U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Christus Jezus is Middelaar voor allen, ook in de

1 Corinthe 15: 22-24 Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een ieder in zijn eigen orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst. Daarna de voltooiing, wanneer Christus Jezus het koninkrijk aan God de Vader overgeeft,

Paulus tekent hier een opstanding ten leven in etappes. De twee eerste opstandingen: “de eersteling Christus (Daar heb je de Middelaar), daarna die van Christus zijn (Daar heb je de mensen voor wie Hij de Middelaar is), bij Zijn parousia.”, zijn redelijk bekend. Er valt enorm veel over deze twee eerste stappen alleen al te zeggen, maar dat laat ik liggen. Ik wil ingaan op Christus Middelaarschap in deze lijn van opstandingen.

De opstanding van hen die van Christus zijn, bij Zijn komst, die krijgt in het boek de Openbaringen alle aandacht. Maar dan de derde opstanding, namelijk: “Daarna de voltooiing, wanneer Christus Jezus het koninkrijk aan God de Vader overgeeft,” vindt na dat tijdstip, dat in Openbaringen beschreven wordt, plaats. Dat moment is de slotfase van het unieke Middelaar zijn van Christus Jezus.

De hele gedachte dat er een moment komt dat Christus het koninkrijk voor zichzelf opgeeft is redelijk onbekend. Vrijwel iedereen denkt dat er een eeuwig koningschap van Christus inzit. Precies hetzelfde denken we ook van Christus middelaarschap. Waarom? Omdat we met eeuwig leven rekenen en niet met het leven van de aioon, het tijdstip dat in Openbaringen ruimschoots aan de orde komt. “Eeuwig” levert die foutieve associatie op.

Het draait telkens om de aioon, oftewel een tijdperk met een begin en een einde. Denk eens aan die uitdrukking “Van eeuwigheid tot eeuwigheid”. Die uitdrukking is kolder als we eeuwigheid op zich al als een altijddurende voortgang zien.

Hier in 1 Corinthe 15: 24 (“Daarna de voltooiing”) is er dus een eind gekomen aan die toekomstige aioon (eeuw) van Christus koninkrijk. Wat doet Hij dan? Nou dat beschrijft Paulus dan nog verder in de volgende verzen.

1 Corinthe 15: 25-28 Christus Jezus moet heersen, totdat hij alle vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. (Vijanden! Dan denken wij gelijk aan mensen, nietwaar?) De laatste vijand die teniet gedaan wordt, is de dood (Hé, dat is helemaal geen mens).Want ‘Hij heeft alles aan zijn voeten onderworpen.’ (het werk van Hem als Middelaar) Wanneer hij nu zegt dat alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk, dat Hij uitgezonderd wordt, die Hem alle dingen onderworpen heeft. Maar wanneer Hem alle dingen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon zelf zich onderworpen aan Hem, die hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

Hier zien we de resultaten van een Middelaar tussen God en mensen. Hier tekent Paulus de situatie dat Hij echt alles en iedereen onder de Vader geplaatst heeft. Hier zie je dus tot in de puntjes Christus als Middelaar aan het werk. Hij plaatst alles en iedereen onder de Vader. Hoe? Met geweld? Ze moeten wel? Nee, God is liefde en die liefde komt tot uiting in de Middelaar Christus Jezus. Uiteindelijk heeft iedereen die plek ingenomen.

Dat is dus het moment van Johannes 3: 17, dat de wereld door Hem gered is. De moeilijkheid van de schijnbare tegenstelling van vers 16 en 17 is hiermee ook helemaal uit te weg geruimd. Vers 16 wijst op de volgende aioon. Vers 17 wijst op wat daarna komt.

Dan blijft er nog één Persoon over, die zich met de hele rest van de schepping ook onderwerpt, dat is de Zoon van God zelf, namelijk Christus Jezus. Het wordt dan: God, de Vader zij alles in allen. Dat is dus in jou en in mij en in Christus en in……… Wat een grandioze toekomst! Het einde van de functie als Middelaar.

Nou nog een belangrijke vraag: Is Christus Jezus als die unieke Middelaar nou ook echt een losprijs voor allen of voor een enkeling?

Er schuurt nogal wat tussen datgene wat wij als gelovigen geloven en wat je gewoon leest in de Bijbel. Christelijk taalgebruik is dan ook vaak abacadabra voor een buitenkerkelijke omdat die niet is ingewijd in het mysterieuze taalgebruik binnen de christenheid. Voor een buitenkerkelijke betekent ‘allen’ altijd ‘allen’.

Voor zo’n mysterieus wezen als een christen is dit helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ik heb zelf hele series ondoorgrondelijke studies over de Griekse uitdrukking ‘Ta Panta’ in mijn hoofd zitten stampen, simpel om te begrijpen dat ‘allen’ echt niet ‘allen’ kan betekent. Op het laatst stond ik dan voor een hele groep mensen met een stalen gezicht te verklaren dat “allen” eigenlijk “sommigen” betekent. Hoe gek wil je het hebben?

Tja…..Is ‘alles’, ‘allen’, of ‘ieder’ nu een klein specifiek groepje of betreft het alles en iedereen?
Johannes 1:3 Alle dingen zijn door het Woord geworden.
Johannes 3:31 Die van boven komt, is boven allen.
Johannes 3:35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven.

1 Timotheus 2: 6 die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen;

Wat is het heerlijk simpel hè? Gewoon de Bijbel letterlijk nemen! De genadestromen van God stromen ondanks alles toch altijd wel overvloeiend, maar als we de Bijbel letterlijk lezen zorgen die stromen ook nog eens voor een heerlijk verfrissend bad! Wat een genot. ‘Allen’ is echt niets minder dan allen! Prijst God!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina //