U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De Onderlinge Samenkomst & De Hogepriester

De Hebreeënbrief wijst heen naar het komend Koninkrijk van Christus Jezus over de hele aarde. Dat komt openbaar in het Nieuwe Verbond, waar deze brief vol van is. Dat nieuwe verbond is het verbond van de komende aioon.
Hebreeën 13:20 De God van de vrede, die onze Here Jezus, de grote herder van de schapen door het bloed van een verbond van de aioon heeft teruggebracht uit de doden,

Het verbond van de aioon. Het toekomstig koninkrijk over de hele aarde. Maar zoals ik al aangaf in de vorige studie ging er dus eerst nog wat anders gebeuren.
Hebreeën 10: 30 De Here zal Zijn volk oordelen.
De dag naderde dat Jeruzalem en daarmee de tempel verwoest zou worden. Naarmate die dag naderde werden de gelovige tienduizenden uit het volk ergens toe opgeroepen.
Hebreeën 10: 25 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkaar aansporen, en dat des te meer, naarmate jullie de dag zien naderen.

Dit is weer zo’n extreem populaire Bijbeltekst, die zo uit zijn verband gerukt wordt om mensen op de plicht van kerkgang te wijzen. Niemand die zich afvraagt: ‘Welke dag?’ Dan had men namelijk volgens dit Bijbelgedeelte moeten antwoorden: ‘De dag dat de Here Zijn volk Israel zal oordelen. De dag dat het eerste verbond totaal verouderd is. De dag dat alles in vuur vergaan zal.’
Hebreeën 10:27 Een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur,

Al die tijd was daar die tempel. Het uiterlijk bewijs van dat eerste verbond van God met Zijn volk. Het oordeel was er nog niet over gegaan. Het stond er nog. Maar de dag van de totale verwoesting van die tempel stond aan te breken! Het naderde. Letterlijk staat er dan: Laten we dan onze oppersynagoge niet nalaten. Het Griekse woord voor ‘eigen bijeenkomst’ is ‘epi-synagoge’. Kenmerkend Joods! Niks kerkelijks aan! De oproep was dus: ‘Zolang de tempel er nog staat, laten we daar bijeenkomen!’

Het aardse volk Israel heeft een aardse, uiterlijke, tempel voor haar dienst van God, het heeft een aardse, uiterlijke, ark van het verbond om aardse, uiterlijke, tafelen van het verbond in te herbergen. Als wij het verlangen hebben om samen te komen op wat voor dag dan ook en op wat voor tijdstip dan ook, dan is dat prima, maar het heeft niet die lading, die het voor het aardse volk van God heeft. Het is en blijft heel simpeltjes ons eigen afspraakje. Daar een hogere geestelijke waarde op plakken of zelfs een geestelijk gezag aan toewijzen, betekent alleen maar dat we geen zicht op het Lichaam van Christus, de Gemeente, hebben.

Iets wat ook heel nadrukkelijk pleit voor het overduidelijk punt dat deze brief aan het volk Israel gericht is, is het voortdurend uitvoerig ingaan op alle kennis aangaande de tempel, de priesterdienst, de vele verschillende offers, de feesten, de sabbat. Hoe je het ook wendt of keert, met onze ‘christelijke’ kennis van Pasen, Pinksteren en Kerstfeest en ons houden van de zondag ontbreekt die kennis bij de gemiddelde christen volkomen. Daar moet je een Hebreeër voor zijn, uit het volk Israel.

Terwijl dit volk Israel een heel duidelijk aardse, uiterlijke relatie met God had, een uiterlijke tempel, God als hun uiterlijke koning, uiterlijke tekenen van de toekomende aioon, een uiterlijk land met een uiterlijke hoofdstad, terwijl dit hun normale relatie was met God, zorgde het aangekondigde oordeel ervoor dat al het uiterlijke zou verdwijnen. Geen uiterlijk land meer, geen uiterlijke tempel meer, geen uiterlijk Koninklijke heerschappij van God, geen uiterlijke tekenen van de toekomende aioon meer.

Nu leven we feitelijk na dit oordeel. Geen uiterlijk land meer. Geen uiterlijke godsdienst meer. Niets meer van dat alles. Israel is verstrooid. (Ook al is er na 1948 natuurlijk wel een deeltje van het volk terug op die plek) Maar nu, ook voor dat Israel heeft deze brief een boodschap.

Hebreeën 6: 20 Jezus is voor ons [de Hebreeën] als voorloper binnengegaan [binnen de voorhang vers 19] naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden tot in de aioon.
In de komende aioon wordt Christus de uiterlijk zichtbare Koning over Zijn rijk. Tot die tijd is Hij de onzichtbare Hogepriester voor Zijn volk.

Hebreeën 9: 24 Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons [de Hebreeën] ten goede, voor het aangezicht van God te verschijnen;
Er is nog steeds een heiligdom voor Israel, maar verborgen in de hemel. Er is nog steeds een Hogepriester, die ten gunste van het volk voor God verschijnt. Maar ook die Hogepriester is een verborgen Hogepriester. Zolang het volk in ongeloof zijn weg gaat, is er geen sprake van een zichtbare Koning, maar van een onzichtbare Hogepriester.

Ook hier zien we weer de christenheid in grote opschudding wanneer je uitlegt dat deze Hogepriester de Hogepriester ten gunste van het volk Israel is. Menig christen voelt zich beroofd als je hier simpelweg de letterlijk Bijbelse uitleg geeft. Hoe komt dat? Is dat omdat we eigenlijk geen notie hebben van onze volkomen eenheid met de opgestane en verheerlijkte Heer, wat ver uitgaat boven deze Hogepriester relatie? We pikken dus blijkbaar heel makkelijk iets (tamelijk afstandelijks) van Israel af omdat we zelf eigenlijk niet genieten van wie we zijn in Christus.

Het volk heeft zich van Christus afgewend. In deze brief komt het oordeel nog. Het is een werkelijkheid geworden in het jaar 70. Dit volk dat er altijd zo aan gewend was te zien wat God doet, krijgt nu te horen dat ze niet meer zullen zien.
Hebreeën 2: 8 Thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;
Hebreeën 11: 27 Als ziende de Onzienlijke.

Maar deze Hogepriester heeft een verbond gesloten. Dat nieuwe verbond van de aioon wordt straks werkelijkheid. De Koning komt terug voor Zijn volk. Elk oog zal Hem zien. Ieder zal tot berouw en bekering komen. Gods beloften aan dit volk zijn onberouwelijk.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende