U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 6 (2e deel)

Colosse 1: 6 (het evangelie) draagt vrucht, evenals (rustend) in jullie, vanaf de dag dat jullie het gehoord hebben en de genade van de God (rustend) in waarheid van boven gekend hebben.
D/ Zo rustend in de hele wereld en ook in de gelovigen draagt het evangelie vrucht.
E/ Paulus noemt twee startpunten waarop het evangelie vrucht gaat dragen.
F/ Wat houdt de dag dat de gelovigen het evangelie gehoord hebben in?
G/ Wat houdt het in dat de genade van God rust in waarheid?

Tot en met G bekijken we in deze studie. Punt H wordt een heel hoofdstuk apart in de hierop volgende studie.
H/ Is het van boven kennen, of het op denken, net zoiets als gewoon kennen?

D/ Colosse 1: 6 (het evangelie) draagt vrucht,
Rustend in de hele wereld en ook in de gelovigen draagt het evangelie vrucht.
We hebben in de vorige studie gezien hoe werkzaam het evangelie is. Hierboven zien we nog eens in de tekst zelf dat het werkzaam is in de wereld en ook in de gelovigen. De vraag is dan wat dit vrucht dragen van het evangelie hier is.
1e. Is dat vrucht dragen het feit dat het evangelie de hele wereld bereikt heeft?
2e. Is het vrucht dragen het feit dat er gelovigen zijn gekomen?
3e. Is het vrucht dragen iets anders wat voortkomt uit het feit dat het een plek in de hele wereld heeft ingenomen en dat er nu ook gelovigen zijn?

Ik geloof absoluut dat punt 3 het antwoord is. Daar komt Paulus namelijk later in de brief nog uitgebreid op terug.
Colosse 1: 9-10 Wij houden … niet op om voor jullie te bidden en te vragen, dat jullie vervuld mogen worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, in alles hem welbehaaglijk, en in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien door de kennis van God,
Paulus is dus voor deze gelovigen op zijn knieën om God te vragen dat zij in elk goed werk maar vrucht mogen dragen. Wat is nou hetgeen wat dat veroorzaakt? De inzet en inspanning van deze gelovigen? Nee, dan zou Paulus zijn vraag hier verkeerd geadresseerd hebben. Hij vraagt het aan God, niet aan de gelovigen.

Colosse 1: 6 (het evangelie) draagt vrucht,
Eigenlijk kan het niet duidelijker hè? Niet de gelovigen bewerken vrucht. Nee, dat is de klus voor het evangelie. Die draagt vrucht. Eigenlijk geeft de uitdrukking, die Paulus hier gebruikt toch al overduidelijk aan dat er geen enkele inspanning van de gelovigen geleverd kan worden. Kijk maar in de natuur hoe alles wat vrucht draagt ook daadwerkelijk vrucht voortbrengt. Dat wordt in de natuur bewerkt. Logisch dus dat Paulus hiervoor bij God aanklopt.

Op een andere plaats werkt Paulus dit principe op een andere manier uit.
Romeinen 7: 4 Jullie behoren een ander toe, namelijk Hem die uit de doden is opgewekt, opdat wij voor God vrucht dragen.
Wat werkt Paulus hier en in het hieraan voorafgaande hoofdstuk uit? Paulus werkt daar uit dat we met Christus de dood zijn ingebracht, we zijn met Christus gestorven, en dat nu in nieuwheid van het leven zijn opgewekt. Dat beschrijft Paulus hier in de woorden dat we nu een ander toebehoren, namelijk Christus, die uit de doden is opgewekt. Waarom heeft God dat aan ons als gelovigen gedaan? Opdat we voor God vrucht zouden dragen. Er valt geen vrucht te verwachten van die ik, die ikzelf ben. Daarom is die ik de dood in gegaan. Daarom behoren we nu een ander.
Bedenk eens even dat Romeinen spreekt vanuit de aardse positie van Israël. Maar daar was dit beginsel van vrucht dragen vanuit genade volkomen de Bijbelse weg.

We mogen ook bedenken dat Colosse spreekt vanuit de bovenhemelse positie van ons als leden van het lichaam van Christus. Maar ook hier is dit beginsel van vrucht dragen vanuit genade volkomen de Bijbelse weg.
Colosse 1: 9-10 Wij houden … niet op om voor jullie te bidden en te vragen, dat jullie vervuld mogen worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, in alles hem welbehaaglijk, en in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien door de kennis van God,
Ons vrucht dragen heeft dus alles met Gods wil te maken, heeft dus alles met onze wandel te maken, heeft dus alles met onze geestelijke groei te maken en heeft dus alles met het kennen van God te maken.

E/ Colosse 1: 6 Het draagt vrucht, …, vanaf de dag dat jullie het (evangelie) gehoord hebben en de genade van de God in waarheid van boven gekend hebben.
Paulus noemt twee startpunten waarop het evangelie vrucht gaat dragen.
1e. De dag dat jullie het evangelie gehoord hebben
2e. De dag dat jullie de genade van God in waarheid van boven gekend hebben

De dag dat hun leven met God begon wordt nogal duidelijk omschreven. Het is niet de dag dat ik mijn hand opstak om een beslissing te nemen. Het is niet de dag dat ik het zondaarsgebed bad. Het is niet de dag dat ik een beslissing voor God maakte. Het is niet de dag dat ik de Heer Jezus in mijn hart vroeg. Het is niet de dag dat ik al mijn zonden beleed.

Twee overduidelijke omschrijvingen en het is nu geen kwestie van één van de twee, die goed zou zijn. Het zijn twee krachtige omschrijvingen van hetzelfde startpunt. De dag dat ze van Epafras het evangelie hoorden. De dag dat ze de genade van God in waarheid van boven hebben leren kennen. Alles is het werk van Gods overvloeiende rijkdommen van Zijn genade! Vanaf dat moment begint het ook gelijk vrucht voort te brengen. Wat een genot aan genade!

F/ Colosse 1: 6 De dag dat jullie het (evangelie) gehoord hebben
Wat houdt die dag dat de gelovigen het evangelie gehoord hebben in?
Daarvoor hoeven we alleen maar even een vers terug te gaan in deze brief. Het zevende hoofdstuk van deze studiereeks. Ik ben in de volgende link over die tekst daar al uitgebreid op in gegaan: Colosse over het horen

G/ Colosse 1: 6 de dag dat jullie … de genade van de God in waarheid van boven gekend hebben.
Wat houdt het in dat de genade van God rust in waarheid?
De waarheid in de Schrift is de werkelijkheid, hetgeen echt is, wat waar is en geen leugen of schaduw of namaak.

Johannes gaf genadegroet in waarheid
2 Johannes 1:3 Genade, barmhartigheid, vrede zal met jullie zijn van God de Vader, en van de Heer Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.

Genade en waarheid komt als eenheid van de Heer
Johannes 1:14 De Eniggeborene van de vader, vol van genade en waarheid.
Johannes 1:17 De genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.

Een eenheid omdat het voegwoord “en” in de Schrift vaak functioneert als is gelijk teken.

De genade van God rust dus in Gods werkelijkheid, waar we weten dat de werkelijkheid Christus is.
Colosse 2: 16 Eten, drinken, een feest, nieuwe maan of sabbatten, dat zijn schaduwen van wat komen zou, maar de werkelijkheid is Christus.

Wat hadden we nog maar ontdekt? Christus Jezus is het woord van de waarheid. Die hebben we van bovenaf leren kennen. Dat bijzondere leren kennen is een onderwerp op zich, dat we dus in de volgende studie in deze reeks zullen tegenkomen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende