U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Genade Direct Bij De Roeping

Een prachtige roeping. Een geweldige erfenis. Een grandioze belofte. Wat doet Abram? Hij laat het helemaal in het honderd lopen. En nu roept God opnieuw.
Genesis 12: 1 Yahweh zei tegen Abram: Ga uit je land en uit je familie en uit het huis van je vader naar het land, dat Ik jou wijzen zal;

Zie je hoe God met Abram spreekt? Niks geen gemopper van Gods kant over de ongehoorzaamheid van Abraham. Niks geen oprakelen van fouten. Die missers waren om te leren alleen van Gods genade en leiding afhankelijk te zijn. Tussen haakjes (Daar dienen jouw en mijn missers ook voor). God oordeelt niet. Er is geen veroordeling voor wie in Christus Jezus is.

Tien jaar geleden hoefde niemand mij dit wijs te maken. Toen zat ik in mijn midlifecrisis. Je blijkt op die vijftigste verjaardag (of eigenlijk het hele jaar, als het niet langer duurt) opeens al je missers en fouten onder de loep te moeten nemen. Ellendig dat je je dan voelt en laat nou niemand aankomen zetten met Christus. Dat lijkt opeens zo onecht. ‘Mijn fouten, o mijn fouten!’

Doet God Abram hier nou niet een beetje tekort door niet de tafel met hem aan te vegen? Ik vond in mijn midlifecrisis dat God mij tekort deed! Nee! God rekent met mij in de Zoon! Ik hoef niemand te oordelen (O, wat een heerlijke tekst voor mensen die zich oudsten voelen) en ik hoef zelfs mezelf niet te oordelen.
1 Corinthe 4: 3 Het raakt me echt heel weinig, of ik door jullie of door wie dan ook beoordeeld word. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet.

Geen oordeel!!! Nee Yahweh zelf gaat nu deze roeping naar de overzijde ook waarmaken, zodat er terugkijkend gezegd wordt:
Genesis 15:7 Hij zei: Ik ben Yahweh, die jou uit Ur der Chaldeeën heb geleid om je dit land in bezit te geven.
Daar heb je de aardse erfenis! Daar kon iedereen zeggen: ‘Hij komt van de overkant, die Hebreeër’. Als je bedenkt dat hier de eerste stap tot het tot stand komen van het volk Israel genomen werd. Nou! Ook bij die eerste stap van de totstandkoming van Gods aardse volk, de Hebreeën, handelt God in genade.

Abram zat daar in Haran aan de verkeerde kant van de rivier. Maar God leidde hem in genade naar de overkant. Daar bij Turkije vandaan werd hij weggeleid, zo over de rivier de Eufraat naar het beloofde land, het land Kanaän. Toen hij dan eindelijk bij die terebinten (eikenbossen) van Mamre aankwam, toen werd hij een Hebreeër (Iemand van de overzijde).
Genesis 14: 13 Toen kwam een vluchteling en deelde dit mee aan de Hebreeër Abram; hij nu woonde bij de terebinten van de Amoriet Mamre, de broeder van Eskol en Aner, die Abrams bondgenoten waren.

Zo zie je ook hier in deze brief aan de Hebreeën, die zo nadrukkelijk aan het volk Israel gericht is, een les waar wij ook ons voordeel mee kunnen doen. In het leven van Abram duurde het een behoorlijke tijd voordat hij zich inderdaad concreet door genade liet leiden. Hij kende eerst wel de belofte, maar zocht die zelf in vervulling te laten gaan.

Wij kennen ook wel de praktische resultaten van het leven uit genade, zoals de Bijbel die aanreikt. Dan kijken we naar de lessen in de laatste hoofdstukken van Efeze en Colosse en we gaan ons daarvoor inzetten. We willen onze toewijding tonen. We proberen Christus te openbaren en we raken steeds verder weg van Gods plan.

God is het namelijk die Zijn genade in ons wilt uitwerken en Hij doet het ook. En uiteindelijk, nadat we ons zo hebben uitgesloofd, zijn we aan het eind van ons Latijn. We geven het op. We zijn misschien zelfs wel ontmoedigd omdat we het er zo slecht vanaf brengen. Maar juist in die rust werkt Gods genade het leven van Christus in ons uit.

Plotseling ontdekken we dan dat we bezig zijn met te genieten van alle geestelijke zegen in de bovenhemelse. We zitten midden in onze bovenhemelse roeping. Zo zie je maar dat het helemaal niet onpraktisch is om de verschillende roepingen op zijn plek te laten staan. Les voor ons praktisch leven komt er toch wel. Het is de les van genade die door alle huishoudingen van God heenloopt.

Abram werd Hebreeër genoemd omdat hij door het geloof het land was binnen gegaan. Zijn aardse erfenis had hij in bezit genomen. Al de vijf boeken van Mozes geldt dit als het grote thema: Door het geloof het land binnengaan, want ook het volk deed dat weer. Dat maakte hen Hebreeërs. Voor hen was die aardse erfenis.

Maar nu is dat volk opnieuw in de verstrooiing terecht gekomen en opnieuw is de boodschap van God voor hen in deze brief dat ze door het geloof in de rust kunnen binnengaan. Ook daarom is deze brief gericht aan de Hebreeën. Ook omdat er nu nog een tweede roeping is: De hemelse roeping.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende