U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Oordeelsaankondiging Voor Het Volk Israel

Het staat er zo letterlijk. Dit is geschreven aan Hebreeuws sprekende joden, oftewel mensen die tot het volk Israel behoren, gelovigen en ongelovigen. God heeft dit volk (Zijn vrouw) zo op het hart, dat Hij een hele brief speciaal voor hen schrijft.

Maar die knappe theologen snappen daar helemaal geen sikkepit van. Zij hebben dan ook nooit en te nimmer enig genot van Gods overvloeiende rijkdommen van genade omdat ze telkens op zichzelf zien en hoe zij het ervan afbrengen. Maar dat is geen genade! Dat is vrome godsdienst!

Dit totaal verkeerd verstaan van deze brief aan de Hebreeën komt aan de ene kant omdat ze niet onderscheiden dat deze brief niet alleen aan gelovige Joden geschreven is maar ook aan ongelovigen. Aan de andere kant onderscheiden ze ook niet dat het oordeel dat hier aangekondigd staat niet een altijddurend eindoordeel is, maar de verwoesting van Jeruzalem in vuur, zoals die kwam in het jaar 70 na Christus.
Hebreeën 10:27 Een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannigen zal verteren.

Jazeker. Het feit dat dit aan het volk Israel gericht is houdt ook in dat er hier dus personen worden aangesproken die feitelijk nog gewoon ongelovig zijn.
Hebreeën 6: 8 Als hij dorens en distels draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding.
Daar heb je het oordeel over de ongelovige Hebreeër. Dan gaat de schrijver verder:
Hebreeën 6: 9 Maar wat jullie betreft, geliefden, ook al spreken wij zo, wij zijn overtuigd van iets beters, waaraan jullie redding hangt.
Daar heb je de gelovige Hebreeër.

De aanleiding voor deze brief zal echter het feit zijn geweest dat er tegen het einde van de Handelingenperiode nog veel Joden uit dit volk tot geloof zijn gekomen.
Handelingen 21: 20 U ziet, broeder, hoeveel duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet;

Onze vertalingen geven hier al weer blijk van een zekere vooringenomenheid. Het woord wat hier met ‘duizenden’ is weergegeven (murias), betekent puur ‘tienduizenden’.

Bij het aantal Joodse gelovigen, die ook nog ijveraars voor de wet werden, schatten de tegenwoordige theologen de hoeveelheid maar zuinigjes in. ‘Enkele duizenden’ zeggen we dan met een zuinig mondje. Nee, het waren er enkele tienduizenden.

Het Griekse woordje ‘murias’ is voortdurend ‘tienduizenden’. Zou er werkelijk sprake geweest zijn van maar enkele duizendtallen, dan had hier ‘chilias’ gestaan. Beide Griekse woorden komen voor in de volgende tekst, waar ze wel juist zijn weergegeven.
Openbaring 5:11 Ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden [murias] tienduizendtallen [murias] en duizenden [chilias] duizendtallen [chilias],

Deze tienduizenden nieuwe gelovigen uit het volk Israel werden toegevoegd aan de drieduizend Joodse gelovigen die bij de uitstorting van de Geest al tot bekering waren gekomen en ook aan die duizenden die later nog tot geloof kwamen.

Er was al een dienst van God onder dit volk Israel. Aan de Jordaan hadden zich al velen door Johannes de doper laten dopen. Dat waren allemaal joodse gelovigen. Daarom staat er ook van de Heer zelf dat Zijn dienst gericht was op het volk Israel. Daarom staat er ook voortdurend dat de Heer in de eerste plaats voor Zijn volk kwam.
Romeinen 15:8 Christus is ter wille van de waarachtigheid van God een dienaar van besnedenen geweest, om de beloften, aan de vaderen gedaan, te bevestigen,

De boodschap in de Hebreeënbrief wordt aan Israëlieten gebracht en dan ook nog eens zij die zich in of dichtbij Jeruzalem bevinden. Als een voortdurend zichzelf herhalend thema komt de waarschuwing (open of verhuld) naar voren dat Jeruzalem dreigt verwoest te worden.

We zagen net al die tekst aan de ongelovige Hebreeën in hoofdstuk 6.
Hebreeën 6: 8 Als hij dorens en distels draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding.
Daar heb je de verbranding met vuur.

Ook het tiende hoofdstuk windt er geen doekjes om wie hier aangesproken wordt.
Hebreeën 10: 27 Een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannigen zal verteren.
En ook hier heb je weer die verbranding met vuur.

Opnieuw zul je merken dat zodra die uitspraken om de hoek komen kijken, we weer in een heftige confrontatie komen met de vastgelegde theologische inleg dat daar sprake zou zijn van oordelend vuur in het dodenrijk, de hel of iets anders onmenselijks, i.p.v. de inderdaad plaatsgevonden verwoesting van Jeruzalem.

Deze verbranding met vuur over Jeruzalem was binnen al de uitspraken van de Heer Jezus zelf niet zo’n vreemd oordeel. Het past naadloos in de voorzeggingen van Jezus over de verwoesting van de tempel.
Lukas 21: 20-24 Zodra jullie Jeruzalem door legerkampen omsingeld zien, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen zullen vervuld zijn.
Daar heb je het oordeel met vuur over Jeruzalem en de daarop volgende verstrooiing van Israel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende