ‘Zoveel jaren ben ik al uw slaaf’. Dat is nou echt wettische gezindheid ten top!

Hoeveel Evangelischen kijken zo tegen God aan? Hij geeft hen (volgen hun eigen opvattingen) slavenopdrachten en als een trouwe slaaf voeren ze de opdrachten uit. Hoe vaak ik al niet gehoord heb dat als je echt voor de Heer wilt leven, God dingen van je vraagt die je niet leuk vindt. ‘Je moet dan wel bereid zijn dingen te doen, waar je niet op voorbereid was’, is vaak de insteek als het over een dienst voor de Heer gaat. God, de grote slavendrijver, die zich uitleeft in rotopdrachten voor zijn slaafjes. Wat een verschutting! Maar wel een algemene lijn binnen evangelisch Nederland.

Lukas 15: 29 Zoveel jaren ben ik al uw slaaf,
God dienen is binnen dit denken beslist geen pretje. Deze oudste zoon ervaart het als een afgrijselijk, tandenknarsend, je weg dwars door al die jaren van bittere slavernij heen beulen om het er straks heerlijk van te nemen wanneer die ouwe eindelijk dood is. In zijn hart was hij dus geen haar beter dan die jongste zoon. Het enige verschil was dat de jongste zoon er open en eerlijk over was terwijl de oudste het keurig verborg achter toegewijde slavendienst.

De Bijbelse dienst van God is pure vrijheid.
Romeinen 6:18 Vrijgemaakt van de zonde, zijn jullie in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Romeinen 6:22 Vrijgemaakt van de zonde zijn we
in de dienst van God gekomen,
Onze dienst is het werk van de Heer in ons.
Johannes 6:29 Jezus antwoordde hen: Dit is het werk van God, dat jullie geloven in Hem, die Hij gezonden heeft.
1 Corinthe 15:58 Broeders, weest…… altijd overvloedig in
het werk van de Here, wetende, dat jullie arbeid niet vergeefs is in de Here.
1 Corinthe 16:10 Timotheus ….. hij doet het
werk van de Here evenals ik;
1 Thessalonica 1:3 Ik denk onophoudelijk aan het
werk van jullie geloof,
God zelf werkt Zijn dienst in ons.
1 Kronieken 29:14 Het komt alles van U, en wij geven het U uit uw hand.
Jesaja 26:12 Al onze daden heeft U voor ons verricht.
2 Corinthe 3:5 Onze bekwaamheid is Gods werk,
Efeze 2:10 Gods maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
Filippi 2:13 God is het, die om het plezier dat Hij erin heeft zowel het willen als het werken in jullie werkt.

Als jij heerlijk aan het Vaderhart zit als zoon, dan ademt jouw dienst deze vrijheid. Maar de religieuze huichelaar komt met een heel andere insteek.
Lukas 15: 29 Ik heb nooit uw gebod overtreden,
Wow! Kijk eens eventjes! Als dit niet de taal van de zichzelf rechtvaardigende huichelaar is, dan weet ik het niet meer! Herken je zo’n uitspraak?

Ken je die rijke jongeling nog?
Lukas 18:18 Een hooggeplaatst man vroeg aan Jezus: Goede Meester, wat moet ik doen om het leven van de aioon te beërven?
Het wringt eigenlijk al met die aanspreektitel: ‘Goede Meester’. Okay, laten we even zitten. Het wringt nog meer als je luistert naar de vraag: ‘Wat moet ik doen?’ Okay, laten we ook even zitten. Waar we echt naar willen kijken is dat die jongeman op hetzelfde punt uitkomt als deze oudste zoon.
Lukas 18:20-21 Je kent de geboden: Je zal niet echtbreken, je zal niet doodslaan, je zal niet stelen, je zal geen vals getuigenis geven, eer je vader en moeder. Hij zei: Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen.

Lukas 18: 21 Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen.
Lukas 15: 29 Ik heb nooit uw gebod overtreden,
Trotse vrome huichelarij staat hier in de etalage. ‘Ik heb dat altijd in acht genomen’. Ik heb dat nooit overtreden’. Zelfdoenerigheid moet in hun denken het bewijs leveren hoe goed ze wel zijn!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende