U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Ons falend middelaarschap t/o Christus Unieke

1 Timotheus 2: 1 Vóór alles bemoedig ik jou, dat je smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen doet voor alle mensen,
We hebben het middelaarschap van Job bekeken en ook het middelaarschap van Mozes. Ook wij mogen, zoals Paulus hierboven neerschreef, middelaars zijn in de voorbeden voor elkaar.

Nu een vraagje: Is ons middelaarschap nou altijd geestelijk? Ik bedoel: Is het zo dat we ons door God laten leiden als we voor anderen tussenbeide treden? Is onze voorbede nou echt altijd uit genade?

Voorbeeldje van een ongeestelijk middelaarschap:
Lukas 18: 2-5 Jezus zei: Er was in een stad een rechter die God niet vreesde, en geen mens ontzag. En er was in die stad een weduwe die naar hem toe kwam en zei: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En hij wilde een tijdlang niet. Maar daarna zei hij bij zichzelf: Hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, toch zal ik, omdat deze weduwe mij lastig valt, haar recht verschaffen, opdat zij niet aldoor komt en mij het hoofd breekt.

Hier komt de Heer zelf aanzetten met een gelijkenis van de onrechtvaardige rechter i.v.m. voorbede, oftewel bemiddeling. Hier probeert iemand door stevig door te bidden en te smeken iets bij die onrechtvaardige rechter gedaan te krijgen! Wat blijkt? Vaak staat in de godsdienstige uitleg de onrechtvaardige rechter in deze gelijkenis model voor God. Kunnen we dat naar God toe maken om die link te leggen?

Mattheus 6: 7 Gebruik bij je bidden (middelaar zijn) geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
Die heidense (oftewel niet joodse) aanpak van bidden tot God hield rekening met een god die heel veel weg had van zo’n onrechtvaardige rechter. Bij de God van Israël (en hier werd net als in Lukas Israël aangesproken) is die overeenkomst totaal uitgesloten.

Toch is binnen het huidige christendom deze heidense aanpak van bidden weer opgepikt en is dat zelfs verpakt in geestelijk klinkende termen als bijvoorbeeld ‘gebedsstrijders’. Zelf heb ik ook vele jaren lang deze gelijkenis zo opgevat en daarmee eigenlijk God beschaamd. Jarenlang ben ik naar een woensdagochtend gebedsgroep op 6.00 u. geweest. Daar streden we voor alle christelijke gebeurtenissen in onze stad. We dachten daarmee bergen te verzetten.

De achterliggende gedachte van ons vleselijk middelaarschap is vaak ons idee dat God totaal geen plan zou hebben, maar dat wij God met onze bemiddeling in beweging zetten. We treden dan met ons gebed bij God tussenbeide. We wijzen God dan op de alternatieven en smeken Hem daar dan ook toe te neigen.

In zo’n opvatting van middelaarschap ontbreekt helemaal het zicht op Gods soevereine almacht. Wij zouden dan degenen zijn die met ons gebed God sturing geven. Het is natuurlijk wel duidelijk dat ons zicht op anderen met tegengestelde oplossingen die even stellig in gebed waren ook totaal ontbrak. Anders krijg je een plaatje van een god die met zijn handen in het haar zit, verzuchtend: ‘Ja, maar wat moet ik nou?

Nee, we bemiddelen niet om God te veranderen. Met ons bidden stemmen we in met Gods plan en maken we ons daarmee één. Dat is een gelovig gebed.

1 Timotheus 2: 5-6 Er is één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen,

We hebben de dienst van de diverse middelaars in de Bijbel bekeken. Je kan natuurlijk nog over van alles en nog wat nadenken betreffende onze gebeden, maar het lijkt me voor deze studie verder wel welletjes. Tegenover ons middelaarschap staat echter een uniek middelaarschap, dat is die van de mens Christus Jezus. Het unieke van Zijn middelaarschap bleek uit het feit dat Hij zichzelf gegeven had tot een losprijs voor allen.

Christus heeft Zichzelf helemaal gegeven:
Efeze 5:2 Christus heeft ons liefgehad en Zich voor ons overgegeven.
1 Johannes 3:16 Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij Zijn leven voor ons heeft ingezet;

Waarom heeft Hij dit nou gedaan? Waarom heeft Hij zich voor ons overgegeven? Omdat Hij ons liefhad, lezen we telkens. Maar waar was dat dan voor nodig? Hier in deze tekst is het de unieke Middelaar, die Zijn leven heeft gegeven tot een losprijs voor allen. Het gaat hier dus over een prijs om los te kopen. De logische vraag is dan vanzelfsprekend: “Bij wie zaten we dan gevangen?” Betaalde de Heer Jezus nou aan God de schuld die mensen hadden? Of betaalde hij de prijs aan de macht die ons mensen gevangen hield?

De Bijbelse boodschap is dat we vrijgekocht zijn.
Lukas 4: 19 om aan gevangenen loslating te verkondigen.

De losprijs is door Christus betaald. Het woord 'losprijs' (Grieks: “lutron”) wil zeggen: een prijs die betaald wordt om bijvoorbeeld slaven of gevangenen vrij te kopen. Een losprijs wordt betaald aan degene die gevangen houdt, zodat deze daarna geen eigenaar meer is.

Waren wij als mensen dan gevangen? Waren wij in slavernij?
Hebreeën 2:14.15 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door Zijn dood hem, die de macht van de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

De mens is dus volgens bovenstaande tekst een slaaf van de dood. Waar blijkt dat nou weer in de praktijk uit? Gewoon, we sterven allemaal en we vinden dat zelfs zo normaal dat we inmiddels al stellen dat de dood bij het leven hoort. Maar de dood is feitelijk onze gevangenis. In dit vers lezen we dat Jezus "bloed en vlees" heeft aangenomen om te kunnen sterven om zo de dood te overwinnen. Om op te kunnen staan uit de doden, moet men nou eenmaal eerst sterven. Jezus sterven was de prijs om het hele mensdom "het onvergankelijke leven" te kunnen geven. Ik zeg daarom nogal eens dat Jezus moest sterven om de dood te overwinnen en de eersteling uit de doden te zijn.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende